Project thuisbioscoop deel 4: afwerking en tuning

89 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Spuitwerk en sterrenplafond
  3. 3. Projectiescherm en voor(zet)wand
  4. 4. Akoestische demping
  5. 5. Luidsprekerstands en achterwand 
  6. 6. Bioscoopstoelen
  7. 7. Apparatuur
  8. 8. Kalibratie en tuning
  9. 89 reacties

Kalibratie en tuning

Nadat we alle apparatuur aangesloten hebben, is het zaak om te luisteren hoe de ruimte klinkt nu hij 'af' is. Onze Denon AVR-X6300H receiver is voorzien van ingebouwde Audyssey MultEQ  XT32 software, die in combinatie met een meegeleverde meetmicrofoon helpt op het geluid zo optimaal mogelijk op de ruimte af te stemmen. We willen het geluid echter zo goed mogelijk hebben, vóórdat we Audyssey haar werk laten doen. We zijn vooral benieuwd naar de nagalmtijd van de bioscoop, deze willen we zoals gezegd het liefst zo kort mogelijk hebben. Om dit inzichtelijk te maken gebruiken we de gratis beschikbare Room EQ Wizard software, die hier speciaal voor bedoeld is. Deze software kan met meerdere meetmicrofoons samenwerken, wij kozen voor de MiniSDP UMIK-1 usb-microfoon. Voordeel van deze meetmicrofoon is dat hij geen geluidskaart nodig heeft, en elk exemplaar geleverd wordt  met individuele kalibratiefiles.


Met een MiniDSP UMIK-1 meetmicrofoon en Room EQ Wizard software meten we de respons van de ruimte.

Middels de laptop die we via HDMI met de receiver verbinden verzorgt Room EQ Wizard zo niet alleen de testsignalen, maar meet de software via de UMIK-1 meteen ook hoe die door de luidspreker en de ruimte worden weergegeven. We voeren op oorhoogte bij meerdere stoelen zogenaamde sweeps uit, waarbij het geluid langzaam van laag naar hoog verandert en waarbij we meten hoe lang het duurt voordat een toon na weergave is uitgedoofd. Hoe korter de uitdooftijd, hoe beter de demping van de ruimte.

Onze metingen laten zien dat de uitdooftijd boven de 200 Hz eigenlijk overal heel kort is, minder dan 200 ms voor een 60dB vermindering van de amplitude. Bij de lage tonen zien we meer zogenaamde buiken en knopen, frequenties die luider worden weergegeven en frequenties die minder luid zijn. Dat heeft te maken met de eigenfrequenties van de ruimte, die een gevolg zijn van het samenspel tussen de hoogte, breedte en lengte van de kamer. De uitdooftijd bij de lage tonen is bovendien langer. Door te experimenteren met het onderlinge volume van de twee subwoofers en de hoeveelheid steenwol in de opening van de achterwand en de onder de verhoging van de achterste stoelen, weten we hier uiteindelijk nog iets aan verbetering in te krijgen, maar helemaal strak krijgen we het (uiteraard) niet.

Hierna is het de beurt aan de Audyssey software in de receiver. We stellen de meegeleverde meetmicrofoon op acht verschillende locaties op, waarbij op elke plek om beurten signalen via alle elf luidsprekers en de subwoofers worden weergegeven en gemeten. Dit proces duurt alles bij elkaar ruim een half uur. Het eindresultaat mag er echter zijn: het geluidsbeeld is mooi homogeen en bij Dolby Atmos tracks bewegen geluiden zich naadloos door de ruimte.

En daarmee is onze thuisbioscoop klaar voor gebruik. Wil je de eerdere delen nog eens teruglezen, dan vind je hieronder de links. Wij zijn een filmpje pakken!

Lees ook deel 1: plan en begin, deel 2: sterrenplafond en frames en deel 3: luidsprekers en achterwand.

0
*