AOC Agon AG271QX productervaring door Foritain

Foritain 31 augustus 2016 08:23
5 van de 5
Algemene gegevens
Aanschafdatum product augustus 2016
Product verkregen via Volledig gesponsord (met tegenprestatie)
Contrast en helderheid
Kleurweergave
Reactiesnelheid
Kapotte pixels
Uiterlijk
Aansluitmogelijkheden
Zou je dit product aan anderen aanbevelen? Ja
Zou je weer monitor van AOC kopen? Ja

Min- en pluspunten

  • Matige kijkhoeken
  • Een aantal presets zijn ogenschijnlijk onnodig dichtgetimmerd. Bijvoorbeeld de vaste 90% helderheid in de sRGB modus.
  • Afstandsbediening een leuke extra, maar is bedraad en oogt goedkoop.
  • Voor pro-level fotografie zal IPS koning blijven. Dit is en blijft primair een game-scherm met verder prima all-round capaciteiten, enkel voor het laatste zijn er goedkopere alternatieven.
  • Knap design, solide stalen constructie, keurige afwerking. Erg sterk ontwerp.
  • Ruim instelbaar, en handige (of leuke) markers zodat je je afstellingen kan onthouden.
  • Snel, sneller, snelst. Zeker met overdrive. Plus andere handige game 'dingen' zoals contrast-verhoging waar je snel tussen kunt switchen.
  • Flicker-free / PWM-vrije weergave. Komt ook met andere 'rustgevende' opties zoals een low-blue-light modus.
  • DP, 2x HDMI, DVI, VGA, USB Hub, audio/mic passthrough, headphone holder, afstandsbediening voor settings (bedraad). Oftewel tig aansluitingen en andere features
  • Standaard weergave scoort goed op gebied van kleurtemperatuur, uniformiteit, contrast, backlight bleeding, en de sRGB modus zet nette kleurresultaten neer. Met handmatige kalibratie helemaal top.
  • Goede Adaptive Sync / FreeSync implementatie: 30-144Hz
  • 27"/1440p/144Hz blijft m.i. een gouden combinatie voor gamers en all-round gebruik.

Review: AOC AGON AG271QX

- Inleiding
- Specificaties
- Uitpakken
- In de Praktijk
- Prestaties
- Kijkhoeken
- Conclusie

Productpagina @ AOC

AOC is uiteraard geen onbekende, maar wel nieuw is hun ‘AGON’ lijn gaming monitoren. Deze serie is nog maar enkele weken geleden aangekondigd, maar inmiddels zijn de eerste schermen al verkrijgbaar en zijn er in totaal meer dan een dozijn ‘AGON’ modelnummers bekend die allemaal nog dit jaar naar de markt gaan komen. Wij bezochten AOC op Gamescom en konden daar alvast een aantal van deze varianten ervaren. We zagen daar onder andere 24” 1440p schermen, een 27” 1440p 165Hz model met G-Sync en zelfs een scherm met een verversingssnelheid van maar liefst 240Hz. Het onderwerp van de review van vandaag maakt ook deel uit van deze nieuwe Agon serie, maar begeeft zich wat specificaties betreft op iets bekender terrein voor de fanatieke gamer die een beetje op de hoogte is van de markt: 27”, 2560x1440p, TN, FreeSync, 144Hz, uiteraard met een response snelheid van 1ms. Andere focuspunten zijn de ‘Flicker-free’ weergave, ‘no input lag’ modus, geheel verstelbare (stalen) constructie, en een afstandsbediening om het geheel goed te beheren.

De AOC AGON AG271QX kent een adviesprijs van 599 euro, maar is inmiddels al goed verkrijgbaar voor 529 euro. Waarschuwing: Het wordt geen korte review, maar ik verwacht dat iemand die dergelijke bedragen uit wil geven aan een scherm graag de tijd neemt om in elk geval twee a drie minuten uit te trekken om minimaal de conclusie tot zich te nemen.

