Z270 Micro-ATX review: vier moederborden vergeleken

Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Ondersteuning voor videokaarten, SLI en Crossfire
  3. 3. Storage
  4. 4. Connectiviteit: USB
  5. 5. Connectiviteit: Netwerk
  6. 6. Audio
  7. 7. Stroomvoorziening
  8. 8. Test
  9. 9. Benchmarks (CPU)
  10. 10. Benchmarks (geheugen en IGP)
  11. 11. Benchmarks (USB 3.1)
  12. 12. Stroomverbruik
  13. 13. Geluidskwaliteit
  14. 14. Conclusie
  15. 15. Besproken producten
  16. 16. Reacties

Inleiding

Bij onze grote round-up van Z270-moederborden konden we nog maar één Micro-ATX bord voor Kaby Lake bespreken, maar inmiddels hebben we er al meerdere getest. In dit artikel bespreken we van de vier grote merken er elk een: de ASRock Z270M Extreme4, de ASUS Strix Z270G Gaming, de Gigabyte Z270M-D3H en de MSI Z270M Mortar

Er is over het algemeen behoorlijk wat keuze als het aankomt op Micro-ATX moederborden. Hoewel ze een stuk compacter zijn dan ATX-modellen, is de verkleining nog niet zo verregaand als bij Mini-ITX, waar het resulteert in hogere kosten en significant minder functionaliteit. Bij Z270 kan je daarom kiezen uit wat hoger gepositioneerde en goedkopere modellen, waar Micro-ATX aan de goedkopere kant is. Van de vier borden die we in dit artikel bespreken, zijn er twee duidelijk wat goedkoper en twee wat hoger gepositioneerd en dus duurder.

De twee hoger gepositioneerde modellen zijn de ASUS Strix Z270G Gaming, uit de Republic of Gamers-serie, en de ASRock Z270M Extreme4. Over het algemeen hebben Extreme4-borden een erg goede prijs/kwaliteitverhouding, terwijl de RoG borden uitblinken met features en mogelijkheden. Zo ook hier, de Strix Z270G is nagenoeg een volwaardig ATX-bord op een kleiner formaat, inclusief zaken zoals stroomvoorziening. De Gigabyte Z270M-D3H en MSI Z270M Mortar zijn duidelijk lager gepositioneerd: ze ondersteunen bijvoorbeeld geen SLI en hebben een minder goede audiocodec dan de ASUS en ASRock.

Product Laagste prijs Gemiddelde prijs
ASRock Z270M Extreme4 € 156 € 170
ASUS Strix Z270G Gaming € 190 € 203
Gigabyte Z270M-D3H € 132 € 145
MSI Z270M Mortar € 139 € 148

Het komt erop neer dat we onze vier borden in drie segmenten kunnen indelen. De ASUS is duidelijk het duurst, met een gemiddelde prijs van 203 euro (ten tijde van het schrijven), gevolgd door de ASRock met een substantieel lagere prijs van 170 euro. De MSI en Gigabyte zijn qua prijs vergelijkbaar: ze kosten beide gemiddeld iets minder dan 150 euro.

In dit artikel gaan we niet meer in op de mogelijkheden van de Z270-chipset en de (kleine) verschillen ten opzichte van Z170. Daarvoor verwijzen we je terug naar ons eerdere artikel hierover.

Zie ook: Intel Core i7 7700K / i5 7600K 'Kaby Lake' processors review 

Ondersteuning voor videokaarten, SLI en Crossfire

Videokaarten worden in principe aangestuurd door de PCI-Express lanes van de processor, waarvan de mainstream Intel-processors er sinds Ivy Bridge er zestien hebben van de derde generatie. De Z- en Q-chipsets bieden daarnaast de mogelijkheid om deze lanes te 'splitsen', zodat er bijvoorbeeld twee PCI-Express x16 sloten kunnen worden aangestuurd met de helft van het aantal lanes. Om hier gebruik van te maken moet de moederbordfabrikant wel switches implementeren, wat trouwens alleen op de laagst gepositioneerde en goedkoopste moederborden niet gebeurt.

