Alles wat je moet weten over werkgeheugen

79 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Generatie
  3. 3. ECC en (unregistered) geheugen
  4. 4. Dual, triple en quad channel
  5. 5. Geheugengrootte
  6. 6. Snelheid
  7. 7. De latency paradox
  8. 8. Meer latency's
  9. 9. XMP en compabiliteit
  10. 10. Conclusie
  11. 11. Reacties

Inleiding

Hoewel we inmiddels redelijk op ddr4 zijn gestandaardiseerd, is de keuze aan geheugenmodules ook binnen deze standaard immens. Van kloksnelheid tot latency, er is een keur aan keuzemogelijkheden. Waarop moet je letten bij aanschaf van geheugen? Zeker nu het behoorlijk aan de prijs is, is dat een vraag die we met dit artikel graag voor je beantwoorden.

Eerder toonden we met de nodige tests aan dat het werkgeheugen dat je kiest een bescheiden maar aantoonbare invloed kan hebben op de prestaties van je systeem – in games, maar ook in andere software. Dat gaat nog wat sterker op voor AMD’s Ryzen–processors dan voor die van Intel, maar ook bij laatstgenoemde is de invloed van sneller geheugen aantoonbaar. Echter, waar moet je nou nog meer op letten als je eenmaal besloten hebt een kit ddr4-3000 of sneller te kopen? Wat voor specificaties zijn er nog meer, en wat is tegenwoordig een goede latency? En welke van de vele andere aspecten van een kitje zijn van invloed op verschillende workloads? Genoeg vragen dus, tijd om daar eens antwoord op te geven.

De basis

Daarvoor gaan we eerst even back to basics. Wat is werkgeheugen? Hoewel door leken vaak op een berg gegooid met ‘opslaggeheugen’, is het werkgeheugen een afzonderlijk en noodzakelijk component om je pc te laten functioneren. In dit tijdelijke, vluchtige (de informatie verdwijnt als de stroom wegvalt) geheugen wordt data opgeslagen die snel beschikbaar moet zijn. Waar steeds meer functionaliteit op een moederbord wordt geïntegreerd, van geluids- en netwerkkaarten tot in de processor ingebouwde videokaarten, is geheugen nog altijd een afzonderlijk onderdeel op het moederbord. Dat krijgt de vorm van een mini-printplaatje – geheugenmodule – waarvan je er minimaal één nodig hebt om de andere componenten überhaupt te laten functioneren. Twee stuks is nog beter, omdat de meeste moderne processors beschikken over dual-channel geheugencontrollers, die zo twee geheugenkanalen parallel kunnen aansturen.

Ondanks de cruciale rol van werkgeheugen, onderschatten velen het belang. Zolang er maar wat in zit met voldoende capaciteit, komt het goed, zo is de gedachte. Tot op zekere hoogte is dit ook waar: de rest van je hardware zal meestal functioneren en stabiel werken. Toch is dat geen zekerheid: geheugencompatibiliteit is beslist iets om aandacht aan te besteden bij aanschaf van een nieuw systeem, en een aspect waar moederbordfabrikanten zelf niet altijd evenveel aandacht aan besteden.

Zeker bij het nieuwere AMD-platform iets om rekening te houden, maar ook bij Intel kan het misgaan, zeker als je kiest voor modules met een hoge capaciteit. Daarnaast kan je door gebrek aan aandacht voor het gekozen werkgeheugen prestaties laten liggen. Dat wil je als hardwareliefhebber natuurlijk niet: voor je zuurverdiende centen wil je toch de maximale prestaties uit je gekochte hardware persen? Tijd om de belangrijkste aspecten van ram langs te gaan, zodat jij aan het eind van dit artikel een overzicht hebt over alle zaken waar je op moet letten.

Generatie

Ten eerste is er de generatie van het werkgeheugen. Vandaag de dag is het in 2012 geïntroduceerde ddr4 verreweg de meest gangbare versie voor nieuwe hardware. Toch zijn er bij mensen thuis ook nog genoeg systemen te vinden die van ddr3 gebruik maken, zoals de populaire Intel Haswell-generatie en AMD’s FX-serie. Ddr4 is simpelweg een evolutie van het uit 2007 stammende ddr3, net zoals ddr3 een evolutie was van ddr2.

