OLED review: TV van de toekomst?

Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. LCD: Luxaflex voor een lichtbak
  3. 3. Organic Light Emitting Diode
  4. 4. RGB versus witte oled
  5. 5. Alleenheerschappij voor LG
  6. 6. Dezelfde panelen, verschillende televisies
  7. 7. Buitenbeentje: Samsung QLED
  8. 8. Reacties

Inleiding

Sinds dit voorjaar brengen behalve LG ook Sony, Panasonic en Philips oled-televisies op de markt. Hoe verhouden deze zich tot elkaar en tot lcd-modellen? Hardware.Info dook in de wereld van oled en bekeek de modelseries van alle merken.

Na het verdwijnen van plasma als beeldschermtechnologie had je de laatste jaren als consument weinig keus wanneer je op zoek was naar een nieuwe televisie, omdat bij alle fabrikanten het enkel lcd was wat de klok sloeg. Daar is dit jaar echter verandering in gekomen. Nadat LG de afgelopen jaren pionierde met (dure) oled-televisies, bieden vanaf dit jaar vrijwel alle grote fabrikanten oled televisies aan. Nog steeds exclusief in het high-end segment, want hoewel de prijzen drastisch gedaald zijn, blijven oled-schermen nog altijd duurder dan de meeste lcd-modellen. Oled-technologie heeft echter een aantal grote voordelen boven lcd, wat veel liefhebbers ertoe aanzet toch even wat dieper in de buidel te tasten. Oled heeft helaas ook nadelen en die moet je zeker in overweging nemen als je op zoek ben naar een nieuwe televisie.

LCD: Luxaflex voor een lichtbak

De manier waarop lcd- en oled-televisies beelden genereren is compleet verschillend. In een notendop komt het er bij lcd-technologie op neer dat er gebruik gemaakt wordt van een paneel dat bestaat uit vloeibare kristallen die licht kunnen doorlaten of blokkeren. Elke pixel bestaat uit drie subpixelcellen met deze kristallen, voorzien van een rood, blauw of groen kleurfilter. Door deze cellen van achteren te beschijnen met wit licht, en de ‘opening’ van de gekleurde subpixels te regelen, kan de pixel in elke gewenste mengkleur oplichten. Lcd-schermen geven zélf dus geen licht, maar werken als een soort luxaflex die meer of minder licht kunnen doorlaten. Om die reden is altijd een backlight nodig die ervoor zorgt dat het scherm daadwerkelijk oplicht. Tot enkele jaren geleden werden hiervoor ccfl-buizen gebruikt die wat lijken op tl-buizen, maar tegenwoordig wordt er voornamelijk gebruik gemaakt van leds.

Lcd-technologie heeft de afgelopen decennia een sterke ontwikkeling doorgemaakt, waardoor de beeldkwaliteit inmiddels goed tot zeer goed is. Toch heeft lcd een aantal inherent zwakke punten. De belangrijkste daarvan is het feit dat de kristallen er ook in hun ‘dichte’ stand nooit helemaal in slagen om al het licht van de backlight tegen te houden. Zwart is hierdoor nooit écht helemaal zwart bij lcd-schermen. Daar komt bij dat door de manier waarop de kristallen gevormd zijn en het vereiste gebruik van meerdere polarisatiefilters, het licht niet alle kanten op uniform over het scherm wordt uitgestraald.
Wanneer een lcd-scherm niet recht van voren, maar een beetje van opzij wordt bekeken, lekt er meer licht door als de pixels gesloten zijn, waardoor het zwartniveau van opzij bekeken minder goed is dan recht van voren. Daarnaast verandert ook de kleurtint als lcd-schermen onder een andere hoek worden bekeken. Bij pc-monitoren hebben deze nadelen een beperkte invloed, omdat een monitor door één persoon wordt gebruikt die doorgaans recht voor het scherm zit. Bij televisies waar met heel het gezin naar wordt gekeken is dat uiteraard een ander verhaal.

 
Deze schematische weergave laat zien dat een LCD beeldscherm uit veel lagen bestaat, alle bedoeld om het licht van de backlight op een bepaalde manier te manipuleren.