Sinds het aantal PCI-Express lanes van de chipset bij de 100-serie chipset van Skylake enorm werd uitgebreid, is het echter mogelijk geworden om deze hier ook voor te gebruiken. De meeste ATX-moederborden hebben een derde PCI-Express x16 slot dat is verbonden met vier lanes van de chipset. Dit is primair bedoeld voor snelle PCI-Express SSD's, maar dit maakt het ook mogelijk om een derde videokaart te gebruiken in CrossFire. Op Micro-ATX borden is er geen ruimte voor een derde PCI-Express slot, dus een slot dat verbonden is met de lanes van de chipset zien we alleen op de lager gepositioneerde modellen die geen SLI ondersteunen.

De ASUS en de ASRock bieden de mogelijkheid om de lanes van de CPU te splitsen, waardoor de twee PCI-Express x16 sloten een laneverdeling van x8x8 aankunnen. Daarmee kan je dus SLI draaien. De Gigabyte en MSI missen deze mogelijkheid, maar leveren wel een tweede PCI-Express x16 slot met vier PCI-Express 3.0 lanes uit de chipset, waarmee SLI niet mogelijk is maar je wel twee AMD-videokaarten kan draaien met een laneverdeling van x16x4.

Moederbord x16 (CPU) 2 GPU's
ASRock Z270M Extreme4 2 (2) 8x8x
ASUS Strix Z270G Gaming 2 (2) 8x8x
Gigabyte Z270M-D3H 2 (1) 16x4x
MSI Z270M Mortar 2 (1) 16x4x

Onderstaande tabel toont welke SLI en Crossfire configuraties ondersteund worden.

Moederbord 2-way SLI 2-way CF
ASRock Z270M Extreme4 Ja Ja
ASUS Strix Z270G Gaming Ja Ja
Gigabyte Z270M-D3H Nee Ja
MSI Z270M Mortar Nee Ja

Storage

Bij de introductie van Skylake zagen we dat M.2 gemeengoed werd bij moederborden, met minimaal één slot per moederbord. Deze generatie zijn er op elk moederbord twee aansluitingen voor PCI-Express SSD's aanwezig. Dit zou niet moeten verbazen, aangezien de grootste verandering in de Kaby Lake-chipset juist het toegenomen aantal lanes voor dit doel was.

Alle borden in de test hebben zes SATA600-poorten, terwijl de hoger gepositioneerde ASRock Z270M Extreme4 en ASUS Strix Z270G Gaming twee M.2-sloten hebben. Alleen de Gigabyte en de MSI hebben nog een extra PCI-Express x16 slot dat voor storage (of CrossFire) gebruikt kan worden. Afgezien daarvan zijn de borden qua storage-functionaliteit vergelijkbaar met volwaardige ATX-modellen.

Moederbord SATA600 M.2 x4
ASRock Z270M Extreme4 6 2
ASUS Strix Z270G Gaming 6 2
Gigabyte Z270M-D3H 6 1
MSI Z270M Mortar 6 1

Gedeelde lanes

Er treden door de vier extra lanes van de Kaby Lake-chipsets minder conflicten op door gedeelde lanes, maar er zijn weinig moederborden waarbij je alle sloten en poorten kan gebruiken zonder conflicten. Doordat Micro-ATX borden een beperkte hoeveelheid bandbreedte hebben, is het aantal conflicten echter enigszins beperkt. Bij deze modellen komt het er in de praktijk op neer dat er bij het gebruiken van M.2-sloten SATA600-poorten worden uitgeschakeld. 

De ASUS Strix Z270G Gaming heeft een M.2-slot dat gebruikt kan worden zonder verlies aan functionaliteit, terwijl het tweede slot ten koste van een enkele SATA600-poort gaat. Bij de ASRock Z270M Extreme4 verlies je steeds één SATA600-poort bij het gebruiken van een M.2-slot. Ook bij de MSI moet je een keer SATA600 missen bij het gebruiken van het enkele M.2-slot, terwijl dit bij de Gigabyte het beste geregeld is: daarbij verlies je namelijk geen enkele functionaliteit.

