OLED review: TV van de toekomst?

96 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. LCD: Luxaflex voor een lichtbak
  3. 3. Organic Light Emitting Diode
  4. 4. RGB versus witte oled
  5. 5. Alleenheerschappij voor LG
  6. 6. Dezelfde panelen, verschillende televisies
  7. 7. Buitenbeentje: Samsung QLED
  8. 96 reacties

Dezelfde panelen, verschillende televisies

Alle oled-televisies die je op dit moment kunt kopen maken dus gebruik van oled-panelen van LG Display. Philips was begin september vorig jaar tijdens de IFA beurs de eerste fabrikant die een oled-televisie aankondigde. Die 55POS901F maakt zodoende gebruik van een LG Display paneel uit 2016. Sony en Panasonic kondigden hun oled-televisie begin dit jaar tijdens de CES beurs aan, en deze modellen maken dan ook gebruik van de nieuwste 2017-generatie oled-panelen van LG Display - wat uiteraard ook geldt voor de 2017 oled-televisie van LG Electronics. Philips halverwege dit jaar met de 55POS9002 bovendien een tweede oled-televisie geïntroduceerd, die ook van een 2017 panel gebruik maakt. De verschillen tussen de 2016 en 2017 panels zijn overigens klein. De nieuwe generatie is iets helderder dan die van vorig jaar, wat mede komt omdat LG Display de nieuwe panels niet meer levert met een polarisatiefilter voor passieve 3D weergave.

LG Display maakt panels van 55, 65 en 77 inch, en televisiefabrikanten kunnen dus uit deze drie maten kiezen, kleinere oled panelen zijn niet beschikbaar. Dat alle fabrikanten gebruik maken van dezelfde oled-panelen, betekent overigens niet dat alle oled-televisies gelijk zijn. De manier waarop fabrikanten het panel aansturen verschilt namelijk, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat de verschillen onderling erg klein zijn. Waar LG’s oled-televisies van 2016 en eerder problemen hadden om donkere details goed weer te geven en deze snel in het zwart verloren gingen, zien we dat eigenlijk alle fabrikanten dat probleem opgelost hebben. Uiteraard zijn er wel grote verschillen in beeldverwerking, elke fabrikant gebruikt immers zijn eigen technologieën voor beeldinterpolatie, dynamische contrastverhoging, ruisonderdrukking, verscherping en kleuroptimalisatie.

Schakel je deze functies uit – waar wij groot voorstander van zijn – dan zijn de onderlinge verschillen tussen de nieuwe oled-televisies verrassend klein. Zeker in sdr-modus, bij weergave van normale beelden. Zowel de grijs- als de kleurweergave van alle modellen die wij getest hebben, zijn feitelijk van referentieniveau. In hdr-modus zijn de verschillen groter. Wat opvalt is dat fabrikanten de ST.1886 EOTH – de opvolger van de gamma-curve – niet allemaal op gelijke wijze volgen. Hoewel de maximale helderheid van de 2017 modellen elkaar niet veel ontloopt, zijn de middentonen hierdoor bij sommige schermen wat helderder dan bij anderen. Dat levert geen verschillen van dag en nacht op, en bovendien is dit bij alle schermen ook aan te passen.

De beste oled tv?

Als we heel eerlijk zijn ontlopen de nieuwe oled-televisies van de verschillende merken elkaar heel weinig als het op beeldkwaliteit aankomt. Ook LG’s oled-televisies van vorig jaar leveren een zeer hoge beeldkwaliteit, zij het dat deze modellen wat meer moeite hebben met donkere details. Dat zijn echter verschillen die je alleen duidelijk ziet als je een oud en een nieuw model naast elkaar ziet staan. Puur vanuit beeldkwaliteit bekeken zijn de verschillen wat ons betreft te klein om doorslaggevend te zijn bij de keuze. Sterker nog, gaat het je puur om het beeld en wil je daarbij ook de portemonnee in het oog houden, dan is het aan te raden om zolang het nog kan een LG model uit 2016 op de kop te tikken. Met name de modellen uit de B6 en E6 series van 2016 gaan inmiddels met stevige kortingen de winkel uit, met voordelen die oplopen tot ruim 1500 euro ten opzichte van de nieuwe 2017 modellen.

Verschillen tussen merken en modellen

Uiteraard bestaat een televisie uit meer dan alleen beeld. LG brengt dit jaar maar liefst vijf verschillende series oled-televisies uit in de B7, C7, E7, G7 en W7 series. Qua beeldkwaliteit zijn deze identiek, maar qua design en audiomogelijkheden zijn er grote verschillen. De basismodellen uit de B7 en C7 series moeten het doen met kleine ingebouwde luidsprekers, terwijl de E7 een ingebouwde soudbar heeft, die bij de G7 in een verbeterde vorm aanwezig is. De W7 ten slotte is LG’s ‘wallpaper’ televisie, met een dikte van minder dan 4 mm die als behang aan de muur gehangen wordt. Alle elektronica bevindt zich bij dit topmodel in een grote meegeleverde soundbar die los onder de tv geplaatst wordt. Lees ook onze uitgebreide review van de W7.

LG OLED65W7V
LG’s W7 is minder dan 4 mm dik, en wordt plat aan de wand opgehangen. De tv meet 65 inch en kost 7999 euro, veel meer dan de andere modellen van LG die een minder opvallend design bieden, maar identieke beeldkwaliteit leveren.

Sony heeft één oled-model, de A1. Dat is meteen een bijzondere tv, want het Japanse merk gebruikt vier spreekspoelen die het scherm zélf in trilling brengen om geluid te produceren. Het geluid komt hierdoor echt uit het scherm, en klinkt ook nog eens heel aardig. Ook van Sony’s A1 hebben we een uitgebreide review online staan.

Sony Bravia KD-65A1
Sony’s A1 OLED bestaat optisch alleen uit een beeldscherm dat iets naar achteren helt en voorzien is van drivers die het scherm zélf laten trillen om geluid voort te brengen.

Philips combineert oled met ambilight en weet met de POS901F - die gebruik maakt van een 2016 paneel - uitstekende prestaties neer te zetten, zij het dat de maximale helderheid van deze tv wat achter blijft bij die van de nieuwe modellen van de concurrentie. De nieuwe POS9002 die deze zomer werd geintroduceerd, is net iets goedkoper, heeft een minder opvallend uiterlijk en presteert nog net iets beter.

Philips 55POS901F
De Philips 55POS901F werd vorig jaar al aangekondigd, en maakt gebruik van een 2016 paneel dat een iets minder hoge helderheid heeft dan de 2017 generatie. De beeld- en geluidskwaliteit van de tv is echter érg goed.

Panasonic ten slotte brengt twee verschillende series oled-televisies op de markt, de EZW954 en de EZW1004. Beide modellen ontlopen elkaar vooral qua design, waarbij de EZW1004 gebruik maakt van een losse soundbar die een hogere geluidskwaliteit levert. De duurdere EZW1004 biedt bovendien iets geavanceerdere beeldverwerking, maar voor de meeste consumenten zal dat niet van doorslaggevend belang zijn, al is het maar omdat Panasonic qua prijs wat hoger zit dan de concurrentie. 

Panasonic TX-65EZW1004

 

Panasonic’s EZW1004 beschikt over geavanceerde kalibratiefunctie en een soundbar die tevens dienst doet als voet. De beeld- en geluidskwaliteit zijn erg goed, maar de tv is ook prijzig.

0
*