Haal alles uit je wifi: Dit kan je doen om je wifi-netwerk te verbeteren

40 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Technische vooruitgang, maar wanneer?
  3. 3. Klaar voor de start?
  4. 4. Koop zelf een router!
  5. 5. Plaatsen en instellen
  6. 6. Optie 1: Repeater
  7. 7. Optie 2: Powerline
  8. 8. Optie 3: Access points
  9. 9. Optie 4: multiroom-wifi
  10. 10. Conclusie
  11. 11. Reacties

Inleiding

Waar zouden we zijn zonder goede wifi? Nou gewoon thuis, maar dan toch wel met chagrijnige partners, ontevreden kinderen en huisgenoten die je met de nek aankijken. Wij geven je inzicht in hoe je je wifi-netwerk optimaliseert en met een gerust hart thuis kan komen.

Het was het jaar 1997 toen de eerste standaard voor draadloze netwerken werd vastgelegd: 802.11 legacy. Dat was geenszins het begin van de kettingreactie aan gebeurtenissen die ons uiteindelijk het genot van wifi bracht. In feite kan je teruggaan naar grootheden als Heinrich Hertz die in 1887 het bestaan van elektromagnetische golven ontdekte en Guglielmo Marconi die in 1896 als een van de eerste erin slaagde om morse-berichten via de ether te versturen.

Iets dichter bij onze tijd was het de Amerikaanse actrice en uitvindster Hedy Lamarr die een manier bedacht om radiocommunicatie middels frequency hopping te vrijwaren van storing van buitenaf. Samen met componist George Antheil bedacht ze een techniek waarbij er zo vaak van frequentie wordt gewisseld, dat de kans op interferentie nihil is en onderschepping of verstoring van buitenaf haast onmogelijk wordt. Die techniek wordt tot op de dag van vandaag nog steeds gebruikt in praktisch elke draadloze communicatietechniek.


Gebruikster ALOHAnet (bron: www.computerhistory.org)

Begin jaren ’70 van de vorige eeuw waren het enkele wetenschappers van de Universiteit van Hawaii die bij gebrek aan een telefoonnetwerk een eigen draadloze communicatienetwerk - bekend als ALOHAnet - wisten te creëren. Toen de Amerikaanse FCC een decennium later in 1985 de 900 MHz, 2,4 GHz en 5,8 GHz banden vrijgaf, werd er opnieuw een cruciale stap gezet. Daarbij mogen we zeker ook niet de Nederlander Cees Links vergeten. Hij werkte begin jaren ’90 in Nieuwegein voor het Amerikaanse bedrijf NCR aan een draadloos kassasysteem. Enkele jaren later zou al het werk van deze en vele anderen dus samenkomen in 802.11 legacy, waarmee wifi het levenslicht zag.

Inmiddels zijn we zo’n 22 jaar verder en maken we gebruik van de vijfde iteratie met de naam 802.11ac (WiFi 5), terwijl de zesde standaard – 802.11ax (WiFi 6) – op een enkele formaliteit na klaar is om in gebruik genomen te worden. Dat laatste is maar goed ook, want we lopen tegen de beperkingen van 802.11ac aan. Toen de overstap van 802.11n (WiFi 4) naar 802.11ac werd gemaakt was het devies duidelijk: meer bandbreedte door zaken als hogere modulatie, ondersteuning van mu-mimo en bredere kanalen. Dat was toen precies waar de meeste gebruikers op zaten te wachten: meer snelheid voor het meestal op een hand te tellen aantal apparaten dat via wifi was aangesloten.

Al gauw kwamen er echter meer en meer apparaten bij en inmiddels heeft een gemiddeld huishouden meer connected devices dan je op twee handen kunt tellen. Daar zitten ook veel IoT-apparaten bij, zoals bijvoorbeeld bewegingssensoren voor een anti-inbraaksysteem. Dergelijke apparaten hebben niet veel bandbreedte nodig, maar nemen die wel in door de beperkingen van de 802.11ac standaard. De komende jaren zal de trend van steeds meer connected devices volgens alle verwachtingen doorzetten en de verstopping zal zodoende enkel toenemen.

Een eerdere versie van dit artikel verscheen in Hardware.Info Magazine #4/2019. Neem een abonnement op Hardware.Info Magazine om als eerste onze beste, uitgebreidste artikelen te lezen en de gratis publicaties op deze site te steunen.

Technische vooruitgang, maar wanneer?