Een deel van de specificaties hebben we uiteraard al genoemd, maar voor de compleetheid en met wat hulp van de database van Hardware.info:

Primair draait het hier om het gamen: 27” / 1440p is m.i. redelijk een sweet-spot wat betreft ‘indrukwekkend’ versus ‘kunnen moderne GPU’s ook daadwerkelijk goed aansturen’. 1ms response, 144Hz en FreeSync vanaf 30Hz wat uiteraard wel de voorkeur heeft boven implementaties die pas op hogere frequenties werken.

Toch is het ook wat features betreft geen klagen: tilt, draaibaar, kantelbaar, hoogte verstelbaar, afstandsbediening, kensington slotje, headset holder en USB hub zijn geen misselijk lijstje. Ook wat inputs betreft geen klagen: DisplayPort, twee HDMI ingangen, DVI en zelfs VGA is nog van de partij. Vergeet echter niet dat je voor 1440p/144Hz aansturing wel van de DisplayPort gebruik wilt maken, maar gamers die tevens hun console er op aan willen sluiten kunnen dus prima hun slag slaan. Dit laatste is zeker geen vanzelfsprekendheid gezien sommige andere modellen, primair G-Sync modellen, enkel DisplayPort aansluitingen hebben. Ophangen is ook geen probleem met de 100x100 VESA mount. Ook speakers zitten ingebouwd, al moet ik een monitor die echt goed geluid geeft nog leren kennen, maar wellicht is het soms handig.

Wat het unboxen betreft heeft AOC goed opgelet de laatste jaren. Verpakking is uitstekend in orde, korte maar duidelijke opbouwinstructies zitten reeds op het karton van de doos zodat je daar niet door een manual heen hoeft te spitten (en laten we eerlijk zijn, we willen zo snel mogelijk gamen), een CD met wat handige software en een mega adapter (die zou wat kleiner mogen mannen, voor die <50W max verbruik is dit toch niet nodig?). Genoeg kabels om mensen op straat nerveus te maken: DisplayPort, HDMI, DVI, USB 3.0, 3.5mm audio, 3,5mm mic, en ook zeker niet onaardig: de (bekabelde) remote om je vlot je instellingen mee te beheren (denk bijv. switchen tussen game-modus en foto-modus).

Bij de opbouw merk je al dat er wat fysieke bouw betreft echt niets te klagen valt. Stevige stalen onderdelen van het frame tot de poot en de voet zelf, al moeten die natuurlijk wel even vastgeschroefd worden. Voor VESA montage is een los bracket meegeleverd.

En daar is het scherm zelf. Ik denk dat je wel kan stellen dat er met Europese ogen naar het design is gekeken, want die is, pardon my french, rete strak. Strakke stalen poot, redelijk onopvallend zwarte bezels met het onderste randje voorzien van een ‘geborstelde’ afwerking, en enkel het rood in de letters ‘AGON’ wekt eigenlijk de suggestie dat we een beetje in de game hoek zitten. Als ‘volwassen gamer’ (al zal mijn vrouw de term ‘volwassen’ willen betwisten) hoor je mij in elk geval niet klagen. Meer praktisch: de bovengemiddelde bouw zorgt voor een uitstekende stabiliteit, dus wat dat betreft nul klagen. OSD bedien je met kleine fysieke knoppen net onder de rand, wat m.i. de voorkeur heeft boven ‘touch’ controls: minder met je vieze vingers aan je bezels zitten, en meer feedback.

(De foto's worden met flink licht genomen om detail te kunnen zien, de eerste foto lijkt als gevolg wat donker maar geeft m.i. het beste weer wat je in een 'meer typisch' verlichte kamer zal zien).

Speciale aandacht uiteraard aan de voet. Mocht je de review van de Samsung U25D590D herinneren dan staat je vast bij dat dat design het super deed op de foto’s, maar in de praktijk moest je vooral niet tegen je bureau aan duwen. Dat is hier een ander verhaal: Lekker op de foto –en- staat als een huis. Niks dan lof. Uiteraard is het idee dat de kabels door het midden weglopen, en we zien daar ook hoe het scherm op zijn voet kan draaien.

De achterzijde springt duidelijk meer in het oog, al biedt kleur wel het voordeel dat je op de foto beter kan zien hoe het materiaal in de praktijk oogt. Het diepte effect van de rode delen en het AOC logo zal het ongetwijfeld een gewild scherm maken voor evenementen. Voor de gebruiker thuis schat ik de kans groot dat je er zelden nog wat van zal zien. Ook hier springt de bouwkwaliteit er weer in positieve zin uit, en ook het handsvat verwerkt in de poot is een fijne extra; niet met je tengels aan de bezels hoeven zitten bij verplaatsen.

