Intel Z270 moederborden review: 19 Kaby Lake borden getest

20 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Intel Series 200 chipset
  3. 3. Toch vernieuwing: componenten
  4. 4. Koeling, uiterlijk en accessoires
  5. 5. ASRock Z270 Extreme4
  6. 6. ASRock Z270 Gaming K6
  7. 7. ASRock Z270 Killer SLI
  8. 8. ASUS Maximus IX Formula / Code 
  9. 9. ASUS Strix Z270E/Z270G Gaming
  10. 10. ASUS TUF Z270 Mark I
  11. 11. ASUS Prime Z270-A
  12. 12. Gigabyte Aorus Z270X-Gaming 5
  13. 13. Gigabyte Aorus Z270X-Gaming 7
  14. 14. Gigabyte Aorus Z270X-Gaming 9
  15. 15. Gigabyte Z270X-Ultra Gaming
  16. 16. MSI Z270 Gaming Pro Carbon
  17. 17. MSI Z270 SLI Plus / Z270 Krait Gaming
  18. 18. MSI Z270 XPower Gaming Titanium
  19. 19. Supermicro C7Z270-CG
  20. 20. Supermicro C7Z270-PG
  21. 21. Test
  22. 22. Benchmarks (CPU)
  23. 23. Benchmarks (geheugen en IGP)
  24. 24. Benchmarks (USB 3.1)
  25. 25. Stroomverbruik
  26. 26. Geluidskwaliteit
  27. 27. Conclusie
  28. 28. Besproken producten
  29. 29. Reacties

Inleiding

Zoals gebruikelijk bij de lancering van een nieuwe generatie processors, hoort daarbij ook een nieuwe chipset. Voor haar zevende 'Kaby Lake' generatie brengt Intel de Serie 200 chipset uit, die net zoals de voorganger bedoeld is voor Socket 1151 processors. In deze review bekijken we wat de veranderingen zijn in deze nieuwe chipset en testen we negentien moederborden die hierop zijn gebaseerd.

Vorig jaar kondigde Intel aan dat het zich niet langer zou houden aan het tick-tock principe, waarbij er ieder jaar een kleiner procedé of een nieuwe architectuur geïntroduceerd wordt, maar dat er in plaats daarvan ook een 'refresh' generatie zou komen. Deze Kaby Lake refresh zou in de tweede helft van 2016 uitkomen en belangrijke performanceverbeteringen bieden, zonder veranderingen aan de architectuur of het procedé. Met enige vertraging is Kaby Lake er nu dan, en daar hoort dan ook een nominaal nieuwe chipset bij. De bespreking van de nieuwe processors vind je in dit artikel, op deze en de volgende pagina's gaan we dieper in op de nieuwe chipsets en de eerste hierop gebaseerde moederborden die we ontvingen voor een test.

MSI Z270 XPower Gaming TitaniumAsus RoG Maximus IX Formula

De Kaby Lake chipset gaat door het leven als de Series 200. Behalve de naam is slechts een beperkt aantal zaken verbeterd of toegevoegd. De nieuwigheden hebben voornamelijk betrekking op opslag en snellere PCI-Express SSD's. Verwachtingen dat Kaby Lake wellicht geïntegreerde ondersteuning zou bieden voor USB 3.1 zijn niet waargemaakt. 

Het is prima mogelijk om een Series 100 chipset te gebruiken in combinatie met Kaby Lake, maar dan mis je wel de extra features die de nieuwe generatie biedt. Of er bijzonder veel reden is voor Skylake-gebruikers om te upgraden, kan je lezen in onze Kaby Lake processor-review.

Intel Series 200 chipset

In dit artikel zullen we het voornamelijk hebben over de nieuwe Z270-chipset, hoewel er ook nieuwere varianten van B150, H170 en Q170 zullen uitkomen - die respectievelijk B250, Q250 (nieuw), H270 en Q270 genoemd zullen worden. De low-end H110 chipset krijgt geen refresh.

Net zoals bij Skylake zijn de meeste veranderingen in de Kaby Lake chipset erop gericht om snellere PCI-Express storage te bevorderen. Zo beschik je over vier extra PCI-Express 3.0 lanes, wat precies genoeg is om een extra M.2-slot of U.2-poort te voorzien van maximale bandbreedte. Deze vier extra lanes bieden alle nieuwe chipsets: B250 gaat van acht naar twaalf, H270 gaat van 16 naar 20, en Z270 gaat van 20 naar 24. Het aantal ondersteunde PCI-Express apparaten is ook steeds met 1 toegenomen.