Fabrikanten proberen deze beperkingen van lcd zo goed mogelijk op te vangen door toepassing van local dimming, een technologie waarbij de backlight in meerdere segmenten wordt verdeeld die individueel in helderheid instelbaar zijn. Door de backlight achter donkere delen van het beeld minder helder te laten schijnen, is het mogelijk om de zwartwaarde van delen van het beeld te verbeteren, wat het contrast ten goede komt. Daarnaast zorgt de ontwikkeling van de kristaltechnologie en de manier waarop de kristallen geordend worden ervoor dat er nog altijd verbeteringen doorgevoerd worden aan de kijkhoeken van lcd-schermen.

Lcd-technologie heeft bovendien ook sterke punten. Ten eerste is de technologie inmiddels zodanig ontwikkeld dat de prijs ervan historisch laag is. Hierdoor zijn grote lcd schermen met zeer hoge resoluties de afgelopen jaren binnen het bereik van veel meer mensen gekomen. Ook technisch gezien heeft lcd weldegelijk sterke punten. Zo kunnen lcd-schermen in combinatie met de juiste backlight zeer heldere beelden genereren, waarbij er geen problemen bestaan met betrekking tot veroudering of het ‘inbranden’ van pixels als er langere tijd statische beelden getoond worden. In combinatie met de juiste backlight kunnen lcd-televisies een zeer groot kleurbereik tonen, waarbij ook bij zeer heldere details nog veel kleurinformatie beschikbaar is. Het energieverbruik van lcd-schermen is – wederom in combinatie met de juiste backlight – bovendien ook relatief laag.

Organic Light Emitting Diode

Oled-schermen werken zoals gezegd op een compleet andere manier. OLED staat voor Organic Light Emitting Diode, een halfgeleiderlichtbron gebaseerd op organische koolwaterstofverbindingen. Door deze in cellen te verdelen en die onder elektrische spanning te zetten, licht het materiaal op. Afhankelijk van de opbouw kunnen oleds verschillende kleuren produceren. Hier is het mogelijk om pixels te vormen die bestaan uit een rode, een groene en een blauwe oled-subpixel waarmee alle kleuren gemengd kunnen worden, maar er zijn ook andere methodes om oleds te gebruiken in beeldschermen.
Oled heeft een aantal voordelen ten opzichte van lcd. De belangrijkste daarvan is dat alle pixels individueel oplichten, elk beeldpunt is zijn eigen lichtbron. Op het moment dat een pixel zwart moet zijn, is hij dus ook écht zwart. Hierdoor is het contrast oneindig hoog. Een ander voordeel is dat de kijkhoek van oled-schermen bijna oneindig groot is. In tegenstelling tot lcd-schermen zenden oleds hun licht namelijk vrijwel uniform uit, wat betekent dat het beeld ook onder een hoek bekeken (vrijwel) dezelfde kleurweergave en contrastratio heeft als recht van voren. Hierdoor is oled ideaal voor gebruik bij televisies, waar meerdere mensen gelijktijdig naar kijken.

LG OLED65W7V
Oled televisie kunnen héél dun zijn, hebben een oneindig hoog contrast en zeer goede kijkhoeken.

Nadelen heeft oled helaas ook. De belangrijkste daarvan heeft te maken met de levensduur van het materiaal. Oleds worden bij gebruik na verloop van tijd namelijk minder helder, waarbij het van de kleur afhangt hoe snel die veroudering optreedt. Daarnaast geldt dat de veroudering sneller gaat, naar mate de oled harder aangestuurd wordt en dus meer licht moet opwekken. Een ander nadeel van oled-technologie is dat de maximale helderheid die een scherm kan produceren, afhangt van het percentage van het scherm dat helder verlicht moet zijn. Een witte stip ter grote van een knikker op een verder zwart scherm kan zeer helder weergegeven worden, terwijl de helderheid bij weergave van een volledig wit scherm veel lager ligt. Dit heeft te maken met de manier waarop oled-panelen worden aangestuurd, en de maximale stroomsterkte die daarbij veilig toegepast kan worden.