Aansluitingen komen in de vorm van een USB 3.0 poort (hub), evenveel inputs als een gemiddeld mens vingers heeft (of moet ik zeggen een modaal mens?), en direct daarnaast zien we de passthrough voor de audio en mic en de aansluiting voor de remote. Die headset aansluiting komt vervolgens bij de rechterkant van het scherm uit waar je van de USB poorten gebruik kan maken, en een leuke extra: je headset ook kan ophangen. De Kingston HyperX Cloud doet het wat kleur in elk geval goed naast dit AOC AGON model. Wel vraag ik mij af of de ophanging niet beter aan de andere kant had kunnen zitten, want bij gebruikers van twee schermen is de kans groter dat dat tweede scherm rechts van dit scherm komt te staan (en de feature dus wegwerkt), en menig headset-kabel komt toch echt uit de linker oorschelp.

De AOC AGON AG271QX is tevens zo verstelbaar als je kan wensen. Draaien hadden we reeds gezien, maar ook de hoogte is ruim instelbaar, tilten is geen punt, en ook op zijn zij zetten is mogelijk. Weer zien we aandacht voor details, met markers op alle instellingen zodat je kan onthouden wat je favoriete instelling is. Uiteraard bedacht voor mensen die hun scherm veel meenemen en minder spannend voor in huis (alhoewel, met twee gebruikers?), maar kosten technisch zal het niet de grootste zaak zijn en aandacht voor dergelijke details is doorgaans een goed teken voor andere elementen.

Alvorens we naar de drogere resultaten verder gaan krijgt een scherm eerst de kans een algemene indruk achter te laten. 27” 1440p 144Hz schermen zijn geen vreemden meer in ons huis; eerst een Asus ROG PG278Q, daarna de hoger gepositioneerde Eizo Foris FS2735 die naast eerdergenoemde specs ook nog eens een IPS paneel heeft (en Eizo hun fabriekscalibratie… en een prijskaartje met vier getallen voor de komma). Sowieso maak ik er geen geheim van dat ik de 27” 1440p combinatie, even los van het 144Hz verhaal, eigenlijk ideaal vind voor zowel gaming als ander gebruik, zeg maar voor ons als all-rounders die naast gamen ook veel met foto’s en productiviteit doen; je hebt tenslotte flink meer pixels (bijna 80%) dan FullHD en dus een stuk meer netto werkruimte. Hoewel ‘4K’ de marketing-hype mee heeft brengt die extreme scherpte in mijn ervaring weinig echte voordelen, maar af en toe wel echte nadelen mee op gebied van scaling, iets wat op bij schermen als dit geen probleem is. Nog relevanter voor gamers: 144Hz (of sneller) op die resolutie moeten we nog afwachten, en ook de grafische kaarten die daar echt goed gebruik van kunnen maken zijn nog niet ‘echt’ beschikbaar; een nieuwe Nvidia Titan X komt er met zijn 1300 euro bij in de buurt, maar ‘goed’ gamen op 1440p is prima te doen met een R9 290(X)/390(X), en RX 480, of uit het groene kamp een GTX 970 of 1060. Zit je nog wat hoger, met een GTX 1070 of 1080, dan is het helemaal genieten op 1440p terwijl je op 4K zelfs met die kaarten geregeld wat moet inleveren. Meer serieuze concurrentie komt m.i. uit de 1440p Ultrawide hoek, maar ook dat kent zijn afwegingen, niet in de minste plaats wat de prijs betreft.