Daarnaast ondersteunt de chipset nu ook het veel gehypte Intel Optane, voorzien van het nieuwe XPoint geheugen van Micron en Intel dat een kruising moet zijn tussen NAND en DRAM. Optane zal in twee vormen uitkomen: als DIMM-modules en M.2 SSD's. Alleen voor gebruik van de Optane DIMM-modules heb je een Kaby Lake platform en processor nodig. Optane is pin-compatibel met DDR4 DRAM, maar gezien het feit dat het een andere technologie is moeten processor en chipset daar wel geschikt voor zijn.  

Daar blijft het dan ook bij: alle andere zaken blijven hetzelfde. Er waren vorig jaar geruchten dat de Series 200 zou beschikken over een geïntegreerde USB 3.1-controller, maar daar blijkt geen sprake van te zijn. Inmiddels zijn deze geruchten 'opgeschoven' naar de volgende generatie op het 14nm procedé, genaamd Coffee Lake, die zou beschikken over zowel USB 3.1 als geïntegreerde WiFi.

Vier extra PCI-Express 3.0 lanes zouden ons dolgelukkig maken in het tijdperk voor Skylake, aangezien dit effectief een verdubbeling van de beschikbare bandbreedte voorstelde (de acht PCI-Express 2.0 lanes die Z97 en X99 hebben, bieden immers ongeveer dezelfde bandbreedte als deze extra lanes). Aangezien we met Skylake nu lanes ten overvloede hebben, zijn we wat minder enthousiast over deze verbetering. De twintig lanes van de Z170-chipset waren al meer dan voldoende om moederborden uit te rusten met alle extra's die je maar zou wensen, in ieder geval voldoende voor het mainstream platform. De extra lanes zijn mooi meegenomen, maar meer ook niet.

Ondanks de niet erg spannende chipset, zijn de nieuwe moederborden op veel vlakken toch verbeterd door het werk van moederbordfabrikanten en chipmakers. Op de volgende pagina zullen we deze veranderingen bespreken.

Toch vernieuwing: componenten

Hoewel het Kaby Lake platform weinig nieuws heeft, grijpen moederbordfabrikanten deze lancering aan om een hele rits nieuwe producten uit te brengen. Niet alleen zijn deze geoptimaliseerd ten opzichte van de Skylake-moederborden, maar belangrijker is dat de fabrikanten nu gebruikmaken van nieuwere audiocodecs en USB 3.1-controllers.

Componenten

Allereerst de audiocodec. Tot dusver was de Realtek ALC1150 het beste wat je geïntegreerd op een moederbord kon krijgen. Andere fabrikanten, zoals Creative, kwamen zo nu en dan met alternatieven, maar deze wisten nooit de ALC1150 te overtreffen. Hoewel de oudere ALC889 en ALC892 zeker niet als slecht zijn te kwalificeren, gaven onze geluidstests altijd aan dat de ALC1150 tot een veel betere geluidskwaliteit in staat was. Bij Skylake was een beetje moederbord in vrijwel alle gevallen uitgerust met een ALC1150. Ook waren de moederbordfabrikanten wat meer ervaren in hoe ze de codec implementeerden, waardoor we in de geluidstest resultaten van wel 105 dB(A) kregen. Om het maximale uit een geluidschip te halen, is een goede implementatie absoluut noodzakelijk.

Deze generatie introduceert Realtek de nieuwe ALC1220, die zoals de naam aangeeft een stapje hoger is gepositioneerd dan de ALC1150. In zekere zin is de ALC1220 de 'nieuwe' ALC1150, want de nieuwe versies van moederborden die de vorige generatie waren uitgerust met een ALC1150, hebben nu steeds een ALC1220. De ALC1220 blijkt in onze tests behoorlijk beter te presteren dan de ALC1150, waardoor hij uitkomt op het niveau van een betere geluidskaart. In zekere zin is dit overigens academisch, want het is maar de vraag of je (zonder op de hoogte te zijn van waar je naar luistert) daadwerkelijk het verschil zou kunnen horen tussen deze geluidschips - of zelfs een ALC892. De subjectieve ervaring is uiteraard heel moeilijk goed vast te stellen, dus we zullen je gewoon de objectieve data presenteren.

