Plasma, LCD, 4K en OLED tv’s review: overzicht van 2013 modellen

Revolutie in het topsegment, evolutie lager in de keten

Door


Inleiding

2013 mag de boeken in als een jaar waarin we op televisievlak twee revoluties hebben gezien. Dit jaar kon je als consument namelijk voor het eerst televisies met ultra hd resolutie en modellen met een OLED scherm kopen. Voor beide technologieën moet echter nog stevig in de buidel getast worden. In het betaalbare segment zijn de ontwikkelingen kleiner. Vooral op het gebied van smart tv hebben fabrikanten hier stappen gezet, al gaat het om kleine stapjes. Wij testen het afgelopen jaar een groot aantal televisies uit het gangbare segment en een aantal bijzondere topmodellen. In dit artikel maken we de balans over 2013 op.

De afgelopen jaren testen wij met enige regelmaat nieuwe high-end televisies van alle grote merken. Dat klinkt wellicht als een full time bezigheid, maar dat valt in de praktijk mee. De markt is sinds de crisis behoorlijk uitgedund en feitelijk zijn het Samsung, LG, Sony, Philips en Panasonic die samen het gros van de markt beslaan. Sharp en Toshiba doen ook nog mee, maar merken als Pioneer en JVC zijn de afgelopen jaren stilletjes van de markt verdwenen. Naast allerlei nieuwe ‘gewone’ televisies van de merken die nog wel actief zijn, hebben meerdere merken zogenaamde 4k ultra hd televisies op de markt gebracht. Deze schermen hebben een viermaal hogere resolutie dan full hd modellen.

Zowel Samsung als LG brachten dit najaar hun eerste - gebogen - OLED televisies op de markt

Verschillende paneeltechnologieën

Een andere innovatie die dit jaar eindelijk beschikbaar is gekomen is OLED. Zowel Samsung als LG brachten in september hun eerste televisies met deze technologie op de markt. OLED schermen bestaan uit miljoenen organische ledjes die per stuk aangestuurd worden en zelf licht produceren, of juist helemaal donker blijven. Voordeel hiervan is dat zwart écht zwart is en er geen problemen zijn met kleurverschuiving wanneer het scherm niet recht van voren maar onder een hoek bekeken wordt.

Bij LCD schermen gelden deze beperkingen wel. LCD panelen geven zelf geen licht, maar werken als een soort digitale luxaflex die open en dicht gezet kunnen worden om licht door te laten. Dat licht is afkomstig van een vaste lichtbron achter het paneel. Tot een paar jaar geleden werden daarvoor CCFL lampen gebruikt, tegenwoordig zijn het vaak witte leds die het LCD paneel van achteren belichten. Elke pixel bestaat uit drie LCD cellen die het witte licht filteren en respectievelijk rood, groen en blauw doorlaten. Met deze drie kleuren kunnen vervolgens alle nuances gemengd worden. Nadeel van LCD technologie is dat het tegenhouden van het licht door de LCD cellen nooit helemaal lukt, waardoor zwart nooit helemaal zwart is. Een ander nadeel is dat de kijkhoek niet perfect is. Door de karakteristieke manier waarop de LCD cellen licht doorlaten, nemen contrast en kleurweergave af naarmate je minder recht voor het scherm zit.

De OLED-technologie, waarbij elke pixel zelf een lichtbron is, lijkt eigenlijk meer op plasma dan op LCD. Plasmaschermen werken met cellen die zelf licht opwekken wanneer dat nodig is. Plasma maakt echter gebruik van gasontlading, een technologie die vergelijkbaar is met die gebruikt wordt in TL-buizen, wat een aantal nadelen met zich meebrengt. Ten eerste is het een relatief onzuinige beeldschermtechnologie die hoge voltages vereist om de cellen te activeren. Bovendien vereist plasma een zwaar panel met meerdere glasplaten die in een stevig frame gemonteerd zijn. Hierdoor zijn plasmaschermen doorgaans dikker en zwaarder dan LCD modellen, met bredere randen rond het scherm. Daar komt bij dat de individuele cellen van een plasmascherm ofwel volledig zwart zijn, ofwel maximaal oplichten. Om tussenliggende helderheidstinten te kunnen generen worden de cellen pulserend aangestuurd. Hierdoor lijkt het beeld licht te trillen en is het lastiger om alle kleurnuances adequaat weer te geven. Bovendien is zwart bij plasmaschermen meestal ook niet helemaal zwart, al is plasma op dit punt wel duidelijk beter dan LCD.

OLED kent de genoemde nadelen van zowel LCD als plasma nadelen niet. Het blijft echter nog altijd lastig om grote OLED schermen te produceren. Samsung en LG geven geen cijfers over uitvalpercentages, maar volgens verschillende bronnen liggen die nog altijd boven de 80%. Dat betekent dus dat van elke vijf panelen die van de band rollen, er minimaal vier afgekeurd worden. Dat betekent uiteraard dat de netto productiekosten erg hoog uitvallen.

Daarnaast zijn OLED cellen gevoelig voor veroudering, waarbij de helderheid na verloop van tijd afneemt. Dit geldt ook voor de backlight van LCD televisies en de cellen van een plasmatelevisies, maar bij OLED is het probleem dat de rode, groen en blauwe cellen niet gelijkmatig in helderheid achteruit gaan. Blauwe OLED’s nemen sterker in helderheid af dan groene en rode, wat tot problemen met de kleurbalans en kleurtemperatuur kan leiden.


Dossier

Lees ook deze televisie artikelen op Hardware.Info

Vond je deze review nuttig?

Lees dan voortaan onze uitgebreidste reviews als eerste én steun deze site, met een abonnement op Hardware.Info Magazine - nu ook alleen digitaal beschikbaar!

Hardware.Info is volledig onafhankelijk. Onze reviews zijn puur gebaseerd op objectieve testresultaten en onze eigen ervaring met de producten. Deze reviews kan je hier gratis lezen, maar dat is alleen mogelijk dankzij de steun van onze trouwe lezers. Met een abonnement op Hardware.Info Magazine steun je deze site en lees je de uitgebreidste 100% hardware reviews als eerste. Neem dus nu een abonnement, je hebt er al een voor 26,50 euro!

Neem nu een abonnement en steun Hardware.Info

*