RGB versus witte oled

Over het probleem van de veroudering van oleds hebben meerdere fabrikanten zich de afgelopen jaren het hoofd gebroken. Voortschrijding van de technologie heeft er sowieso voor gezorgd dat de levensduur enorm is toegenomen - LG Display zegt dat haar oled-panelen voor televisies nu een levensduur van 100.000 branduren hebben voordat de helderheid is gehalveerd.
Uiteraard is het onmogelijk dergelijke claims te verifiëren en LG maakt bovendien ook niet duidelijk op welke helderheid deze levensduur gebaseerd is. Ervaring met RGB oled-schermen in mobiele telefoons en tablets leert dat deze na verloop van tijd een lichte kleurverschuiving laten zien, waarbij wit langzaam een wat groenige tint kan krijgen als gevolg van de snellere veroudering van de blauwe oleds. Bij telefoons en tablets vinden de meeste consumenten een lichte verandering van kleurtint na verloop van tijd niet zo’n probleem, maar bij high-end televisies ligt dat anders.


Oled-schermen kunnen opgebouwd worden uit rode, groene en blauwe oleds (links), of uit witte oleds die voorzien zijn van kleurenfilters (rechts). LG gebruikt die laatste technologie voor tv-schermen.

LG Display, onderdeel van het LG conglomeraat en zusterbedrijf van LG Electronics dat consumentenproducten maakt, besloot daarom enkele jaren geleden dat het RGB oled-technologie niet geschikt vond voor gebruik in televisies. In plaats daarvan ontwikkelde het panels op basis van witte oleds, waarbij de subpixels worden voorzien van een kleurenfilter, net zoals bij lcd-schermen. Het voordeel hiervan is dat alle subpixels feitelijk bestaan uit dezelfde witte oleds, die dus allemaal even snel verouderen. Daarnaast blijkt dit proces ook eenvoudiger en goedkoper dan het fabriceren van RGB-oleds, wat de uiteindelijke winkelprijs van de tv’s drukt.

Nadelen heeft de witte oled-techologie ook. De belangrijkste daarvan is dat de kleurenfilters veel licht wegfilteren – elk kleurenfilter laat immers slechts een deel van het spectrum door – waardoor de helderheid bij gelijke aansturing lager is dan die van RGB-oleds. LG Display compenseert dat door elke pixel in haar oled-panelen op te bouwen uit vier subpixels. Drie daarvan zijn voorzien van respectievelijk een rood, groen en blauw filter, terwijl de vierde ongefilterd wit licht doorlaat. Deze vierde subpixel kan slim ingezet worden om het helderheid te verhogen.

Alleenheerschappij voor LG

Hoewel meerdere beeldschermfabrikanten de afgelopen decennia aan oled-technologie gewerkt hebben, is er momenteel feitelijk maar één partij die oled-panelen voor televisies fabriceert: LG Display. Samsung maakt wél veel kleinere oled-panelen voor smartphones en tablets, maar heeft zich in 2014 teruggetrokken uit de markt voor grote oled-schermen (zie kader). LG Display heeft daarmee feitelijk een monopolie op de productie van oled-panelen voor televisies, wat meteen ook verklaart waarom zusterbedrijf LG Electronics de afgelopen jaren als enige fabrikant oled-televisies op de markt bracht.
Die monopolypositie kwam LG de afgelopen jaren goed uit: wie op zoek was naar een alternatief voor lcd-technologie kwam automatisch uit bij een oled-televisie van LG. In 2015 leverde LG voor het eerst oled-panelen aan een andere grote televisiefabrikant. Panasonic lanceerde toen namelijk een curved oled-televisie op basis van een LG paneel. Die tv was echter veel duurder dan de oleds van LG en is bovendien niet leverbaar geweest in Europa.

LG 65EF950V
Tot begin 2016 had LG de markt voor oled televisies met modellen zoals deze EF950V voor zichzelf alleen.

Vorig jaar heeft LG besloten dat het strategisch gezien interessanter is geworden om haar oled-panels niet alleen via producten van LG Electronics aan de man te brengen, maar ook andere televisiefabrikanten tegen concurrerende prijzen oled-panels te gaan leveren. Waarom LG deze keuze toen heeft gemaakt is niet geheel duidelijk, maar een grotere afzet betekent dat de productiekosten verder omlaag kunnen. Bovendien straalt een bredere adoptie van oled door andere televisiemerken ook meer vertrouwen in de technologie uit, wat in potentie meer consumenten over de streep zal trekken om een oled-televisie aan te schaffen. Wat de redenen ook mogen zijn, feit is dat er vanaf dit jaar ineens veel meer te kiezen valt als je op zoek bent naar een oled-televisie, want behalve bij LG Electronics kan je nu ook terecht bij Sony, Panasonic en Philips.

