Intel onthult Xeon-CPU's op basis van Rocket Lake voor instapworkstations en -servers

5 reacties

Intel heeft na de Rocket Lake-S-chips voor consumenten nu ook de Xeon-versies op basis van dezelfde chip onthuld. Net als de Core-chips zijn ze geschikt voor het LGA1200-socket en maken ze gebruik van de Cypress Cove-cores. Toch zijn er een aantal verschillen.

De nieuwe Xeons voor de mainstream LGA1200-processorvoet dragen de E-2300-naamgeving. Waar de Core-varianten beginnen met twee cores en vier threads heeft het Xeon-basismodel (Xeon E-2314) vier cores en vier threads. De boostkloksnelheden verschillen van 4,5 GHz voor dit model tot 5,1 GHz voor het topmodel met acht cores en zestien threads (Xeon E-2388G). De cpu's met een G-achtervoegsel hebben een actieve geïntegreerde gpu, in de overige chips is dit deel uitschakeld.

Het grootste verschil met de consumentenchips moet de ondersteuning voor de verschillende beveiligingsfuncties zijn. Zo is er ondersteuning voor ecc-geheugen, ditmaal op ddr4-3200-snelheden in plaats van ddr4-2666. Verder heeft de chip een sgx-beveiligingsenclave van 512 MB. De Core-chips hebben deze functie niet, maar het is minder groot dan de Ice Lake-Xeons. Net als bij de consumentenchips is het aantal ondersteunde avx512-instructies beperkt, in tegenstelling tot de Xeon Scalable-chips van de derde generatie (Ice Lake-SP).

Rocket Lake brengt pcie 4.0 naar Intels mainstream platformen. Dit geldt ook voor de Xeon-modellen, die in totaal over 20 pcie 4.0-lanes vanuit de cpu beschikken. De C250-chipset voert bovendien 24 pcie 3.0-lanes uit, hoewel dit beperkt zal zijn tot de x8-bandbreedte tussen de cpu en de chipset.

Bron: Intel

« Vorig bericht Volgend bericht »
0
*