Echt grote stappen hebben we sinds de overgang naar ‘double data rate’ niet meer gezien. Kort gezegd maakt ddr4 wederom een hogere snelheid mogelijk en daarmee meer bandbreedte, bij een lagere spanning op de modules, met als voornaamste keerzijde dat de latency’s weer wat toenemen.

Generatie Klokfrequentie (MHz) Naamgeving
DDR 166,5 MHz DDR-333 / PC-1600
DDR 200 MHz DDR-400 / PC-3200
DDR2 333,5 MHz DDR2-667 / PC2-5333
DDR2 400 MHz DDR2-800 / PC2-6400
DDR3 666,5 MHz DDR3-1333 / PC3-10600
DDR3 800 MHz DDR3-1600 / PC3-12800
DDR4 933 MHz DDR4-1866 / PC4-14900
DDR4 1066,5 MHz DDR4-2133 / PC4-17000
DDR4 1200 MHz DDR4-2400 / PC4-19200
DDR4 1333 MHz DDR4-2666 / PC4-21333
DDR4 1600 MHz DDR4-3200 / PC4-25600

De processor moet ondersteuning hebben voor deze standaard in de geheugencontroller. In de regel is er ondersteuning vanuit de controller voor één standaard, maar er zijn voorbeelden van geheugencontrollers die meerdere ondersteunen. Intels Skylake-processors ondersteunen bijvoorbeeld zowel ddr3 als ddr4, en bij AMD’s Phenom II- en Athlon II-processors werden ddr2 én ddr3 ondersteund. De huidige generatie processors van Intel kan echter niet overweg met ouder geheugen.

Ddr4 verschilt fysiek van formaat met ddr3; hoewel de modules even lang zijn, hebben ze een inkeping op een andere plaats. Standaard zijn ze ook 0,9 mm hoger, maar van dat verschil zal je in de praktijk weinig merken. De inkeping op een andere plaatst voorkomt dat je per ongeluk een module in een verkeerd slot steekt. Ook zonder inkeping in het slot zou dat niet werken, want ddr4 telt 288 ‘pinnen’ oftewel verbindingspunten, versus 240 bij ddr3. Net als eerder zijn er twee form factors, voor desktops dimm oftewel dual inline memory modules, en voor mini-pc’s en laptops sodimm, waarbij ‘so’ voor small outline staat.

Single-sided en dual-sided

Een ander zichtbaar verschil is er tussen modules met chips aan één kant (single-sided) en chips aan twee kanten (dual-sided). De hoogste capaciteit modules zijn altijd dual-sided. In het verlengde hiervan is er nog de kwestie of een module single-rank of dual-rank is. Bij single rank geheugen heeft de module één set chips die als geheel te benaderen valt, terwijl bij dual rank er twee sets bij elkaar zitten die niet tegelijkertijd toegankelijk zijn. In de praktijk is het zo dat een single sided geheugenmodule ook single rank is, en een dual sides module ook dual rank.

Voor overklokken geeft een single rankmodule het meeste kans op succes, voor de grootste hoeveelheid geheugen ben je juist bij dual sided en dus dual rank beter uit. Voor de compatibiliteit maakt het voor de meeste toepassingen tegenwoordig niet meer uit, maar controleer dit wel altijd in de handleiding van je moederbord (of laptop) voordat je tot aanschaf over gaat – soms worden modules met hoge capaciteit chips niet ondersteunt, in welk geval je beter voor dual-sided kunt kiezen, en soms kan er een probleem zijn met het aansturen van dual-rank, als je alle sloten op het moederbord vult.

Een niet zichtbaar, maar belangrijk fysiek kenmerk ten slotte: ddr4 werkt standaard op 1,2 volt, maar er is ook een high-voltage variant van 1,35 volt en een low voltage versie van 1,05 volt.

ECC en (unregistered) geheugen

Complexere, duurdere geheugenmodules beschikken over een register dat tussen de geheugenchips en de geheugencontroller zit. Dit register is als het ware een soort buffer, die ervoor zorgt dat een systeem meer geheugenmodules kan adresseren dan wanneer dit register niet aanwezig zou zijn.