Naast de geluidschip wordt er ook een andere USB 3.1-controller gebruikt, namelijk de ASMedia ASM2142. Dit is de opvolger van de ASM1142, die bij Skylake de meeste mid-range en high-end voorzag van USB 3.1-mogelijkheden. De snelheid van de ASM1142 was niet echt om naar huis over te schrijven, zeker in vergelijking met de concurrerende (maar duurdere) Intel Alpine Ridge. De ASM1142 was met slechts een enkele PCI-Express 3.0 lane verbonden met de chipset, waardoor de bandbreedte sowieso lager lag dan het maximum van USB 3.1: 8 Gbit/sec, minder dan de 10 Gbit/sec die de standaard ondersteunt. Daarnaast konden moederborden vaak zelfs die snelheid niet halen. Dit heeft vermoedelijk meer te maken met de implementatie van de controllers, aangezien de moederborden met de Alpine Ridge ook vrijwel nooit in de buurt kwamen van het theoretische maximum.

De ASM2142 is echter - net zoals Alpine Ridge - met twee chipset-lanes verbonden, waardoor hij in ieder geval de maximale bandbreedte van de USB 3.1 interface kan bieden. Daarnaast zouden moederbordfabrikanten meer ervaring moeten hebben met hoe ze het beste zoveel mogelijk snelheid uit de controller kunnen persen. In de praktijk blijkt de ASM2142 stukken sneller te zijn dan zijn voorganger: we zien nu voor het eerst snelheden van meer dan een gigabyte per seconde, waar voorheen alleen de Alpine Ridge ook maar in de buurt van deze snelheid kwam. 

Een andere verandering op USB-vlak is dat de fabrikanten een iets ander pad hebben genomen qua Boost-software. Bij de Z170-generatie was ASUS in eerste instantie de enige partij die een Boost-driver had meegeleverd, die ervoor zorgde dat de snelheden hoger waren dan bij andere fabrikanten. Later deed MSI hetzelfde. Inmiddels heeft ASUS afscheid genomen van zijn Boost-driver, terwijl MSI hem blijft doorontwikkelen: nu kan hij (volgens MSI) ook de snelheid voor M.2-storage verbeteren.

Thunderbolt 3 komt nog steeds nauwelijks voor op de verschillende borden, vermoedelijk vanwege de aanzienlijke licentiekosten die nog bovenop de hogere kosten voor de Intel Alpine Ridge komen. Van de fabrikanten is Gigabyte nog altijd de enige die Alpine Ridge gebruikt voor zijn USB 3.1-implementatie.

Koeling, uiterlijk en accessoires

Op enkele andere vlakken is er ook verandering aangebracht door de fabrikanten, namelijk koeling, het uiterlijk en de meegeleverde accessoires.

Koeling

Lange tijd hebben we ons afgevraagd wat er zo moeilijk was aan het implementeren van meer fanaansluitingen met ondersteuning voor PWM, dat LEDs beter ondersteunt en je in staat stelt lagere fansnelheden (en daarmee wellicht een stillere PC) te bewerkstelligen. ASUS was de enige die vrij consequent op al zijn moederborden (vrijwel alle) fanaansluitingen PWM liet ondersteunen, terwijl dit bij andere fabrikanten in veel mindere mate (of helemaal niet) het geval was. Dit was vooral een blamage voor high-end moederborden van vele honderden euro's, waarvan alleen de CPU-fanaansluiting PWM ondersteunde.

Ook dit is deze generatie anders. Alle moederborden van MSI, Gigabyte en ASUS hebben nu vrijwel universele ondersteuning voor PWM. Opmerkelijk genoeg geldt dit niet voor ASRock, dat naast ASUS de enige fabrikant was die op sommige van zijn borden goede PWM-ondersteuning bood. Volgens ASRock komt is dit trouwens een probleem met de vroege BIOS-versie die we hebben gebruikt en zou het bij latere versies opgelost moeten zijn.