Wij zijn nu vaak al niet tevreden over onze wifi-netwerken en in de voorzienbare toekomst wordt de uitdaging enkel groter. Daarmee is het optimaliseren van je wifi-netwerk zeker het artikel waard dat thans voor je ligt. Naast handige tips voor optimalisaties die je zelf kunt toepassen, bekijken we eerst nog even wat er in de nabije toekomst aan de technische kant mogelijk zal zijn.

De nieuwste wifi-standaard 802.11ax (WiFi 6) is op enkele formaliteiten na vastgesteld. Tot aan 802.11ac was het vooral een kwestie van meer bandbreedte generen, waarmee technische nadelen zoals het op elkaar wachten van clients gemaskeerd werd. Je hebt immers minder last van een inefficiënte verbinding als deze heel snel is. Door de grote toename van het aantal connected devices is meer bandbreedte alleen niet meer afdoende, het moet vooral efficiënter.

Juist daar komt 802.11ax om de hoek kijken. Het grootste voordeel van WiFi 6 is namelijk niet zozeer de toegenomen snelheid – een 1x1 verbinding gaat van maximaal 867 Mbit/s naar 1200 Mbit/s – maar dat 802.11ax de beschikbare bandbreedte veel efficiënter weet te benutten.


Schematische weergave van OFDMA (Bron: Intel)

Dat doet het op verschillende manieren, waarvan OFDMA misschien wel de belangrijkste is. Orthogonal Frequency Division Multiple Access is een techniek die al langer bij 4G verbindingen gebruikt wordt. Hiermee kan elk kanaal opgedeeld worden in verschillende delen. Zo kunnen de apparaten die weinig bandbreedte behoeven een specifiek stukje van de frequentie toegewezen krijgen in plaats van een heel kanaal bezet te houden. OFDMA maakt wifi op basis van de 802.11ax standaard dus vooral heel veel efficiënter.

Een ander noemenswaardige verbetering is mu-mimo. We kenden deze techniek al van 802.11ac Wave 2, maar dit zal bij WiFi 6 zowel in de down- als uplink beschikbaar zijn. Bovendien wordt het aantal beschikbare streams verdubbeld van 4 naar 8. Met mu-mimo maak je optimaal gebruik van de beschikbare bandbreedte, doordat het de router in staat stelt om meerdere clients tegelijk aan het woord te laten.

Inmiddels kunnen we voorzichtig gebruik gaan maken van de nieuwe 802.11ax (WiFi 6) standaard die uiteindelijk een deel van de moeilijkheden waar we bij 802.11ac op stuiten kan ondervangen. De vraag is wel wanneer we echt de voordelen gaan ervaren, want hoewel er de nodige 802.11ax routers en AP’s zijn, blijft het aantal clients met ondersteuning voor WiFi 6 nog achter. Intels AX200 adapter kwam kort voor het ter perse gaan van dit magazine beschikbaar, notebooks die hier gebruik van maken komen in de tweede helft van dit jaar op de markt. Uiteraard is alle 802.11ax apparatuur backwards compatible, maar om te profiteren van zaken als OFDMA en mu-mimo in down- en uplink richting heb je WiFi 6 clients nodig.

Wanneer deze breed beschikbaar zijn en dan liefst ook enigszins betaalbaar, blijft koffiedik kijken. Het zal wel even duren voordat ‘WiFi 6’ de standaard is in de meeste apparaten, voorlopig zullen we nog even het maximale uit 802.11ac moeten halen.        

Klaar voor de start?

Voordat we echt in de materie duiken en de verschillende mogelijkheden om je wifi te optimaliseren uitgebreid aan bod komen, moeten we eerst even stilstaan bij de randvoorwaarden. Om een wifi-netwerk te creëren waar jij en alle andere gebruikers tevreden over zijn heb je natuurlijk in ieder geval een verbinding nodig die voldoende bandbreedte biedt. Check dus om te beginnen of je huidige abonnement past bij jouw gebruikersprofiel of dat van je huishouden.

Niet iedereen zal een glasvezel-abonnement met 500 Mbit/s up en down nodig hebben. Behoor je tot het selecte groepje powerusers dat hier baat bij heeft, is het fijn dat de mogelijkheid bestaat. Hoor je hier niet bij, dan kan je met minder toe en ben je onder de streep goedkoper uit. Het wemelt op internet van de vergelijkingssites waar je op basis van je postcode kan nagaan met welk specifiek kabel-, dsl-, of glasvezel abonnement je hebt beste af bent. Het kan ook lonen om af en toe even een speedtestje te doen, waarmee je inzicht in de werkelijke snelheid van je huidige verbinding krijgt.