Dan is er nog geheugen met foutcorrectie. Voor consumenten is deze functionaliteit ongewoon, maar voor professionele systemen in bijvoorbeeld de wetenschappelijke of financiële sector is ecc (error correcting code) van belang om datacorruptie tegen te gaan. Door externe factoren zoals straling is het mogelijk dat de transistors in geheugenmodules spontaan kunnen wisselen van 0 naar 1 of andersom. Bij ecc worden extra bits gebruikt om te bepalen wat de waarde van een rij zou moeten zijn, waarbij een ecc bit een berekening is van de data bits in de geheugenchip. Deze berekeningen worden op een negende chip op de module neergezet voor het controleren en corrigeren van geheugenfouten.

Dual, triple en quad channel

Elke ddr3- en ddr4-geheugenmodule wordt door moderne processors gebruikt als een 64-bit geheugenkanaal. Op het moment dat je twee modules tegelijkertijd gebruikt, werkt je processor dus met twee 64-bit kanalen. Standaard staan deze kanalen los van elkaar, en de cpu kan ze via de geheugencontroller niet tegelijkertijd aanspreken. Een dual-channel controller en -opstelling verhelpt deze beperking. Hiermee worden beide modules opgenomen in een pool.

Ganged en unganged

Oorspronkelijk was het idee van dual-channel geheugen om te functioneren als een enkel 128-bits geheugenkanaal, de zogenaamde ‘ganged’ modus. Omdat de prestatiewinst hiervan in consumententoepassingen minimaal bleek, wordt dual-channel geheugen tegenwoordig in ‘unganged’ modus gebruikt. Daarmee kunnen beide kanalen tegelijkertijd en onafhankelijk van elkaar gebruikt worden.

De unganged mode is daarmee beter geschikt voor multi-core processors. Het voordeel van dual-channel is dat de totale geheugenbandbreedte nagenoeg verdubbelt: er kan (en moet!) immers naar beide geheugenreepjes tegelijkertijd worden geschreven en vanaf gelezen worden. Dual channel geheugencontrollers zijn tegenwoordig dan ook redelijk standaard, alleen de allereenvoudigste processors hebben een enkelvoudige controller. Overigens is het niet zo dat een dual-channel opstelling de totale systeemprestaties verdubbelt – verre van.

Multichannel

In de praktijk zien we een prestatieverschil van omstreeks tien procent, in veel gevallen zelfs minder. Vooral geïntegreerde videokaarten zonder eigen videogeheugen profiteren van de extra bandbreedte van een dual-channel opstelling. Triple- en quad-channel controllers borduren voort op hetzelfde principe: drie en vier modules functioneren als één pool, wat de geheugenbandbreedte verder vergroot.

Ondersteuning voor triple- en quad-channel geheugen zien we tegenwoordig nog steeds exclusief op high-end processors, zoals AMD Ryzen Threadripper en Intel Skylake-X. De prestatiewinst die we daar zien is zeer beperkt; in onze tests vorig jaar zagen we amper voordeel van vier boven twee geheugenkanalen. In combinatie met mainstreamprocessors wegen die voordelen zeker niet op tegen de nadelen.

De cpu-die van een Raven Ridge-processor, met de geheugencontroller links bovenin.

Complexiteit

De grotere en complexere geheugencontroller drijft niet alleen de prijs van de processor op, maar meer geheugenkanalen betekent ook een complexer en dus duurder moederbord – los van de noodzaak minimaal in vier modules te investeren. Tenzij je dus om andere redenen investeert in een high-end platform, zouden we quad-channel geheugen niet aanraden.

Daar moeten we ook nog bij vermelden dat je bij gebruik van een Kaby Lake-X processor op Intels huidige high-end platform ondanks de aanwezigheid van voldoende geheugenslots toch beperkt zal zijn in het aantal kanalen – dat wordt immers door de processor bepaald, en alleen Skylake-X exemplaren bieden er vier op X299-moederborden.