Vanuit het oogpunt van de gamer en de all-rounder is er één specifiek onderdeel waar ik de nadruk op wil leggen, en dat betreft de keuze tussen een TN en een IPS paneel. Nu is de typische reactie ‘TN sucks! IPS rules’, maar ik vraag mij wel eens af of de gemiddelde reagluurder wat tijd heeft doorgebracht met de betere TN panelen. Één ding valt niet over te discussieren: wat kijkhoeken betreft doet TN het matig, en onder een flinke hoek meekijken geeft een zwaar vertekend beeld. De vraag daarbij echter: maak je dat mee in de praktijk, of is het scherm voor voor jouzelf en zit je er toch grotendeels recht achter? In dat geval wordt het echt een stuk lastiger. Zoals ik bij de Asus ROG PG278Q al vaststelde zijn er namelijk wel degelijk TN panelen die wat kleuren betreft een uitstekend beeld kunnen leveren, ook voor semi fanatiek fotowerk zoals onze reviews bleek dat echt geen enkel probleem, en het feit dat de budget markt is overspoeld met matige modellen weegt dan onterecht in het nadeel van de panelen die in dat scherm zitten, of die we in deze AOC AGON AG271QX terugvinden (sterker nog, volgens mij gebruikt AOC een iets nieuwere revisie van hetzelfde paneel? Die indruk krijg ik althans al ontbreken mij details). Zoals je straks zal zien is dit paneel meer dan prima in staat tot een nauwkeurige kleurweergave, terwijl TN een stuk goedkoper is en (echt zeer) marginaal sneller is. Laten we ook niet vergeten dat veel IPS game schermen ook te wensen overlaten wat betreft backlight bleeding, sommigen wat IPS glow betreft, terwijl TN dat meestal weer niet heeft. Kleurkalibratie of niet, toch oogt een TN scherm anders dan een IPS scherm, waarbij de laatste een wat warmer gevoel geeft, of het idee geeft dat het beeld wat dieper zit. Lastig om de woorden te vinden, maar ik zal er niet direct het label ‘beter’ of ‘slechter’ aan hangen.

Onderlinge snelheidsverschillen zijn eveneens een lastig onderwerp, iets wat ik al vaststelde in de review van de FS2735 (toen vergeleken met de PG278Q), en ook nu weer terug kwam in de vergelijking tussen dat model en deze AGON. Na uren, en dan ook echt uren 1:1 vergelijken denk je een fractie meer snelheid te merken in de TN variant. Niet op gebied van input, daar lukt het ondanks de no-input-lag modus, geenszins om verschil waar te nemen (vermoedelijk omdat deze betere schermen dat sowieso goed voor elkaar hebben), maar wellicht toch net die ene ms die we ook in de specs terug vinden? Die woorden neem ik met grote moeite in de mond, want de suggestie dat al deze schermen iets anders dan competitief snel zijn gaat nergens over. We spreken over vooral theoretische verschillen met een overtuigend verwaarloosbaar praktisch verschil, zelfs voor de meest fanatieke gamer, en mocht het niet duidelijk zijn: deze schermen zijn echt rete snel en je hardware zal niet de reden zijn dat je een schot mist, wel met Overdrive aan natuurlijk. Wanneer er tonnen op het spel staan voor je potje Counter Strike zal je er nog even over nadenken of dat ‘theoretische’ voordeel van TN toch niet de moeite waard is, al zal je dan toch in schermen worden voorzien, maar voor de rest is er eigenlijk geen ‘foute’ keuze. Wil je toch de kijkhoeken of ben je echt serieuzer bezig met fotografie dan mag IPS het hebben, maar vind je 500 euro al genoeg geld voor een scherm dan heb je een prima scherm waar je feitelijk alles prima op kan doen, niet enkel gamen.

De G-Sync vs Freesync discussie is wat complexer, warbij ik eveneens moet stellen dat er eigenlijk geen echt foute keuze is. Freesync zien we veel meer terug simpelweg omdat G-Sync een monitor een stuk duurder maakt, maar Nvidia domineert de markt voor high-end GPU’s en als je 500-1000 voor een scherm uitgeeft zal je vermoedelijk met een GPU in dezelfde klasse rondlopen. Nu is de meerwaarde van eender vorm van Sync op een 144Hz bescheiden, en als je toch al een GTX 1070 of 1080 hebt heb je er (Voorlopig althans) toch vrij weinig aan, maar dat het voordelen biedt wanneer je met een GPU zit die hard moet werken om de resolutie aan te kunnen mag duidelijk zijn. Dan nog rest de vraag: kan je niet beter 150-200 euro meer uitgeven aan een dikkere GPU dan aan een G-Sync implementatie, maar dan raken we van koers. Deze AOC AGON AG271QX heeft gezien het prijspunt Freesync aan boord, en ook over de volledige range van 30-144Hz, dus geen halfbakken implementatie. Voor zij met een R9 / Fury / RX 480 een fijne wetenschap, voor zij met een Nvidia kaart een weinig spannende feature die gelukkig niets extras heeft gekost. In een korte test met de AMD RX 460 en 1440p kunnen concluderen dat het naar behoren werkt, al valt er (los van het bereik) verder weinig aan te verprutsen. Uiteraard komen fabrikanten graag met het argument dat Intel iGPU’s ook Adaptive Sync / Freesync willen ondersteunen, maar een scherm als dit koop je niet om op een iGPU aan te sluiten.