Koop zelf een router!

Als je eenmaal hebt vastgesteld dat je een internetabonnement hebt dat past bij jouw specifieke behoeftes en gebruik is het tijd om de volgende stap te zetten. Dan hebben we het direct over een cruciale stap: schaf zelf een router aan. Van elke provider krijg je bij het afsluiten van het abonnement een apparaat thuisgestuurd dat zowel als modem en router fungeert. De modem-functie van de provider-modem is technisch gezien weliswaar inwisselbaar voor een modem(router) van eigen keuze, maar dat zouden we niet zonder meer aanraden.

D-Link DIR-882
D-Link DIR-882

Om dit voor elkaar te krijgen is een tijdrovend proces waarbij je op enig moment afhankelijk bent van de goodwill van je provider en daar kun je wat dit betreft meestal niet op rekenen. Providers zijn namelijk niet verplicht jou de informatie te verstrekken die je hiervoor nodig hebt en willen liever dat je de meegeleverde modem gebruikt. Er was lang sprake van het vrijgeven van deze keuze en mede dankzij bemoeienis van de EU is dit in verschillende Europese landen ook al het geval.

In Nederland is de vrijerouterkeuze in 2017 en 2018 door de overheid onderzocht middels een openbare raadpleging. Afgelopen maart maakte staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat Mona Keijzer bekend de zogenaamde beleidsregel netwerkaansluitpunt niet uit te gaan voeren. Deze beleidsregel moet definiëren waar het netwerk van de provider eindigt en het netwerk van de gebruiker begint. Zonder deze definitie kan de routerkeuze niet vrijgegeven worden. Keijzer motiveerde haar keuze door te wijzen op een Europese richtlijn die eind 2018 is ingegaan, die volgens de staatssecretaris stelt dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) hier over gaat.

Of en wanneer de ACM met een besluit komt is niet bekend. Het vrijgeven van de routerkeuze in Nederland lijkt zodoende ver weg en de meeste providers zullen voorafgaand aan een wettelijke verplichting niet van plan zijn jou op dit punt verder te helpen. Wat betreft de modem zit je voorlopig dus meestal vast aan de keuze van de provider, maar dit geldt niet voor de router.

De router-functie is in de modemrouter die je van je provider krijgt namelijk gewoon uit te schakelen. Daarvoor moet je het providervehikel in bridgemodus zetten. Over het algemeen is dat niet ingewikkeld en als je er niet uitkomt moet de klantenservice van je provider je zeker verder kunnen helpen. In bridge modus zendt de modemrouter geen draadloos netwerk meer uit. Enkel de eerste lan-poort geeft nog een signaal door. Op deze lan-poort sluit je simpelweg je eigen router aan via de wan-poort.

Waarom is een eigen router aansluiten bijna altijd een goed idee? Dat is in feite gewoonweg een kwestie van kosten en baten. Omdat providers in Nederland zelf bepalen welke modemrouter ze jou geven, kiezen ze overwegend voor goedkope oplossingen. Deze apparaten worden vaak ook gerecycled naar nieuwe klanten. De kans is aanwezig dat je een modemrouter uit de late steentijd thuisgestuurd krijgt, die vooral betaalbaar is en niet zo zeer geselecteerd op basis van prestaties.

Als gebruiker loont het zodoende eigenlijk altijd de moeite om te kijken naar een eigen router die de basis van je wifi-netwerk zal zijn. Op onze website vind je naast de nodige single product reviews, grotere vergelijkende tests en koopgidsen waaruit je de voor jou ideale router kan destilleren. De komende tijd zullen daar zeker de nodige bijkomen, aangezien we recent onze testopstelling vernieuwd hebben en het testwerk naar een kooi van Faraday hebben verplaatst. De komende periode gaan we alle nog courante routers en multiroom wifi-systemen hertesten en rangschikken. Houdt de website dus goed in de gaten!

Plaatsen en instellen

Als je eenmaal een geschikte router hebt gevonden is het belangrijk om nog even stil te staan bij de plek waar deze komt te staan. Net als bij onroerend goed is de locatie waar de router zich bevindt enorm belangrijk. Idealiter staat het apparaat in het midden van je huis en zo vrij mogelijk van andere apparaten en voorwerpen. Een router in een (meter)kast zetten, in een dood hoekje in de kelder of tussen stalen objecten is zeker niet aan te raden, al ben je op dit vlak vaak genoodzaakt concessies te doen.