Geheugengrootte

Genoeg achtergrond, laten we beginnen met zaken waarin je keuzes kunt maken, en dus op moet letten bij aanschaf. Te beginnen met de hamvraag: hoeveel werkgeheugen heb je nodig? Te weinig werkgeheugen betekent dat de vaste opslag moet bijspringen voor tijdelijke opslag en hoewel dat met een ssd minder tenenkrommend traag is dan met een harde schijf, is het een merkbare achteruitgang. Bij voorkeur neem je dus voldoende geheugen om dat scenario te voorkomen. Meer is beter, maar tegelijkertijd is het zonde om geld uit te geven aan geheugen dat nooit benut zal worden. Hoeveel je precies nodig hebt, hangt dan ook af van de software die je draait.

Basistaken

Anno 2018 zien we op moderne besturingssystemen een minimum van 4 GB geheugen. Met nog minder kan je weliswaar opstarten, maar je loopt rap tegen de limieten aan: een paar tabbladen openen in de browser zorgt er al voor dat de bovengrens is bereikt. Met 4 GB kun je redelijk uit de voeten voor eenvoudige taken als tekstverwerking, emailen, (video) bellen en licht browsen.

Aan de slag

Moderne browsers zijn notoire geheugenslurpers, dus als je graag tientallen tabs open hebt staan, is 8 GB werkgeheugen al een betere optie. Daarmee voorkom je dat bij het wisselen tussen de tabbladen elke pagina weer opnieuw geladen moet worden. Met 8 GB kun je niet alleen beter browsen en multitasken, ook gamen gaat een stuk beter. Speel je enkel oude klassiekers, dan maakt het niet zoveel uit, maar de nieuwste triple-A games draaien een heel stuk soepeler met 8 GB ram dan met 4 GB. Ook kunnen we met deze geheugenhoeveelheid al aanmerkelijk prettiger werken met programma’s als Photoshop, InDesign, Illustrator, Premiere Pro en nog meer soortgelijke opties.

Intensief gebruik

Echter, voor die toepassingen is 16 GB een aanmerkelijk prettiger hoeveelheid. Dat is ook de hoeveelheid die we momenteel zouden aanraden voor fervente gamers en intensieve gebruikers – draai je veel programma’s tegelijk, en zijn dat ook nog eens veeleisende toepassingen, dan doe je jezelf een plezier met 16 GB werkgeheugen.

Zwaar geschut

Om voor het zwaardere geschut, zoals professionele workloads in Adobe-programma’s – met name After Effects, goed te kunnen werken, is 32 GB toch wel echt aan te raden. Helaas is dat momenteel een behoorlijke investering, maar wel een die zichzelf in werkplezier terugbetaalt.

Snelheid

Wanneer we het over de snelheid van werkgeheugen hebben, hebben we het primair over de doorvoersnelheid van data tussen de processor en het werkgeheugen. Oftewel, de snelheid waarmee een geheugenmodule data kan verwerken. Net als met de hoeveelheid geheugen, heb je bij de snelheid het liefste zoveel mogelijk.

Echter, hierbij is het nog veel meer van belang om je af te vragen wat in de praktijk nog (financieel) zinnig is. Er is namelijk sprake van afnemende opbrengsten. Voordat we daarop in gaan, iets over de eenheid waarin de snelheid wordt uitgedrukt. Dat gebeurt met een getal, dat in de praktijk vaak wordt gelijkgesteld aan kloktikken in megahertz, maar feitelijk gaat het om megatransfers per seconde: MT/s. Ddr4-2400 is in staat tot 2400 megatransfers per seconde, wat wil zeggen dat de module 2,4 miljoen operaties per seconde kan afhandelen. De werkelijke kloksnelheid van ddr werkgeheugen bedraagt echter de helft van het aantal megatransfers. Per kloktik krijgt ddr (dual data rate) immers twee operaties gedaan.