In de test periode tot dusver zijn vanuit een praktisch oogpunt eigenlijk weinig zaken opgevallen. Het scherm staat als een huis maar laat zich toch soepel verstellen, en laat zich ook prima eenvoudig aanpassen wat instellingen betreft. De meegeleverde remote voelt wat eenvoudig, ik zou zeggen het had wat chiquer gemogen, maar met die paar grote knoppen werkt hij toch wel erg lekker. Omdat het primair een gamer scherm is heeft AOC er ook voor gezorgd dat de meest gebruikte game settings direct (dus niet ergens in een menutje) te benaderen zijn onder de fysieke knoppen op het scherm, zoals de speciale contrast instellingen. Deze game-contrast-modus zagen we bij Eizo ook en, zeker in de meest aggressieve instellingen voelt het bijna als cheaten, zeker in games als CS:GO waar die fractie van een seconde dat je iets sneller opmerkt toch echt verschil maakt. Vervolgens terug in de desktop omgeving ben je met twee drukken op de knop weer terug in je ‘normale’ modus, want die game modi lenen zich niet echt lekker voor zaken als browsen of films kijken. Het OSD is keurig uitgevoerd en ook als je gebruik maakt van de fysieke knoppen op de monitor is het een prettig pakket om in te werken. De mogelijkheid om sommige instellingen te previewen (zodat je de verschillen links- en rechts op het scherm kan zien) is niet uniek, maar wel een leuke toevoeging. Wat ik echter een vreemde keuze vind, vooral voor mensen die echt aandacht willen besteden aan hun persoonlijke instellingen, is dat sommige presets sommige opties bevriezen. Zo is het prettig dat er een sRGB modus op zit wanneer je met foto’s bezig bent, en zoals je straks ziet presteert die ook netjes op gebied van kleurweergave, maar die lockt je helderheid op 90%, grofweg 300 cd/m2, wat voor veel doeleinden, zeker in de late uurtjes toch echt een stap te helder is. Voelt als een knullige gemiste kans tussen zo veel positieve elementen.

Met behulp van de X-Rite iDisplay Pro heb ik dit scherm aan enkele tests onderworpen. Geen extreme lijsten met testresultaten, maar hopelijk een begrijpelijke samenvatting voor iedereen in een overzicht wat in korte tijd te begrijpen moet zijn en daarbij een duidelijk beeld te schetsen van de prestaties.


De AOC AGON AG271QX 'in test'

Normaliter doen we de eerste tests op 100% helderheid, echter met een maximale helderheid van ruim 370 cd/m2 doet dat gewoon pijn aan je ogen. Je zou het als voordeel kunnen ervaren dat hij zo helder kan wanneer je geregeld in een extreem overbelichte omgeving zit, maar er zijn maar weinig real-world scenario’s waar je meer dan 300 cd/m2 nodig zou hebben, zeker voor een game scherm. Oftewel helderheid op 80% (wat grofweg 300cd/m2 is in de witte delen), en testen maar. De eerste test is, los van de helderheid dus, verder op exact de instelling waarmee AOC dit scherm verstuurt: Kleurweergave op ‘warm’, en Gamma op ‘Gamma 1’.