Als je de router eenmaal op de juiste plek staat – of daar waar het ding nu eenmaal moet staan – kan het zeker de moeite lonen om eens te graven in de instellingen. Om te beginnen is het zaak om te kijken naar de kanalen waarop de router op de 2,4 GHz en 5 GHz band uitzendt. Het is niet in elk land exact gelijk, maar voor Nederland geldt dat de 2,4 GHz band bestaat uit 13 (20 MHz brede) kanalen die elkaar deels overlappen met uitzondering van kanaal 1, 6 en 11. De 5 GHz band bestaat uit 19 (20 MHz brede) kanalen die elkaar niet overlappen. Bedenk wel dat slechts vier kanalen - 36, 40, 44 en 48 – buiten de Dynamic Frequency Selection, oftewel de DFS-range vallen. Kanalen die in de DFS-range vallen kan je router gebruiken totdat er bijvoorbeeld een radarstation op moet; dan moet de router van kanaal wisselen. 

De meeste routers kiezen automatisch een kanaal, maar hoe goed ze dat doen, hoe vaak ze opnieuw kijken en welke criteria ze gebruiken is lastig te achterhalen. Het kan daarom zeker geen kwaad om zelf een kanaal te selecteren. Daarbij hebben in theorie kanaal 1, 6 en 11 de beste papieren, maar kijk gerust ook even hoe het in jouw specifieke omgeving gesteld is met ether. Voor Android zijn er legio apps beschikbaar in de Play Store waarmee je het luchtruim om je heen kan doormeten en de minst bezette kanalen kan achterhalen.  


Overzicht van de beschikbare kanalen op de 5 GHz band

Daarbij is er nog een factor waar je potentieel winst mee zou kunnen boeken: het aanpassen van de kanaalbreedte. De standaardeenheid is daarbij 20 MHz. Daar hoef je je echter niet aan te houden. Onder de 802.11ac standaard kun je op de 2,4 GHz band door middel van channel bonding ook gebruik maken van 40 MHz brede kanalen, op 5 GHz behoren zelfs 80 en 160 MHz brede kanalen tot de mogelijkheden. Hoe meer ruimte hoe meer data erover heen kan, dus hoe sneller zou je denken. Dat is ook wel zo, maar dat is niet het hele verhaal.

Wanneer je de kanalen waar de router op uitzendt verbreedt houdt deze minder uitwijkmogelijkheden over wanneer er interferentie optreedt. Immers, de 5 GHz band biedt 19 kanalen van 20 MHz, of 9 kanalen van 40 MHz, 5 kanalen van 80 MHz of 2 kanalen 160 MHz breed. Als de drukte toeneemt – en dat doet het buiten de hutjes op de hei overal – wordt de kans dus groter dat de router met al te brede kanalen zonder uitwijkmogelijkheden komt te zitten en er onherroepelijk vertraging optreedt. Zeker op de 2,4 GHz band die overvol is loont het niet per definitie om bredere kanalen te gebruiken. 160 MHz brede kanalen op 5 GHz raden we overigens ook af, aangezien de uitwijkmogelijkheden dan zo beperkt zijn dat de kans op vertraging erg groot wordt – 80 MHz is breed zat.

Wat voor jouw situatie de beste oplossing is zal je in de praktijk moeten uitvinden. Het kan zeker geen kwaad om een middagje wat andere kanalen te proberen en eens naar bredere kanalen te kijken en om je router op een iets strategischer plek te positioneren. Zoals gezegd geeft een speedtest of wifi analyse-app een hoop nuttige informatie. Dat blijft een momentopname, maar als je hoge snelheden noteert kan je de nieuwe opstelling een tijdje houden en bekijken of het een echte verbetering is. 

Als je dan je eigen router goed geplaatst hebt en naar wens ingesteld kan het zijn dat je nog steeds niet geheel tevreden bent. Zeker als je wat groter woont in een huis met meerdere verdiepingen of graag in de tuin een wifi-verbinding voltrekt zijn er nog een aantal andere opties.

Optie 1: Repeater

Wanneer je naar prijzen kijkt, lijkt het aanschaffen van een wifi-repeater op het eerste gezicht een aantrekkelijke optie. Voor een paar tientjes heb je al een repeater die belooft je wifi-netwerk tot in de uiterste krochten van je huis te brengen. Bovendien is de installatie kinderlijk eenvoudig: je stopt de repeater in een vrij stopcontact waar je voorheen een slechte wifi-ontvangst had, even verbinden met je huidige netwerk en klaar.