Generatie Klokfrequentie (MHz) Snelheid (MT/s) Naamgeving
DDR 166,5 MHz 333 MT/s DDR-333 / PC-1600
DDR 200 MHz 400 MT/s DDR-400 / PC-3200
DDR2 333,5 MHz 667 MT/s DDR2-667 / PC2-5333
DDR2 400 MHz 800 MT/s DDR2-800 / PC2-6400
DDR3 666,5 MHz 1333 MT/s DDR3-1333 / PC3-10600
DDR3 800 MHz 1600 MT/s DDR3-1600 / PC3-12800
DDR4 933 MHz 1866 MT/s DDR4-1866 / PC4-14900
DDR4 1066,5 MHz 2133 MT/s DDR4-2133 / PC4-17000
DDR4 1200 MHz 2400 MT/s DDR4-2400 / PC4-19200
DDR4 1333 MHz 2666 MT/s DDR4-2666 / PC4-21333
DDR4 1600 MHz 3200 MT/s DDR4-3200 / PC4-25600

In het voorbeeld van ddr4-2400 is de kloksnelheid dan 1200 MHz. Handig om te weten is dat CPU-Z de kloksnelheid rapporteert, en je dit dus maal twee mag doen om op het aantal megatransfers uit te komen. Qua naamgeving gebruiken fabrikanten niet altijd de snelheid in megatransfers, maar soms (ook) de PC-rating. Ook hier zit een logica achter: het bestaat uit de versie van ddr (PC2 is ddr 2, PC4 is ddr 4) gevolgd door de theoretische bandbreedte per module in megabytes. Bij een ddr4-2666-module gaat het bijvoorbeeld om PC4-21333, zoals in de tabel te zien is. Een ddr 4-module op 2666 MT/s heeft dus een bandbreedte van 21.333 MB/s.

Bij het uitkiezen van werkgeheugen is de vuistregel zoals gezegd: sneller is beter. Echter, daarbij dien je wel met een paar zaken rekening te houden. Allereerst bepaalt (de geheugencontroller in) je processor de maximaal ondersteunde snelheid. Daarnaast is de snelheid van de processor een factor: een relatief langzaam exemplaar heeft weinig baat bij hypersnel geheugen.

Ten slotte hebben we in meerdere tests aangetoond dat boven de pakweg 3000 MT/s de meerwaarde van nóg sneller geheugen steeds sneller afneemt. Het is amper meetbaar, laat staan merkbaar – terwijl de kosten wel beduidend hoger zijn.

De latency paradox

Zoals altijd bij geheugen hebben twee factoren invloed op de snelheid. Enerzijds de genoemde doorvoersnelheid (hoe snel is de informatie aangeleverd), anderzijds de latency oftewel wachttijd: hoe lang duurt het voordat de informatie is gevonden in het geheugen.

De belangrijkste latency bij werkgeheugen is de CAS (Column Address Strobe) latency. Deze specificatie wordt vaak verkeerd geïnterpreteerd. Simpel gezegd gaat het bij latency om de periode tussen de aanvraag van een opdracht en de verwerking ervan. In dit specifieke geval gaat het dus om hoeveel tijd er zit tussen het moment dat de geheugencontroller een stuk van het geheugen wil uitlezen, tot het moment dat de controller daadwerkelijk kan beginnen met deze data uit te lezen. Nadat de geheugencontroller het ramgeheugen heeft verteld dat een specifieke locatie in het geheugen moet worden uitgelezen, moet de betreffende data in een aantal klokcycli bij het gewenste onderdeel van de processor terechtkomen.

Hiermee hebben we twee variabelen die bepalen wat de latency van een geheugenmodule is. Ten eerste is er het aantal klokcycli voordat opgevraagde data op de juiste plek is (CAS Latency, ook wel afgekort tot CL). Ten tweede is er de duur van elke klokcyclus van het geheugen (gemeten in nanoseconden). Deze duur is afhankelijk van de snelheid van het werkgeheugen: hoe hoger de klokfrequentie, hoe minder tijd er tussen elke klokcyclus zit.

Bij werkgeheugen met een hogere kloksnelheid zien we vaak ook een hogere CAS latency. In de ideale situatie heb je ram met een hoge kloksnelheid en een lage CAS latency, maar vanwege de werking van sdram zijn deze twee variabelen redelijk omgekeerd evenredig aan elkaar verbonden: hoe hoger de kloksnelheid, hoe hoger de latency.