Uiterlijk

Vrijwel alle Kaby Lake borden zien er heel anders uit dan hun Skylake-voorgangers. Steeds vaker worden LEDs geïmplementeerd, en ook in andere opzichten wordt er meer aandacht besteed aan esthetische aspecten. Zo worden PCI-Express sloten veel vaker versterkt met staal, wat de sloten sterker zou maken voor een vakantie naar Nieuw-Zeeland, maar hierdoor zien ze er ook wat leuker uit. Dit kwam de vorige generatie al voor, maar nieuw is nu dat de DIMM-banken ook worden versterkt met staal. Fabrikanten geven hiervoor de reden dat gebruikers hierdoor comfortabeler kracht kunnen zetten of dat elektromagnetische storing hierdoor deels vermeden kan worden, maar het is niet te ontkennen dat het vooral een aardig effect heeft op hoe het bord eruit ziet.

ASUS heeft een nieuwe feature genaamd '3D Printer Ready'. Hiermee kan je bronbestanden downloaden online en bewerken, en vervolgens uitprinten met je 3D-printer (of gebruikmaken van een 3D-printer service). ASUS is hier heel erg enthousiast over, maar wat je er in de praktijk aan zal hebben is maar de vraag - weinig mensen hebben een 3D-printer, en de services die je hiervoor kan gebruiken zijn verre van goedkoop. 

Accessoires

Veel fabrikanten leveren nu een HB SLI-brug mee, de nieuwe brug die bij Pascal werd geïntroduceerd omdat de nieuwere kaarten veel meer bandbreedte nodig zouden hebben. En dat is maar goed ook, gezien de woekerprijzen die je er in eerste instantie voor moest betalen. Op dit moment is het overigens nog niet absoluut noodzakelijk om een HB SLI-brug te gebruiken, omdat de prestatieverschillen in de meeste games vooralsnog meevallen, maar naarmate er steeds snellere videokaarten op de markt komen (denk aan een GTX 1080 Ti) zal dit steeds meer een must worden. Let wel op dat de HB SLI-brug niet buigbaar is en dat de twee videokaarten daarom precies even hoog moeten zijn. Het is niet meer mogelijk om twee videokaarten met een verschillende hoogte te nemen, om deze vervolgens te combineren in een SLI-opstelling - daarvoor moet je de goede oude 'low-bandwidth' SLI-brug gebruiken.

ASRock Z270 Extreme4

De ASRock Z270 Extreme4 is de opvolger van het mid-range Z170-bord met de allerbeste prijs/kwaliteitverhouding, namelijk de ASRock Z170 Extreme4. De Z170 Extreme4 was net iets goedkoper dan de concurrentie, maar bood op de meeste vlakken toch meer mogelijkheden. Wellicht dat ASRock deze prestatie ook bij Kaby Lake kan herhalen.

Qua uiterlijk is hij in ieder geval heel anders: hij heeft een complete make-over gehad ten  opzichte van zijn voorganger. Waar die grotendeels zwart was met oranje tinten, is de Z270 Extreme4 zwart met een witte overkapping van het linkerdeel en een witte X (die ongetwijfeld staat voor Extreme) in het midden. Hij lijkt in zekere mate op de ASRock X99 Taichi, die wel een ander wit patroon had op het bord zelf. Om eerlijk te zijn vinden we dit er niet fantastisch uitzien, maar dit wordt uiteraard niet meegewogen in de beoordeling. Wat wel nieuw is, is de aanwezigheid van versterkte PCI-Express sloten.

ASRock Z270 Extreme4

Het bord is uitgerust met LED-lampjes die standaard aan staan, en die nogal fel zijn. Op onze testbench was het vanwege deze felheid in ieder geval niet prettig om naar het bord te kijken. Naast de standaard LEDs heeft hij ook een RGB-header, waarop je (bijvoorbeeld) LEDs die je bij een bouwmarkt koopt kan aansluiten.

Net zoals bij de vorige generatie geeft ASRock aan dat het bord 10 fases heeft, waar er daadwerkelijk 12 fases aanwezig zijn. Het komt niet vaak voor dat een fabrikant zo terughoudend is in het aanprijzen van zijn eigen producten, maar ASRock telt alleen de fases die stroom leveren aan de CPU en IGP: de twee aparte fases voor de IO en de SA (die voornamelijk bijdragen aan de overklokbaarheid van het geheugen) worden niet meegeteld. Deze fases worden aangestuurd door een 4+2 fase PWM-controller. Elke fase heeft twee MOSFETs, NIKO-SEM PK616BA, met een rating van 50 ampère, die we onder andere terugvinden als een van de twee MOSFETs op sommige X99-borden van MSI. 