Dezelfde panelen, verschillende televisies

Alle oled-televisies die je op dit moment kunt kopen maken dus gebruik van oled-panelen van LG Display. Philips was begin september vorig jaar tijdens de IFA beurs de eerste fabrikant die een oled-televisie aankondigde. Die 55POS901F maakt zodoende gebruik van een LG Display paneel uit 2016. Sony en Panasonic kondigden hun oled-televisie begin dit jaar tijdens de CES beurs aan, en deze modellen maken dan ook gebruik van de nieuwste 2017-generatie oled-panelen van LG Display - wat uiteraard ook geldt voor de 2017 oled-televisie van LG Electronics. Philips halverwege dit jaar met de 55POS9002 bovendien een tweede oled-televisie geïntroduceerd, die ook van een 2017 panel gebruik maakt. De verschillen tussen de 2016 en 2017 panels zijn overigens klein. De nieuwe generatie is iets helderder dan die van vorig jaar, wat mede komt omdat LG Display de nieuwe panels niet meer levert met een polarisatiefilter voor passieve 3D weergave.

LG Display maakt panels van 55, 65 en 77 inch, en televisiefabrikanten kunnen dus uit deze drie maten kiezen, kleinere oled panelen zijn niet beschikbaar. Dat alle fabrikanten gebruik maken van dezelfde oled-panelen, betekent overigens niet dat alle oled-televisies gelijk zijn. De manier waarop fabrikanten het panel aansturen verschilt namelijk, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de verschillen onderling erg klein zijn. Waar LG’s oled-televisies van 2016 en eerder problemen hadden om donkere details goed weer te geven en deze snel in het zwart verloren gingen, zien we dat eigenlijk alle fabrikanten dat probleem opgelost hebben. Uiteraard zijn er wel grote verschillen in beeldverwerking, elke fabrikant gebruikt immers zijn eigen technologieën voor beeldinterpolatie, dynamische contrastverhoging, ruisonderdrukking, verscherping en kleuroptimalisatie.

Schakel je deze functies uit – waar wij groot voorstander van zijn – dan zijn de onderlinge verschillen tussen de nieuwe oled-televisies verrassend klein. Zeker in sdr-modus, bij weergave van normale beelden. Zowel de grijs- als de kleurweergave van alle modellen die wij getest hebben, zijn feitelijk van referentieniveau. In hdr-modus zijn de verschillen groter. Wat opvalt is dat fabrikanten de ST.1886 EOTH – de opvolger van de gamma-curve – niet allemaal op gelijke wijze volgen. Hoewel de maximale helderheid van de 2017 modellen elkaar niet veel ontloopt, zijn de middentonen hierdoor bij sommige schermen wat helderder dan bij anderen. Dat levert geen verschillen van dag en nacht op, en bovendien is dit bij alle schermen ook aan te passen.

De beste oled tv?

Als we heel eerlijk zijn ontlopen de nieuwe oled-televisies van de verschillende merken elkaar heel weinig als het op beeldkwaliteit aankomt. Ook LG’s oled-televisies van vorig jaar leveren een zeer hoge beeldkwaliteit, zij het dat deze modellen wat meer moeite hebben met donkere details. Dat zijn echter verschillen die je alleen duidelijk ziet als je een oud en een nieuw model naast elkaar ziet staan. Puur vanuit beeldkwaliteit bekeken zijn de verschillen wat ons betreft te klein om doorslaggevend te zijn bij de keuze. Sterker nog, gaat het je puur om het beeld en wil je daarbij ook de portemonnee in het oog houden, dan is het aan te raden om zolang het nog kan een LG model uit 2016 op de kop te tikken. Met name de modellen uit de B6 en E6 series van 2016 gaan inmiddels met stevige kortingen de winkel uit, met voordelen die oplopen tot ruim 1500 euro ten opzichte van de nieuwe 2017 modellen.