(Fabrieksinstelling (warm) / 80% bright)

De maximale helderheid is dus bewust wat beperkt, maar dat die niets tekort schiet mocht duidelijk zijn. Zwartweergave bij die 80% helderheid komt op een keurige <0,30 cd/m2 wat in een nette contrastwaarde van 1050:1 vertaalt. Gamma is een tikkeltje te ver van de ideale 2,2 verwijderd, de kleurtemp is echter praktisch precies waar hij dient te zijn.

Zetten we het scherm op de preset ‘normal’ (wat dus niet de fabrieksinstelling is) zien we het scherm iets minder helder worden, en de kleurtemp ook een stuk meer afwijken. De standaard ‘warm’ lijkt dus de logische keuze voor de (in de theorie althans) betere weergave.

(Normal / 80% bright)

Omdat de gamma waarde net wat afweek van 2,2 een kleine check met Gamma 2 uitgevoerd (die zat er nog verder af, weet niet wat daar de doelgroep voor is), en ook met Gamma 3: deze kwam met 2,24 netjes in de buurt van waar we horen te zitten.

(Gamma 3)

Het is normaliter zo dat panelen binnen dezelfde batch zich veelal voor een groot deel gelijk gedragen, ondanks dat je van de resultaten van één scherm zeker geen garanties kan krijgen van elk ander scherm. Het zou dus kunnen zijn dat ‘Gamma 1’ bij een ander paneel toch nipt beter is. We moeten het ook niet te complex maken: Theoretisch correct en praktisch prettig zijn niet altijd synchroon, zeker niet voor gamers waar een slimme contrastmodus de voorkeur biedt boven preciezere getallen, en ik vermoed dat sommigen ook de voorkeur aan de iets koudere ‘normal’ setting geven boven ‘warm’. Laat je vooral niet te veel leiden door wat door de kleurfanaten als ‘correct’ wordt bestempeld. Gezien ‘Gamma 3’ echter ‘beter’ leek zijn we daar mee verder gegaan. In het volgende overzicht zie je de verschillen tussen de kleur die je zou moeten zien, en de daadwerkelijk weergegeven kleur.

Let niet te veel op de angstaanjagende rode grafieken, de kalibratie software legt de nadruk op hoger niveau fotografie en is dus zeer streng voor afwijkingen die ook maar op het randje van zichtbaar zitten. Scores onder de drie mag je normaliter zeer goed noemen, de paar ‘4tjes’ zijn ook niet dramatisch, en het gemiddelde van nipt boven de 3 is niet verkeerd. Enkel de rood weergave vertoont een opvallende afwijking, al is het in dat knal rood lastig om de onderlinge verschillen te zien (grote rode delen overheersen per definitie. We zien aan de grijswaardes dat de lichtste delen wel een beetje buiten hun boekje gaan. Toch is het echt geen slecht resultaat, en menig IPS paneel dat het direct uit de fabriek ook niet beter doet.

Maar goed, voor serieuzer foto’s wil je meer precisie, maar gezien AOC een sRGB modus ingebouwd heeft nemen we die ook even mee in de test. Kijken we naar die resultaten dan zien we een iets ander beeld.

Weergave van de kleuren is duidelijk beter in deze stand, met enkel die enkele tint oranje die het grotendeels correct bevonden feestje verstoort. Let wederom niet op de letters 'NOT OK', want een gemiddelde afwijking van 2,59 Delta E is keurig. In de grijswaarden zien we nog wel ruimte voor enige verbetering, en een verschuiven van de afwijking van de lichtste delen naar de mid-grijze delen. Contrast an sich is geen punt, maar de weergave van grijs wijkt ietsje af van ideaal. Met het oog op de praktijk: Iets om je zorgen over te maken voor casual fotografie of welke vorm van all-round gebruik dan ook? Ik denk het niet, maar dat dit geen 1000 euro+ Eizo FS2735 is met een praktisch perfecte fabrieksinstelling moet wel worden vermeld.

Door naar de kalibratie en het kleurbereik.

Een prima score wat het laatste betreft, en we zien ook dat we met een beetje kalibratie-liefde alle resultaten richting ‘perfect’ weten te krijgen. Conclusie: Het paneel kan het dus echt wel nauwkeurig kleurtjes weergeven. En nee, die laatste hoekjes uit het kleurspectrum welke ontbreken mogen eigenlijk geen naam hebben, zelfs met de FS2735 ernaast is dat vanuit de praktijk een lastige om goed te praten.