Connectiviteit: USB

Er waren behoorlijk wat geruchten dat de Kaby Lake-chipset zou beschikken over geïntegreerde USB 3.1-functionaliteit. Daar blijkt geen sprake van te zijn: naar verluidt is implementatie hiervan opgeschoven naar de 300 Series chipset die zal uitkomen met Coffee Lake, de vierde generatie processors die Intel van plan is uit te brengen op 14nm.

Bij Skylake waren er de nodige issues met de destijds gloednieuwe USB 3.1 technologie. Inmiddels is er een nieuwe controller uit van ASMedia, namelijk de ASM2142, die op meerdere vlakken verbeterd is. Vrijwel alle moederborden met deze chip komen rond de 1GB/sec uit.

Bij de vorige generatie was MSI de enige partij die zijn USB 3.0 poorten "USB 3.1 Gen1" noemde, maar nu heeft Gigabyte zich hier helaas ook bijgevoegd. Volgens het consortium voor de USB-standaard mag dit gewoon, maar zeker voor consumenten die niet zo diep in de materie zitten zal dit misleidend zijn. Het is daarom ook erg netjes van ASUS en ASRock hun USB 3.0-poorten ook gewoon zo noemen.

Nieuw is de aanwezigheid van een USB 3.1-header op sommige moederborden van ASUS. Deze header werd vorige maand getoond door MSI en Phanteks, maar is niet aanwezig op de MSI-moederborden die we in deze test hebben meegenomen. In de onderstaande tabel verwijst 'extern' naar de poorten die je op het I/O-paneel vindt, terwijl 'intern' verwijst naar de headers op het moederbord.

De ASUS heeft het grootste aantal USB-poorten op het I/O-paneel, namelijk acht, gevolgd door de zeven van de Gigabyte. De MSI en de ASRock hebben er beide zes. Opvallend bij de Gigabyte is dat alle zeven poorten USB 3.0 zijn. De ASUS en ASRock hebben USB 3.1-poorten op het I/O-paneel, een keer Type-A en een keer Type-C. De ASUS heeft verder als enige de nieuwe interne USB 3.1-header. 

Moederbord USB 2.0 extern USB 3.0 extern USB 3.1 extern USB 2.0 intern USB 3.0 intern USB 3.1 intern
ASRock Z270M Extreme4 0 4 2 4 5 0
ASUS Strix Z270G Gaming 2 4 2 4 2 2
Gigabyte Z270M-D3H 0 7 0 4 2 0
MSI Z270M Mortar 2 4 0 4 4 0

Connectiviteit: Netwerk

De Kaby Lake-chipsets hebben een geïntegreerde netwerkcontroller, waar je wel een zogenaamde Physical Layer chip (PHY) nodig voor hebt. Deze is iets goedkoper dan een volwaardige netwerkcontroller van Intel, hoewel hij nog steeds aan de prijzige kant is - op echte low-end borden zie je daarom nog steeds een Realtek-controller. De borden in deze test hebben echter allemaal een Intel- of Killer-netwerkcontroller.

Vrijwel alle fabrikanten hebben er deze generatie voor gekozen om Intel-netwerkcontrollers te gebruiken. Alle Micro-ATX borden in deze test gebruiken in ieder geval de geïntegreerde netwerkcontroller van de chipset, die gebruikt kan worden door de WG-I219V PHY te implementeren op het bord. Verder is de ASUS Strix Z270G Gaming nog uitgerust met een 867 Mbps Qualcomm WLAN-controller.

Moederbord LAN WLAN
ASRock Z270M Extreme4 Intel WG-I219V -
ASUS Strix Z270G Gaming Intel WG-I219V Qualcomm 867 Mbps
Gigabyte Z270M-D3H Intel WG-I219V -
MSI Z270M Mortar Intel WG-I219V -

Audio

De andere grote chip die samen met Kaby Lake wordt geïntroduceerd, is de Realtek ALC1220. De ALC1150 was qua geluidskwaliteit al heel erg goed, maar de nieuwe ALC1220 zou volgens fabrikanten op het niveau van een degelijke losse geluidskaart moeten zitten. Dit zien we ook terug in de test van geluidskwaliteit: moederborden met een goede ALC1220-implementatie halen een dynamisch bereik dat ruim 11 dB(A) hoger liggen dan de beste scores die we met ALC1150 zagen.