ASRock Z270 Extreme4

Het bord biedt de standaard zes SATA600-poorten van de chipset, en daarnaast levert een losse ASMedia ASM1061 controller nog twee extra poorten. Deze controller kan maximaal PCI-Express 2.0 aan, dus hij heeft een maximale bandbreedte van 500 MB/sec. Dit is meer dan genoeg voor harde schijven, maar als hier twee SSD's op worden aangesloten, zou de controller weleens een bottleneck kunnen vormen. Verder biedt het bord twee M.2-sloten met de maximale bandbreedte van 32 Gbit/sec, maar hierbij worden er wel steeds twee SATA600-poorten uitgeschakeld op het moment dat een M.2-slot in gebruik is. Dit zijn ook nog eens poorten die door de chipset geleverd worden. Op het moment dat je beide M.2-sloten gebruikt, heb je dus maar vier SATA600-poorten over - waarvan twee relatief langzame van de ASMedia chip. De U.2 standaard, die steeds populairder wordt op moederborden, ontbreekt. 

Het bord is rijkelijk bedeeld qua USB-poorten. We treffen vier USB 3.0 poorten aan op het I/O paneel, aangevuld door twee USB 3.1 poorten - uiteraard geleverd door de nieuwe ASMedia ASM2142 controller.  Naast deze poorten levert de chipset nog headers voor zes keer USB 2.0 en twee keer USB 3.0. Daar blijft het echter niet bij: dankzij een extra ASM1074 hub worden er nog twee extra externe USB 3.0 poorten geboden. Ook deze generatie blijft ASRock de USB 3.0 poorten netjes USB 3.0 noemen.

ASRock Z270 Extreme4

De geluidsvoorziening wordt verzorgd door de Realtek ALC1220, en daarnaast zit er op het bord een koptelefoonversterker, te weten de Ti Ne5532. Het moederbord maakt gebruik van de geïntegreerde netwerkcontroller die de Skylake-chipset biedt, door de implementatie van de Intel WG-1219-I PHY. Daarnaast is er ruimte voor een M.2 WiFi-module, en kunnen er zelfs twee antennes door het I/O-paneel. Er wordt ook een HB SLI-bridge meegeleverd, zoals we al eerder zagen bij sommige X99-moederborden van het bedrijf. 

Op bepaalde vlakken is de Z270 Extreme4 een achteruitgang ten opzichte van zijn voorganger. Zo wisselt hij twee USB 3.0 poorten in voor USB 2.0. Ook heeft hij niet langer power- en reset-knoppen op het moederbord, wat de voorloper vrij uniek maakte in zijn prijsklasse. Serial ATA-Express is eveneens verdwenen, maar dat is geen echte achteruitgang - er zijn toch geen producten voor, en je krijgt er een extra M.2 slot en twee SATA600-poorten voor terug.

ASRock Z270 Gaming K6

De ASRock Z270 Gaming K6 is in veel opzichten vergelijkbaar met de Extreme4, hoewel je dat op basis van het uiterlijk misschien niet zou zeggen. Hij ziet er namelijk totaal anders uit met zijn typische 'gaming' look. Zowel het bord zelf als de PCB overkapping zijn zwart, met hier en daar rode elementen en tekst. Wat ons betreft een geslaagd ontwerp, maar zoals aangegeven nemen we dit soort zaken niet mee in de beoordeling. Ook hier zijn de PCI-Express sloten versterkt en is er een RGB-header aanwezig, die ASRock net zoals ASUS 'Aura' noemt.

Het bord is uitgerust met twee Intel netwerkcontrollers, de WG-I1219 en de I211AT. De eerste is een PHY die de netwerkmogelijkheden van de chipset weet te benutten, terwijl de tweede een volwaardige netwerkcontroller is. Niettemin kunnen ze gecombineerd worden (teaming) om een snellere overdrachtssnelheid mogelijk te maken, hoewel dat niet mogelijk is in Windows 10. Dit heeft niets met dit moederbord specifiek te maken, maar komt doordat Intel na anderhalf jaar nog geen driver heeft uitgebracht die teaming ondersteunt in combinatie met Windows 10.