Verschillen tussen merken en modellen

Uiteraard bestaat een televisie uit meer dan alleen beeld. LG brengt dit jaar maar liefst vijf verschillende series oled-televisies uit in de B7, C7, E7, G7 en W7 series. Qua beeldkwaliteit zijn deze identiek, maar qua design en audiomogelijkheden zijn er grote verschillen. De basismodellen uit de B7 en C7 series moeten het doen met kleine ingebouwde luidsprekers, terwijl de E7 een ingebouwde soudbar heeft, die bij de G7 in een verbeterde vorm aanwezig is. De W7 ten slotte is LG’s ‘wallpaper’ televisie, met een dikte van minder dan 4 mm die als behang aan de muur gehangen wordt. Alle elektronica bevindt zich bij dit topmodel in een grote meegeleverde soundbar die los onder de tv geplaatst wordt. Lees ook onze uitgebreide review van de W7.

LG OLED65W7V
LG’s W7 is minder dan 4 mm dik, en wordt plat aan de wand opgehangen. De tv meet 65 inch en kost 7999 euro, veel meer dan de andere modellen van LG die een minder opvallend design bieden, maar identieke beeldkwaliteit leveren.

Sony heeft één oled-model, de A1. Dat is meteen een bijzondere tv, want het Japanse merk gebruikt vier spreekspoelen die het scherm zélf in trilling brengen om geluid te produceren. Het geluid komt hierdoor echt uit het scherm, en klinkt ook nog eens heel aardig. Ook van Sony’s A1 hebben we een uitgebreide review online staan.

Sony Bravia KD-65A1
Sony’s A1 OLED bestaat optisch alleen uit een beeldscherm dat iets naar achteren helt en voorzien is van drivers die het scherm zélf laten trillen om geluid voort te brengen.

Philips combineert oled met ambilight en weet met de POS901F - die gebruik maakt van een 2016 paneel - uitstekende prestaties neer te zetten, zij het dat de maximale helderheid van deze tv wat achter blijft bij die van de nieuwe modellen van de concurrentie. De nieuwe POS9002 die deze zomer werd geintroduceerd, is net iets goedkoper, heeft een minder opvallend uiterlijk en presteert nog net iets beter.

Philips 55POS901F
De Philips 55POS901F werd vorig jaar al aangekondigd, en maakt gebruik van een 2016 paneel dat een iets minder hoge helderheid heeft dan de 2017 generatie. De beeld- en geluidskwaliteit van de tv is echter érg goed.

Panasonic ten slotte brengt twee verschillende series oled-televisies op de markt, de EZW954 en de EZW1004. Beide modellen ontlopen elkaar vooral qua design, waarbij de EZW1004 gebruik maakt van een losse soundbar die een hogere geluidskwaliteit levert. De duurdere EZW1004 biedt bovendien iets geavanceerdere beeldverwerking, maar voor de meeste consumenten zal dat niet van doorslaggevend belang zijn, al is het maar omdat Panasonic qua prijs wat hoger zit dan de concurrentie. 

Panasonic TX-65EZW1004

 

Panasonic’s EZW1004 beschikt over geavanceerde kalibratiefunctie en een soundbar die tevens dienst doet als voet. De beeld- en geluidskwaliteit zijn erg goed, maar de tv is ook prijzig.

Buitenbeentje: Samsung QLED

De enige grote fabrikant die geen oled-televisies in haar programma heeft is Samsung. Samsung heeft overigens wel oled-televisies gebouwd en verkocht, in 2013 bracht het namelijk de KE55S9C (review) uit. Dat was een 55 inch model met een gebogen oled-paneel van eigen makelij. De KE55S9C werd destijds voor 7999 euro verkocht, een prijs waarbij Samsung naar verluid verlies maakte op elk exemplaar. Anders dan de oled-panelen van LG Display maakte Samsung geen gebruik van witte oleds met kleurfilters, maar van pixels die uit rode, groene en blauwe oleds bestaan. Deze technologie past Samsung ook toe bij haar smartphones en tablets, waar dit succesvol en kosteneffectief gedaan wordt.

Samsung KE55S9C
De KE55S9C uit 2013 is Samsung eerste en (voorlopig) enige oled-televisie.