De ASUS Republic of Gamers moederborden komen met een digitale audiocodec van ESS, die het stereogeluid voor zijn rekening neemt en nog betere geluidskwaliteit zou moeten leveren dan de audiocodecs van Realtek. De hoger gepositioneerde moederborden komen in de meeste gevallen ook met een koptelefoonversterker..

De optische TOSLINK uitgang wordt vrij universeel ondersteund: alleen de MSI Z270M Mortar moet die missen. DTS Connect is echter helaas nog erg zeldzaam. Met deze feature kan naast 'native DTS' filmgeluid ook 5.1 geluid uit andere bronnen omgezet worden naar een optisch S/PDIF signaal.

De ASRock Z270M Extreme4 en de ASUS Strix Z270G Gaming bieden de meeste functionaliteit. De ASUS heeft naast de goede ALC1220 audiocodec nog een ES9023A voor stereogeluid en twee koptelefoonversterkers, terwijl de ASRock 'slechts' een versterker heeft, maar wel beschikt over DTS Connect. De geluidsfunctionaliteit is minder goed bij de Gigabyte en MSI, die zijn uitgerust met de oudere Realtek ALC892. Verschil is wel dat de Gigabyte een TOSLINK uitgang heeft, terwijl deze ontbreekt bij de MSI.

Moederbord Audiocodec Versterker TOSLINK (S/PDIF) DTS Connect
ASRock Z270M Extreme4 Realtek ALC1220 Ti Ne5532 Ja Ja
ASUS Strix Z270G Gaming Realtek ALC1220 +
ES9023A
Ti OPA1688 +
Ti RC4580
Ja -
Gigabyte Z270M-D3H Realtek ALC892 - Ja -
MSI Z270M Mortar Realtek ALC892 - - -

Stroomvoorziening

Het stroomcircuit van moederborden is bijzonder belangrijk voor het overklokken. Dit geldt niet alleen voor het aantal fases, maar ook voor de onderdelen van de stroomvoorziening: de PWM-controller en de MOSFETs. Verschillende moederborden hebben een andere stroomvoorziening en zijn daardoor meer of minder geschikt voor overklokken. 

De beste stroomvoorziening wordt geboden door de ASUS Strix Z270G Gaming. Hoewel dit een downgrade moet voorstellen ten opzichte van de vorige generatie ROG-borden, is er wel sprake van een stroomvoorziening die gelijkwaardig is aan die van ATX-borden in de Strix- en Pro-series van het bedrijf. Ook zijn de heatsinks bevestigd door middel van schroeven, wat een stuk steviger is en voor betere warmteoverdracht zorgt.

De stroomvoorziening van de ASRock Z270M Extreme4 is ook prima. Weliswaar is hij minder goed dan die van de ASUS: de hetasinks zijn bevestigd door middel van push-pins en de PWM-controller is niet digitaal, maar op andere vlakken is hij uitgerust met uitstekende componenten. Zo zijn de vier MOSFETs voor de VCore de 87350D DSM's van Texas Instruments, producten met een zeer goede reputatie die je vaak ziet op extreme high-end borden. De MOSFETs voor de IGP, IO en SA zijn kwalitatief een stuk minder en vinden we terug op lager gepositioneerde borden (zoals de ASRock Z270 Killer SLI) - maar die laatste twee zijn voornamelijk van belang voor het overklokken van het geheugen. De Extreme4 moet daarom ook geschikt zijn om de processor mee over te klokken, hoewel de stroomvoorziening vanwege de push-pins en de controller waarschijnlijk iets minder goed is dan die van de ASUS.

De MSI en Gigabyte hebben minder fases en componenten waarmee waarschijnlijk iets minder goed over te klokken is, maar uit de onderlinge strijd is het moeilijk om duidelijk een winnaar aan te wijzen. Het voordeel van de MSI is in ieder geval dat de bevestiging plaatsvindt met schroeven en niet push-pins.