ASRock Fatal1ty Z270 Gaming K6

De stroomvoorziening is grotendeels vergelijkbaar met die van de Extreme4. De PWM-controller is wederom een Intersil ISL95824, een 4+2 fase controller. Nu is er wel sprake van twee verschillende MOSFETs: de NIKO-SEM PK618BA en een PZ0903BK. De eerste heeft een ampère rating van 59A, maar het tweede product is relatief nieuw en er staan nog geen specificatie-sheets van online. Gezien de iets hogere positionering van dit bord zou het ons niet verbazen als die een wat hogere rating heeft. Uiteraard zijn er heatsinks aanwezig op de MOSFETs, die door middel van schroeven stevig zijn vastgemaakt.

Ook de storage-mogelijkheden zijn identiek aan die van de Extreme4. De chipset biedt zes SATA600-poorten, aangevuld door twee keer SATA600 van de ASM1061. Daarnaast biedt het bord twee keer M.2, die wederom steeds bandbreedte delen met twee SATA600 poorten van de chipset. U.2 ontbreekt weer.

ASRock Fatal1ty Z270 Gaming K6

Qua geluid zit het prima met het moederbord: allereerst is de nieuwe Realtek ALC1220 audiocodec gebruikt om beter geluid te bieden, aangevuld door een Ti Ne5532 koptelefoonversterker. Ook de aansluitmogelijkheden zijn identiek aan die van de Extreme4: de ASM2142 biedt twee USB 3.1 poorten op het I/O-paneel, aangevuld met vier USB 3.0 poorten uit de Z270 chipset. Tot slot zijn er headers voor twee keer USB 3.0 en zes keer USB 2.0.

Er zijn echter ook genoeg verschillen tussen de Extreme4 en de Gaming K6, voornamelijk op overklok- en koelingvlak. De Z170 Extreme4 was het enige bord in zijn prijsklasse dat on-board knoppen voor power en reset bood, maar deze generatie is dit inmiddels verdwenen. De Gaming K6 heeft deze nog wel, hoewel ze voorzien zijn van onconventionele logo's en kleine tekst, waardoor het een beetje verwarrend is wat nou welke knop is. Een andere opmerkelijke keuze is de aanwezigheid van een switch voor het in- en uitschakelen van XMP, wat uiteraard ook prima mogelijk is in de BIOS omdat je die optie niet dagelijks nodig hebt. Er is ook een probleemdiagnose HEX-scherm, en een extra fanaansluiting met PWM.

ASRock Z270 Killer SLI

De ASRock Z270 Killer SLI wordt een wat betaalbaarder moederbord met de Z270-chipset. Het bord heeft geen directe voorganger, maar zou als concurrent voor bijvoorbeeld de MSI PC Mate-serie kunnen worden gezien. Dankzij de Z270-chipset kun je overklokken, terwijl de prijs toch vriendelijk moet blijven door de rest van de featureset relatief basaal te houden. Bij het testen viel ons op dat de Killer SLI wat minder breed is dan een doorsnee ATX-bord - de meest rechter schroefgaten voor de stand-offs in je behuizing worden dan ook niet gebruikt.

Ten opzichte van de Extreme4 is de Killer SLI wat simpeler uitgevoerd, met een minder grote overkapping over de aansluitingen en één PCIe 3.0 x16-slot minder. Zoals de naam al aangeeft is hij wel gecertificeerd voor Nvidia SLI, waarvoor de zestien lanes bandbreedte wordt verdeeld over de twee overgebleven sloten.

ASRock Z270 Killer SLI

Qua connectiviteit lever je USB 3.1 in - dat zit in z'n geheel niet op dit bord - maar daar krijg je wel twee USB 3.0-connectors voor terug. De cyaanachtige kleur die vaak voor USB 3.1 wordt gebruikt zou enigszins verwarrend kunnen werken, maar zelfs de Type-C connector werkt gewoon op USB 3.0-snelheid. Ook de extra SATA-controller van de Extreme4 is bij dit bord weggelaten, maar de zes SATA600-poorten van de chipset blijven natuurlijk wel behouden.