Generatie Klokfrequentie (MHz) Snelheid (MT/s) Naamgeving Klokcyclus (in ns) CAS Latency (CL)* True Latency (in ns)
DDR 166,5 MHz 333 MT/s DDR-333 / PC-1600 6 ns 2.5 15 ns
DDR 200 MHz 400 MT/s DDR-400 / PC-3200 5 ns 3 15 ns
DDR2 333,5 MHz 667 MT/s DDR2-667 / PC2-5333 3 ns 5 15 ns
DDR2 400 MHz 800 MT/s DDR2-800 / PC2-6400 2,5 ns 6 15 ns
DDR3 666,5 MHz 1333 MT/s DDR3-1333 / PC3-10600 1,5 ns 9 13,5 ns
DDR3 800 MHz 1600 MT/s DDR3-1600 / PC3-12800 1,25 ns 11 13,75 ns
DDR4 933 MHz 1866 MT/s DDR4-1866 / PC4-14900 1,07 ns 13 13,93 ns
DDR4 1066,5 MHz 2133 MT/s DDR4-2133 / PC4-17000 0,94 ns 15 14,06 ns
DDR4 1200 MHz 2400 MT/s DDR4-2400 / PC4-19200 0,83 ns 17 14,17 ns
DDR4 1333 MHz 2666 MT/s DDR4-2666 / PC4-21333 0,75 ns 18 13,50 ns
DDR4 1600 MHz 3200 MT/s DDR4-3200 / PC4-25600 0,625 ns 22 13,75 ns

*In de tabel zijn JEDEC-gecertificeerde CAS Latency's puur ter illustratie in relatie tot de True Latency gekozen. Dit zijn geen vaste waarden en op veel high-end modules zijn lagere latency's gebruikelijk.

True Latency

Wanneer je zowel de kloksnelheid als de CAS latency weet, kan je de zogenaamde ‘True Latency’ uitrekenen. Dit doe je door de CL te delen door de werkelijke snelheid, maal duizend. De formule is dus: CAS Latency / werkelijke snelheid * 1000 = True Latency in ns. Als voorbeeld nemen we twee ddr4-geheugenmodules; een is ddr4 2400CL16, de ander is ddr4 3200CL22. De True Latency van de eerste module is 16/1200*1000 = 13,33 ns. Bij de tweede module is dat 22/1600*1000 = 13,75 ns.

De latency’s van beide modules zitten erg dicht bij elkaar, maar de wat betreft kloksnelheid langzamere module heeft een lagere latency. Welke van de twee is sneller? Wat betreft doorvoersnelheid wint de module van 3200 MT/s het met gemak, terwijl als je puur naar latency kijkt de module van 2400 MT/s de snelste is. Het hangt van je toepassing af welke eigenschap de meeste voordelen biedt. Voor gaming zijn de latencies relatief belangrijk, maar ook hier verschilt per spel welke eigenschap belangrijker is: doorvoersnelheid of latency.

Met gelijke snelheden verdient de lagere CAS latency altijd de voorkeur. Het is ten slotte belangrijk om in het achterhoofd te houden dat de latency van werkgeheugen niet de latency is die je terugziet in geheugentests zoals bijvoorbeeld Aida64. Dat komt omdat de geheugencontroller van de processor ook een rol speelt in de totale latency, en het dus een optelsom van onderdelen is die hier aan bijdragen.


Aida64 Cache & Memory Benchmark.

Meer latency's

Naast de CAS latency (CL) zijn er ook nog andere latency’s. Doorgaans staan ze op een geheugenmodule vermeld, anders zijn ze ook met CPU-Z makkelijk uit te lezen. De belangrijkste zijn de RAS-to-Cas-latency (of Delay, tRCD), de RAS precharge time (tRP) en de RAS cycle time (tRAS). In die volgorde zul je ze vaak op een module tegenkomen: PC4-25600 CL16-16-16-36 is dus een DDR4-module met een theoretische bandbreedte van 25600 megabyte en een CL van 16 kloktikken, een tRCD en een tRP van 16 kloktikken en een tRAS van 36 kloktikken.

Wat betekent dit precies? Alle geheugencellen in een chip zijn ingedeeld in een matrixstructuur. Om een specifieke geheugenlocatie uit te lezen, wordt eerst het rij-adres doorgegeven aan de geheugenchip. Dan wordt het rij-adres gedecodeerd, wat de ‘command rate’ wordt genoemd. Als dat gebeurd is, wordt de data uit alle geheugencellen in die rij gekopieerd, en pas daarna kan het kolomadres worden doorgestuurd. De tijd die hiervoor nodig is, wordt RAS (RowAddress Select)-to-CAS (Column Address Select) latency genoemd. Deze tRCD is het aantal kloktikken dat het duurt om een geheugenrij te openen en een kolom daarbinnen te benaderen.