Moederbord Fases Primaire PWM-controller Type MOSFETs MOSFET rating Bevestiging heatsinks
ASRock Z270M Extreme4 7 Intersil ISL95856 4 + 3 fases Texas Instruments 87350D (VCore) 40 A Push-pins
ASUS Strix Z270G Gaming 10 Digi+ ASP1400BT ? ON Semiconductor 4C06B + 4C09B 52 + 69 A Schroeven
Gigabyte Z270M-D3H 6 Intersil ISL95866 4+2 fases ON Semiconductor 4C06N + 4C10N 69 + 49 A Push-pins
MSI Z270M Mortar 6 RichTek RT3606BC

3+2 fases

NIKO-SEM PK616BA + PK632BA 50 + 88 A Schroeven

Koeling en overklokopties

Primair belangrijk voor overklokkers is de aanwezigheid van fanheaders, aangezien een goede airflow absoluut noodzakelijk is om over te klokken. De meeste borden hebben er genoeg van, maar deze generatie is wel nieuw dat naast ASUS ook andere fabrikanten op (vrijwel) alle fan-aansluitingen PWM ondersteunen. De vorige generaties hadden vrijwel alle MSI en Gigabyte-moederborden slechts een of twee PWM-fan-aansluitingen, ook de hoogst gepositioneerde modellen. Nu ondersteunen alle fanconnectors van MSI en Gigabyte PWM, ook op de laagst gepositioneerde modellen. Erg goed!

Voor de rest zijn er niet bijzonder veel overklokopties aanwezig op de Micro-ATX borden. Voltagemeetpunten, probleemdiagnose, en knoppen ontbreken. Het verhaal is ook niet ingewikkeld als het aankomt op fanaansluitingen: de ASRock en de ASUS hebben er vijf, terwijl de Gigabyte en MSI er vier hebben. Met uitzondering van de ASRock ondersteunen de fanheaders op alle borden PWM. 

Moederbord Fan-aansluitingen (PWM) Probleemdiagnose Power/reset knoppen
ASRock Z270M Extreme4 5 (3) Nee Nee
ASUS Strix Z270G Gaming 5 (5) Nee Nee
Gigabyte Z270M-D3H 4 (4) Nee Nee
MSI Z270M Mortar 4 (4) Nee Nee

Test

We hebben de vier moederborden getest met een Core i7 7700K, 8GB Corsair Vengeance 2133 MHz geheugen, een tweetal OCZ Arc 100 240GB SSD’s en een Seasonic Prime 650W 80+ Titanium voeding.

Alle tests voeren we uit op de standaardinstellingen van het moederbord. Voorheen zetten we de C-states nog op maximaal en schakelden we EIST in, maar nu laten we het over aan de fabrikant om hier zelf beslissingen over te maken.

Vanzelfsprekend zijn prestaties en stroomverbruik afhankelijk van de standaard tuning. Vroeger speelden moederbordfabrikanten geregeld vals door de bClk stiekem standaard een klein beetje te verhogen. Wij en andere reviewsites waren daar nooit echt van gediend en de verschillende fabrikanten hebben hun leven gebeterd. De maximale afwijking die we kunnen vinden 0,5%. Ook met de kloksnelheid van de IGP wordt niet valsgespeeld.

Een trucje dat veel fabrikanten wel toepassen is het standaard agressiever maken van de Turbo-modus dan Intel standaard voorschrijft. Zo behoort (volgens Intel dan) de maximale Turbo-stand van 4,2 GHz bij de 6700K enkel plaats te vinden wanneer slechts één core in gebruik is. Het gros van de borden heeft echter wat wij noemen een "agressieve Turbo" en schaalt ook wanneer alle cores in gebruik zijn op naar de maximale waarde. Dat zien we duidelijk terug in de CPU-benchmarks op de volgende pagina. Uiteraard is het altijd mogelijk om zelf een agressieve Turbo in te stellen.