AVM Fritz!Repeater 3000

Dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn en je raadt het al, dat is het dus ook. Wifi-repeaters hebben over het algemeen één groot nadeel, namelijk dat ze de beschikbare bandbreedte halveren. Een repeater ontvangt van de router het wifi-signaal en stuurt het vervolgens als een tweede netwerk uit. Helaas kunnen de meeste repeaters enkel of zenden of ontvangen, maar niet allebei tegelijkertijd. Bij het repeater-netwerk hou je zodoende maximaal de helft over.

Inmiddels zijn er ook repeaters op de markt die dit nadeel niet hebben. Zo heeft AVM bijvoorbeeld de FRITZ!Repeater 3000 in het assortiment en Netgear de EX8000. Dit zijn tri-band apparaten met een gereserveerde band voor de communicatie met de router, waardoor de bandbreedte niet direct gehalveerd wordt. Uiteraard zijn dit dan weer niet de meest goedkope oplossingen binnen deze productgroep. Ze kosten al gauw 130 tot 160 euro.


Netgear Nighthawk EX8000 X6S

Optie 2: Powerline

In elk Nederlands huis loopt een uitgebreid netwerk van koperdraden die her en der uitmonden in een stopcontact. Dit netwerk van kabels is niet enkel geschikt voor het transport van elektriciteit, je kunt er ook prima data overheen sturen.

Powerline adapters bestaan meestal uit een basisstation met één of meerdere steunpunten, met al dan niet een wireless access point. Het basisstation verbind je via een ethernetkabel met de router en plug je vervolgens in een vrij stopcontact. Diverse powerline adapters hebben een ingebouwd stopcontact zodat je geen aansluitpunt verliest, meestal aangeduid in de productnaam met de ‘P’ van passthrough. De steunpunten kunnen vervolgens elders in je woning op strategische plekken geplaatst worden.

Dat is overigens ook weer een kwestie van proberen. De kwaliteit van de verbindingen via powerline zijn namelijk behoorlijk afhankelijk van het aanwezige stroomnet. Daarvan valt van te voren niet precies te zeggen hoe het met de kwaliteit zit en hoe de kabels precies lopen. Het kan daarom zomaar zijn dat het ene stopcontact betere prestaties biedt dan het andere.


Devolo Magic 2

Veruit de meeste powerline sets die te koop zijn maken gebruik van de HomePlug AV2 standaard van de HomePlug Alliance. Deze standaard garandeert product- en fabrikantoverstijgende compatibiliteit en diverse mogelijkheden om het maximale uit de techniek te halen. Er zijn ook nog sets te koop die gebaseerd zijn op de originele HomePlug AV standaard, maar die zouden we links laten liggen. Een plausibeler alternatief zijn de Magic powerline sets van Devolo, die op de G.hn standaard zijn gebaseerd.

Binnen de HomePlug AV2 standaard zijn er vier verschillende snelheden beschikbaar: 600, 1000, 1200 en 2000 Mbit/s. Deze getallen geven eerder een indicatie van de klasse dan van de snelheid die je daadwerkelijk zal behalen. Net als bij wifi betreft het hier theoretische snelheden, waarbij geen rekening wordt gehouden met overhead. In de praktijk moet je eerder rekenen op de helft met nog eens 10 à 20 procent eraf.

Verder moeten we niet vergeten dat hoewel de installatie van powerline kinderspel is, de werking dat zeker niet is. De processor in een powerline adapter moet er met brute rekenkracht voor zorgen dat het datasignaal wordt gemoduleerd naar een andere frequentie, zodat het niet gestoord wordt door het 50 Hz-signaal van de stroom. Op de hoogfrequente draaggolf worden met behulp van qam-codering datablokken geplaatst en – indien er een aardedraad beschikbaar is – ook nog mimo toegepast. Het opsplitsen, coderen, decoderen en samenvoegen kost een significante hoeveelheid rekenkracht. Rekenkracht kost geld en daarmee zit je al gauw op 100 euro voor een goed presterende powerline 2-pack.

Optie 3: Access points

Wanneer powerline je om wat voor reden dan ook niet aanspreekt is er een alternatief dat vanuit de oogpunten van de kwaliteit en betrouwbaarheid van het netwerk een uitstekende optie is: het plaatsen van access points. Met AP’s kun je je netwerk tot overal in en rondom je huis brengen, zonder verlies van bandbreedte. Bovendien kan je de boel zo configureren dat de router en de acces points één netwerk vormen waarbij clients automatisch verbinding maken met het meest gunstige toegangspunt.