Helaas bleek Samsung’s RGB oled-technologie niet gemakkelijk naar grotere beeldmaten te schalen, waardoor de kosten bij panels van een tv-formaat door hoge uitval domweg te hoog waren. Hoewel Samsung het nooit bevestigd heeft, gingen er destijds geruchten dat slechts 20 procent van de geproduceerde panels daadwerkelijk door de kwaliteitscontrole kwam. Daarnaast is de levensduur van rode, groene en blauwe oleds niet gelijk, waardoor er na verloop van tijd kleurveranderingen kunnen optreden.

Samsung probeerde dit te ondervangen door de blauwe en snelst slijtende subpixels extra groot uit te voeren, waardoor deze minder hard aangestuurd hoefden te worden. Dat leek te werken, maar de kleinere rode en groene subpixels beperkten de maximale lichtopbrengst van de schermen. Over verkoopaantallen van Samsung’s oled-tv weten we niets, maar enkele maanden nadat de tv op de Nederlandse markt verscheen, verdween hij ook weer van het toneel.

De grote vraag is natuurlijk of Samsung met de opkomst van oled ook weer overweegt om die technologie te herintroduceren. De kans daarop lijkt echter klein. Sinds Samsung haar oled-tv van de markt haalde heeft het Koreaanse bedrijf namelijk vol ingezet op het verbeteren van haar lcd-technologie, waarbij het bovendien voortdurende de boodschap verkondigt dat oled grote nadelen kent, en haar eigen lcd-televisies superieure beeldkwaliteit leveren. Alleen al om die reden zou het vreemd zijn als Samsung nu op haar schreden terugkeert en oled weer zou omarmen.
Wellicht de belangrijkste reden waarom Samsung geen oled levert, is dat aartsrivaal LG momenteel de enige producent is van (goede) oled-panelen voor televisies. Gezien de sterke concurrentie tussen Samsung en LG is het helemaal de vraag of LG Display er voor open zou staan om Samsung haar panelen te leveren, nog afgezien van het feit dat het zeer onwaarschijnlijk is dat Samsung überhaupt bij LG zou aankloppen.

Quantum Dots

Als alternatief voor oled zet Samsung sterk in op de ontwikkeling van quantum dot-technologie. Quantum dots zijn zeer kleine deeltjes met een doorsnede van slechts enkele nanometers die licht kunnen uitstralen op het moment dat ze ofwel door elektriciteit of door licht gestimuleerd worden. De grootte van de quantum dot is hierbij bepalend voor de kleur van het licht dat wordt uitgezonden. Momenteel worden quantum dots gebruikt in de backlight bij lcd-televisies, waarbij ze helpen om het licht van een blauwe backlight-leds deels om te zetten in rood en groen licht. Het voordeel van de toepassing van quantum dots in de backlight van lcd-televisies is dat het een groter kleurbereik mogelijk maakt dan wanneer er witte leds gebruikt worden. Samsung heeft deze vorm van quantum dot-technologie de afgelopen jaren toegepast in haar SUHD en QLED lcd-televisies, zoals bijvoorbeeld de Q7F die wij eerder dit jaar reviewden.

Samsung QE55Q7F (2017)
Samsung's 2017 Q7F 'QLED' televisie maakt gebruik van een LCD paneel met daarachter een backlight die voorzien is van quantum dots.

Het einddoel dat Samsung voor ogen lijkt te hebben, is om quantum dots op een heel andere manier toe te passen. Quantum dots kunnen bestaand licht in een andere kleur veranderen - zoals bij de huidige backlight-technologie gebeurt - maar quantum dots kunnen ook oplichten door er een elektrische stroom door heen te sturen. Op die manier is het mogelijk om een self emissive scherm te bouwen, waarbij elke pixel uit drie quantum dot subpixels bestaat die elk individueel kunnen oplichten. Deze toepassing van quantum dots heeft dus geen backlight en ook geen lcd-paneel nodig, maar lijkt in zeker zin op oled: Pixels zijn écht zwart als dat moet, maar kunnen ook zeer helder oplichten en een groot kleurbereik weergeven.

Voorlopig lijkt deze vorm van quantum dot-technologie echter nog enkele jaren van ons verwijderd. Tot die tijd zal Samsung waarschijnlijk aan haar lcd-technologie blijven schaven. Het meest recente resultaat daarvan zijn de 2017 ‘QLED’ modellen. Een wat verwarrende naam, waarachter feitelijk lcd-technologie in combinatie met een quantum dot backlight schuilgaat. 

0