Benchmarks (CPU)

We beginnen met een aantal benchmarks die voornamelijk de CPU-prestaties meten. De verschillen tussen moederborden zijn hier klein, maar we zien wel een onderscheid tussen borden die zich wel en niet aan aan Intels turbo-specificaties houden. De meeste borden gebruiken de maximale turbo-snelheid die voor één core is bedoeld, gelijk op alle cores in. Het resultaat is een sneller, maar zoals we straks zullen zien ook wat minder zuinig systeem. Overigens kun je deze 'agressieve turbo' altijd aan- of uitzetten via de BIOS.

Zoals we gewend zijn is er qua CPU-prestaties maar weinig verschil tussen de verschillende borden.

Benchmarks (geheugen en IGP)

Passmark bevat ook een test die specifiek het geheugen test, terwijl we met 3DMark Skydiver de grafische prestaties van de IGP meten. Opnieuw is er niet veel verschil.

Benchmarks (USB 3.1)

Omdat USB 3.1 nog geen onderdeel is van de chipset, moeten de moederbordfabrikanten gebruikmaken van extra controllerchips om de nieuwe interface te kunnen bieden. Om de snelheid hiervan te testen gebruiken we de Sandisk Extreme 900 960GB, de snelste externe SSD die op dit moment beschikbaar is. In tegenstelling tot eerder voeren we de tests ook niet meer uit met C-states op C8, maar hanteren we steeds de standaardinstellingen van de moederborden.

Slechts twee van de vier borden bieden ondersteuning voor USB 3.1: de ASUS en de ASRock. De prestaties van de ASUS zijn duidelijk beter dan die van de ASRock, hoewel beide borden dezelfde ASM2142 USB 3.1-controller gebruiken.

Stroomverbruik

Het stroomverbruik hebben we gemeten in twee standen: idle (waarbij we een gemiddelde van 5 minuten bepalen) en onder belasting bij het maximale verbruik tijdens Cinebench 15.

Let op: vanaf deze generatie gebruiken we een andere (en bijzonder efficiënte) voeding, waardoor het stroomverbruik iets anders zal zijn dan we voorheen hebben gemeten. Ook configureren we de moederborden anders: nu testen we alles op de standaardinstellingen van de BIOS.

De lager gepositioneerde moederborden van MSI en Gigabyte blijken zuiniger te zijn dan de uitgebreidere modellen van ASUS en ASRock, althans in idle. Zeker de Gigabyte is indrukwekkend zuinig: tot nu toe het meest zuinige Kaby Lake bord in idle. Onder load maakt het niet zo gek veel uit.

Geluidskwaliteit

De geluidskwaliteit van moederborden testen we met behulp van de loopback test van Rightmark Audio Analyzer. Let wel: we testen dus tegelijkertijd de kwaliteit van de uitgang en de ingang van de onboard geluidskaarten. De "zwakste schakel" bepaalt het resultaat.

De dynamic range en noise level tests zijn erg vergelijkbaar en tonen ook vrijwel identieke resultaten. De dynamic range test meet het verschil in volume tussen het hardste en zachtste weer te nemen signaal, de noise level test meet het verschil tussen het hardste geluid en het ruisniveau.

Om de getallen even in perspectief te plaatsen: de hoogste dynamic range c.q. noise level die met 16-bit geluid in theorie mogelijk is, is 96 dB. 99,9% van het geluid dat je beluistert op je PC (CD's, MP3's, YouTube, games, ...) is 16-bit en de grafieken bewijzen dus dat de hardware in vrijwel alle gevallen geen enkele beperking is. De hogere scores kunnen we enkel behalen door met 24-bit audio te testen. We kunnen ons overigens niet voorstellen dat er ook maar iemand is die het verschil tussen 91 dB en 100 dB signaal/ruis-verhouding daadwerkelijk kan horen.

De moederborden met de ALC1220 scoren duidelijk hoger in deze test dan de modellen die uitgerust zijn met de ALC892. Opvallend is dat de dynamic range een stuk beter is bij de ASUS Strix Z270G Gaming, terwijl de ASRock Z270M Extreme4 het weer veel beter doet qua noise level.

De stereo crosstalk test in hoeverre geluid voor het ene kanaal (links of rechts) doorklinkt op het andere kanaal. 