Uniformiteit : 89% op een volledig wit beeld, met enkel de hoek rechts-boven die ietsje achter blijft, maar deze prestatie mag gerust ‘zeer goed’ genoemd worden, zeker voor een game scherm, maar ook voor een foto scherm zou dat normaliter best netjes zijn. Gemiddelde uniformiteit in alle zones met grijs- en zwarttesten meegenomen komt op 97%, een getal wat beter weergeeft wat je er in de praktijk van merkt: zelden iets tot helemaal niets. Ook de uniformiteit van de kleurtemperatuur is uitstekend. Het zonnetje in het plaatje is de afwijking in de helderheid (op 100% helder-wit om de grootste afwijkingen in kaart te brengen), de T is de afwijking in kleurtemperatuur.

Backlight bleeding dan. Ik bedoel 'welke bleed? Ook hier kunnen we zeggen dat dit AGON scherm op dit vlak tot de betere presteerders behoort.

Je zou je bijna afvragen waarom je –geen- TN paneel zou willen als gamer, maar we komen nu toch echt aan in de test waar TN panelen per definitie door de mand vallen: de kijkhoeken. Eerst bekijken we een horizontale verschuiving:

De kijkhoeken zijn, zoals we konden verwachten, niet bijzonder. Overigens niet iets waar je als fabrikant veel aan kan doen, en een 27” paneel op typische werk afstand is niet groot genoeg dat je er als enkele gebruiker last van hebt als je er recht achter zit (hele grote schermen kan je issues mee ervaren als je bijvoorbeeld naar de hoeken kijkt), maar dat dit het soort scherm is waar je goed/recht achter wil zitten om ze te gebruiken mag duidelijk zijn. Bij kleine verschuivingen die je in de praktijk zal verwachten zien we weinig gebeuren, maar vergroten we de hoeken aanzienlijk (de derde foto zojuist) dan zien we de helderheid (fors) afnemen, en ook de kleurweergave verschuift.

Bij de vertikale beweging eigenlijk hetzelfde beeld. Eerst van beneden, daarna van boven, daarna diagonaal:

Bij een hoek van boven zien we vooral de kleur verschuiven maar het scherm nog altijd flink helderheid vasthouden, bij een hoek van onderen stort de helderheid echter volledig in; je kan zelfs nauwelijks zien vanuit welke hoek we de foto nemen. Ook in de diagonaal resteert weinig van de originele weergave.

Het mag duidelijk zijn dat dit onderdeel iets is waar je goed over na moet denken hoe jij je scherm gebruikt.

Als je de hele review hebt gelezen dan weet je dat de AOC AGON AG271QX hier positief is ontvangen. Met de eerste weekjes gamen, review-foto-werk, en all-round productiviteitsgeneuzel achter de rug is het een overwegend positieve, nee: uitstekende, ervaring met hooguit wat kleine puntjes en overwegingen. AOC zet weer een verdomd knap scherm neer, maar dat we dat konden wisten we al. Wel zijn ze wat aan de late kant met hun gaming line, met de PG278Q inmiddels al weer twee jaar op de markt. Met dat in het achterhoofd dient gemeld te worden dat deze specifieke variant AGON dus geen enorme revolutie teweeg brengt wat gaming schermen betreft: 27” / 1440p / 144Hz is niet nieuw meer, al zitten er wel echt nieuwe ontwikkelingen in de AGON line-up welke we ongetwijfeld binnenkort zullen zien. Wat AOC echter wel weet te brengen met deze AG271QX is een uitstekend gebouwde, goed doordachte, en goed uitgevoerde variant wat 27” 1440p 144Hz schermen betreft, en wat mij betreft is dat nog altijd een gouden combinatie voor gamers, all-rounders, en gewoon tech fanaten zoals onszelf: Veel scherpte, geen scaling issues, veel werkruimte, en een beetje mid-high end GPU kan het prima aansturen. Belangrijker: De AOC AGON AG271QX is ook echt verdomd snel, dat merk je al direct uit de doos, maar met de game modi, overdrive, en de contrast opties tezamen kan je gerust spreken van ultiem gamen; toch wel –de- reden om een scherm als dit te overwegen.