TP-Link EAP225 Outdoor

Ook hier kleven echter enkele praktische zaken aan die mogelijk nadelig zijn. In de eerste plaats moeten access points bedraad aangesloten worden. Dat betekent dus draden trekken door je huis, met alle klusmatige consequenties van dien. Daar moet je maar net zin in en de mogelijkheid voor hebben. Daarbij is de configuratie van AP’s ingewikkelder dan powerline adapters of wifi-repeaters. Ook zijn ze niet direct goedkoop. Wil je een beetje nette 802.11ac AP – eerder dit jaar testten we er negen – dan ben je zo honderd euro kwijt.    

Optie 4: multiroom-wifi

In het niet ondenkbare geval dat de eerste drie opties je niet bevallen is er nog een vierde mogelijkheid. Multiroom wifi of mesh-systemen winnen de laatste twee jaar gestaag aan populariteit en dat is niet voor niets.


Netgear Orbi RBK53

In de eerste plaats belooft multiroom wifi qua bandbreedte dezelfde voordelen als bedrade access points. Meestal bestaan de standaard kits uit twee of drie apparaten, desgewenst uitbreidbaar met meer nodes, zoals dat in jargon heet. Het mesh-netwerk wordt opgezet door een routerunit – soms is dit een aparte node, soms zijn alle nodes inwisselbaar – en één of meerdere steunpunten. Alle nodes kunnen tegelijkertijd verzenden en ontvangen en zijn met alle andere nodes in het netwerk verbonden. Door slimme softwarematige aansturing kan altijd de snelste en meest betrouwbare route voor dataverkeer gevonden worden, zelfs als er een node wegvalt.

Daarbij zijn multiroom wifi-systemen bijna altijd gericht primair gericht op toegankelijkheid. Installatie is daardoor vaak een fluitje van een cent. Daar betaal je vaak wel enigszins een prijs voor in de vorm van beperkte functionaliteit in de interface. Ook zijn de beschikbare aansluitingen vaak behoorlijk Spartaans. Bij het overwegen van een multiroom wifi-systeem is het belangrijk om te beseffen dat er twee smaken zijn: met of zonder een dedicated backhaul. Een dedicated (of soms dynamische) backhaul is een aparte radioverbinding voor de nodes onderling, waardoor de andere radio volledig voor het netwerkverkeer beschikbaar is.


TP-Link Deco M4

Uiteraard levert dit, met name in drukke omgevingen met veel netwerkverkeer, de nodige snelheidsvoordelen op. Dit zie je ook duidelijk terug in de prijs. Mesh-systemen met een dergelijke backhaul zijn significant duurder (300 euro en meer voor een 3-pack) dan modellen zonder een aparte radio voor het verkeer tussen de nodes (vanaf 150 euro voor een 3-pack). Voor een gedetailleerder overzicht verwijzen we je graag naar de vergelijkende test die we eerder publiceerden. In het aankomende magazine, #5-2019, testen we maar liefst 18 courante mesh-systemen op een nagelnieuwe testopstelling.

Conclusie

Heb je te maken van dekking- en of snelheidsproblemen in je huidige wifi-netwerk, dan zijn er behoorlijk wat mogelijkheden om daar iets aan te doen. In de eerste plaats is er natuurlijk de nieuwe 802.11ax standaard. Dat WiFi 6 onze wifi-netwerken op termijn enorm zal verbeteren staat buiten kijf, maar in de voorzienbare toekomst zullen we het toch vooral met het vertrouwde 802.11ac moeten doen.

We hebben gezien dat er ook met onze huidige infrastructuur genoeg winst te halen valt. Met een passend abonnement, een goede eigen router die op de juiste wijze gepositioneerd en ingesteld is ben je al een heel eind op weg. Mocht je dan alsnog wat te wensen over hebben zijn er ruwweg vier opties: multiroom wifi, access point, powerline en repeaters.

Wat ons betreft zal in de meeste gevallen een multiroom wifi-systeem de meest begeerlijke optie zijn. Draadloze access points zijn mits je geen bezwaar hebt tegen het trekken van kabels een uitstekend alternatief. Powerline kan in specifieke gevallen eveneens een goede optie zijn. Een wifi-repeater zouden we niet snel aanraden – als je die al overweegt, neem dan een tri-band mesh-exemplaar die je bandbreedte intact laat.

0
*