Ten slotte meten we met RMAA de total harmonic distortion, in feite een gemiddelde van de vervorming in het frequentiedomein. 

Conclusie

Er is behoorlijk wat keuze als het aankomt op Z270 Micro-ATX moederborden. Als je bereid bent de hoofdprijs te betalen, krijg je met de ASUS Strix Z270G een bord met alles erop en eraan: een goede stroomvoorziening, prima audio, twee M.2-sloten (en zelfs een heatsink die zou moeten helpen de warmte af te voeren) en de mogelijkheid om SLI te draaien. In feite is er hier bijna sprake van een volwaardig ATX-bord op Micro-ATX formaat. Dit is nog afgezien van de extra functionaliteit, zoals de interne USB 3.1-header en WLAN-chip, die op de meeste ATX-borden ontbreken - op een wat kleiner bord heb je natuurlijk wat meer aan WLAN. De prijs van 208 euro wel fors. Als ulitem Z270 Micro-ATX bord ontvangt hij een Ultimate Product Award.

Asus Strix Z270G Gaming

De ASRock Z270M Extreme4 is eveneens een uitstekend bord, maar blijkt op sommige vlakken toch wat minder goed dan de ASUS. Zo heeft de stroomvoorziening minder fases en zijn de MOSFET-heatsinks bevestigd door middel van push-pins, in plaats van schroeven. Dit wordt deels goedgemaakt door de heel goede MOSFETs voor de VCore, waardoor je waarschijnlijk toch in enige mate kan overklokken. De ASRock heeft verder geen extra's zoals WLAN of een interne USB 3.1-header, en twee van zijn vijf fanheaders ondersteunen geen PWM, maar daar tegenover staat dat hij wel significant goedkoper is dan de ASUS. Wél biedt hij DTS Connect voor zijn optische TOSLINK-uitgang, wat de ASUS dan weer niet heeft. Met 170 euro betaal je gemiddeld bijna vier tientjes minder, terwijl de functionaliteit die je mist beperkt is. Als aanrader met een uitstekende prijs/kwaliteitverhouding belonen we de ASRock met een Excellent Choice Award.

ASRock Z270M Extreme4

Dan blijven er twee lager gepositioneerde exemplaren over, namelijk de Gigabyte Z270M-D3H en de MSI Z270M Mortar. Ze missen SLI- en USB 3.1-functionaliteit en hebben een oudere en minder goede audiocodec dan de ASRock en de ASUS. Ook hebben ze een M.2-slot minder en is de stroomvoorziening iets zwakker dan bij de hoger gepositioneerde modellen. Aan de andere kant zijn ze weer heel erg zuinig, zeker in idle, en zijn ze weer wat goedkoper. De Gigabyte heeft het voordeel dat hij een optische TOSLINK uitgang heeft, die de MSI dan weer niet heeft.

MSI Z270M Mortar

Aan de andere kant heeft de MSI weer een iets stevigere stroomvoorziening, met MOSFETs die ook in high-end X99 borden voorkomen, die ook met schroeven is bevestigd aan bord. Het prijsverschil met de gunstig geprijsde ASRock Z270M Extreme4 is te klein (iets meer dan twintig euro) om deze goedkopere modellen echt als aanrader te beschouwen, maar als je de extra functionaliteit echt niet nodig hebt maar wel enigszins wilt overklokken, zou je deze kunnen overwegen. Onze voorkeur gaat hierbij uit naar de MSI, die we belonen met een Great Value Award.


ASUS Strix Z270 Gaming


ASRock Z270M Extreme4


MSI Z270M Mortar


Besproken producten

Vergelijk alle producten

Vergelijk  

Product

Prijs

ASRock Z270M Extreme4

ASRock Z270M Extreme4

  • Micro ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4

€ 127,84

4 winkels
Asus Strix Z270G Gaming

Asus Strix Z270G Gaming

  • Micro ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4

€ 231,11

2 winkels
Gigabyte Z270M-D3H

Gigabyte Z270M-D3H

  • Micro ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4
Niet verkrijgbaar
MSI Z270M Mortar

MSI Z270M Mortar

  • Micro ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4
Niet verkrijgbaar
0