De CL en tRCD bij elkaar opgeteld is het aantal kloktikken dat het duurt om de eerste bit geheugen uit te lezen zonder dat er al een actieve rij is. De tRP ten slotte is het aantal kloktikken tussen het sluiten van een rij die op het moment wordt uitgelezen tot het openen van de volgende rij. De optelsom van tRP met tRCD en CL is daarmee het aantal kloktikken om de eerste bit geheugen uit te lezen als een andere rij al openstaat op dat moment.

XMP en compabiliteit

Geheugenmodules hebben dus een keur aan snelheden, latency’s en timings. Die goed instellen is een heel klusje, maar hiervoor bestaan al geruime tijd hulpmiddelen in de vorm van zogenaamde geheugenprofielen. In een chipje op de geheugenmodule worden de exacte instellingen opgeslagen waarop de module optimaal werkt. De basisversie heet spd (serial presence detect), waarop meerdere uitbreidingen beschikbaar zijn gekomen.

Na het door Nvidia en Corsair ontwikkelde epp (enhanced performance profiles) is momenteel xmp (extreme memory profiles) de standaard voor het snel configureren van geheugeninstellingen. Deze is ontwikkeld door Intel en door de JEDEC certificeringsorganisatie overgenomen. Met behulp van xmp kunnen in een module meerdere profielen worden opgeslagen, doorgaans een basisvariant waarop de module altijd werkt en een aantal met hogere snelheden en ‘strakkere’ timings, met hogere prestaties als beoogd gevolg. Hiermee kan je in principe in de bios met één druk op de knop de beste instellingen voor de geheugenmodules activeren. In principe, want hoe veeleisender de instellingen, hoe groter de kans op compatibiliteitsuitdagingen.

Hoe dan ook kunnen anno 2018 de meeste moederborden overweg met xmp, zowel die voor Intel als AMD processors. Keerzijde van xmp is dat overklokken er niet bij is: zodra deze feature geactiveerd wordt, kan je niet meer handmatig timings aanpassen. Als je het maximale uit je geheugen wilt halen, moet je zelf met timings aan de slag. Hoe dat werkt, is onderwerp voor een ander artikel. Hoe dan ook zijn er weinig toepassingen waarbij een geheugenoverklok nuttig is, geheugen overklokken doe je meer voor de sport dan voor het resultaat.

Wat betreft geheugencompatibiliteit is het een goed idee om op de productpagina van de fabrikant een kijkje te nemen bij de zogenaamde memory support list. Hier staan de modules die de fabrikant zelf getest heeft in combinatie met het betreffende moederbord. Overigens zullen in de praktijk veel meer modules goed werken in combinatie met het moederbord. Ga je aan de slag met een Ryzen-systeem, dan is het sowieso aan te raden om de nieuwste bios te flashen op je moederbord. Toen Ryzen net op de markt was, had het platform nog wel last van slechte geheugencompatibiliteit. Die problemen zijn met bios-updates voor verreweg het grootste deel inmiddels verholpen.

Conclusie

Voor de selectie van het juiste geheugen dien je rekening te houden met een aantal zaken. Naast het evidente belang van de capaciteit is er de kloksnelheid: kies wat wordt ondersteund door je processor, en laat je niet verleiden door extreem snel en dus duur geheugen. Niet alleen merk je daar in de praktijk weinig van, het kan ook zomaar zijn dat geheugen met een wat lagere kloksnelheid dankzij lagere timings toch sneller werkt. Het is daarbij belangrijk te onthouden dat die timings alleen wat zeggen in relatie tot die kloksnelheid.

Ook een aanbeveling is de memory support list van je moederbordfabrikant op te zoeken. Vaak kun je deze vinden op de productpagina van jouw moederbord dat je hebt of van plan bent te kopen. Zo ben je zeker van je zaak, al is werkgeheugen dat probleemloos werkt met een willekeurig moederbord tegenwoordig gelukkig meer regel dan uitzondering.

0
*