We zien een aantrekkelijke, solide en vooral keurig afgewerkte stalen constructie terwijl kunststof, ook in dit segment, gangbaar is, en tevens een overdaad aan features en aansluitmogelijkheden: DisplayPort voor je dikke game-pc, maar ook twee HDMI aansluitingen voor je consoles of je laptop, en zelfs DVI en VGA zijn van de partij, daar hebben we FreeSync voor te danken gezien G-Sync schermen veelal enkel DP bieden. Verder krijg je een doorlus voor je headset (audio en mic), een schattig hangertje om je headset aan op te hangen, een USB hub, en een afstandsbediening om sneller/eenvoudiger je instellingen aan te passen (al is de OSD met fysieke knoppen ook echt prima), om zo bijvoorbeeld tussen de game- en werk stand te schakelen. De remote is wat eenvoudig, en zal vermoedelijk vaak in een bureaulade verdwijnen, maar net als de markeringen op de (eveneens extreem ruime) verstelopties van het scherm zelf is het een indicatie dat AOC met hun nieuwe AGON line-up wel echt all-out gaat om gamers naar hun toe te trekken; aandacht voor details spreekt hier in elk geval aan. Het enige wat ik vanuit het ontwerp standpunt niet kan begrijpen is de keuze om een aantal presets helemaal dicht te timmeren, zo kan je bijvoorbeeld de (m.i. erg hoge) helderheid van de sRGB modus niet aanpassen, terwijl die juist voor fotowerk de beste kleurweergave biedt. Een vreemde keuze. Positief is wel het aantal presets, met veel game opties, de reeds genoemde sRGB modus, maar ook de low-blue-light optie voor lezen in de avonduren. Dat en het flicker-vrije scherm (geen pwm aansturing dus) helpt de gevoelige oogjes een heel eind.

Het voornaamste minpunt, de matige kijkhoeken, is een gevolg van het paneelkeuze en absoluut een puntje als je veel onder een hoek naar je scherm kijkt (maar even eerlijk: doe je dat echt?). De standaard afstelling is zeer redelijk, goed zelfs voor TN en niet minder dan menig IPS direct vanuit de fabriek, maar zoals bij de meeste panelen het geval is is handmatige kalibratie vereist om aan te tonen dat het paneel wel degelijk in staat is tot zeer accurate kleurweergave. Voor meer casual fotografie kan je met de standaard kit prima uit de voeten en ook scoort het scherm uitstekend op gebied van uniformiteit en contrast, zaken die voor gamers een stuk relevanter zijn. Hoewel er absoluut meer dan genoeg te zeggen valt voor de duurdere IPS concurrenten voor mensen met een drang naar ultiem en weinig oog op budget kan ik mij voorstellen dat er genoeg gamers zijn die hun budget al aardig moeten rekken om tot deze benodigde 500-ish euro te komen, laat staan een nog duurder model kunnen overwegen. Zij hoeven zich echt geen zorgen te maken over matige all-round prestaties (vooral op gebied van kleur) waar game schermen in het lagere segment (de typische 250-300 euro kostende 144Hz 1080p schermen) bekend om staan, maar krijgen ook echt wat moois.

Onderaan de streep biedt de AOC AGON AG271QX een zeer mooie bouwkwaliteit, een overtuigende all-round- en vooral razendsnelle game weergave en een product om van te genieten, iets wat damelief ongetwijfeld de komende periode gaat doen met dit model. Met dit eerste AGON scherm haakt AOC, na lange tijd weinig ‘gamey’ uit te brengen, overtuigend aan bij zijn directe concurrenten, en dat belooft veel goeds wanneer de komende periode de rest van de AGON line-up de andere hoeken van game-monitoren land gaat bedienen.

Enkele hogere res fotos voor de liefhebber, klikken voor de volledige versie:

Terug naar boven

Vergelijk  

Product

Prijs

Excellent AOC Agon AG271QX

AOC Agon AG271QX

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • TN
  • AMD FreeSync
  • 144 Hz
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 1 ms
  • 350 cd/m²
  • 1000 : 1

€ 349,00

12 winkels
0
*

Deze gebruiker heeft nog geen foto's geupload.