Andere 'downgrades' vinden we op het gebied van de audio-codec. De nieuwe ALC1220 is ingeruild voor een ALC892, waarmee de ondersteuning voor DTS Connect wegvalt. Ook de extra audioversterker voor hoofdtelefoons is niet langer aanwezig. Voor de ethernetpoort gebruikt ASRock wel nog steeds de Intel-controller uit de chipset.

De CPU-stroomvoorziening is iets minder uitgebreid, maar met 10 fasen moet je nog altijd prima kunnen overklokken. Er wordt een 4+3-fasen PWM-controller van Intersil gebruikt. Per fase zijn er twee mosfet's aanwezig, de Sinopower SM4336NSKP en SM4337NSKP, met een rating van respectievelijk 65 en 55 ampère.

Overige verschillen zitten in de details. Zo blijft het aantal fan-connectors gelijk op vier, maar daalt het aantal daarvan dat daadwerkelijk PWM ondersteunt van drie naar twee (hoewel ze volgens ASRock met de laatste BIOS alle vier wel PWM zouden moeten ondersteunen). Zelfs bij de Z270 Killer SLI levert ASRock trouwens een Nvidia HB SLI-bridge mee, zodat je direct aan de slag kunt met meerdere videokaarten.

ASUS Maximus IX Formula / Code 

ASUS heeft zijn Republic of Gamers moederborden serie met de 200-serie moederborden flink op de schop genomen. Allereerst moeten we tot onze grote spijt de razend populaire Ranger missen: deze wordt vervangen door de Strix-borden die later worden besproken. De Hero en Extreme blijven nog wel beschikbaar, maar die hebben we in dit stadium nog niet ontvangen. Het moederbord voor casemodders, de Formula, hebben we wel getest, en hij heeft nu het gezelschap van een kleinere broer: de Code.

Qua uiterlijk is er niet veel veranderd aan de Formula. Hij heeft nog steeds een Sabertooth-achtig frontplate, en alle veranderingen op andere borden zien we hier niet. Dit komt uiteraard mede doordat dit een van de eerste borden was die RGB-verlichting en -headers introduceerde, dus wat dat betreft was er minder ruimte om op dat vlak veel te vernieuwen. Nieuw sinds de introductie van de vorige Formula is wel Aura Sync, waarmee de verlichting van verschillende ASUS-componenten op elkaar kunnen worden afgestemd. Wat wel anders is, is dat er versterking voor de PCI-Express sloten is geïntroduceerd: er zijn nu metalen haakjes die de sloten 'vasthouden'. Als je van boven naar het bord kijkt, zijn ze bijna onzichtbaar, maar ze zouden de sloten wel sterker moeten maken.

Asus RoG Maximus IX Formula

Wat betreft de functionaliteit zijn er enkele verschillen met de Maximus VIII Formula. Allereerst heeft de nieuwe Formula vier minder USB 3.0-poorten. Dit is om bandbreedte te besparen voor een tweede USB 3.1-controller: er zijn twee ASM2142's aanwezig op het bord. Een hiervan levert twee USB 3.1-poorten op het I/O-paneel (een keer Type-A en een keer Type-C), terwijl de andere is verbonden met een nieuwe soort header op het moederbord. We hebben eerder in een EVGA-bord gezien dat een traditionele USB 3.0-header in principe gebruikt kan worden om een USB 3.1-signaal door te zetten, maar nu is er sprake van een volledig nieuw type header, die een beetje lijkt op een kruising tussen een USB- en een SATA-poort. Hoewel de controller twee poorten van bandbreedte kan voorzien, ondersteunt de header slechts een poort - en in sommige gevallen twee Type-A poorten. Deze nieuwe header zal binnenkort overigens breed ondersteund worden - het is niet iets waar ASUS op eigen houtje mee aan de slag gaat, eerder al kondigde MSI samen met Phanteks aan ook deze header te gaan gebruiken. 

Om de vermindering van het aantal USB 3.0-poorten enigszins goed te maken, heeft de Formula wel meer USB 2.0 poorten op het I/O-paneel. In totaal vier, waardoor het bord in combinatie met de vier USB 3.0 poorten en de twee keer USB 3.1 uitkomt op 10 poorten op het paneel. Ook zijn er headers voor twee keer USB 2.0, vier keer USB 3.0 en zoals aangegeven twee keer USB 3.1.

Asus RoG Maximus IX Formula

Een andere verandering is dat er geen losse controller meer aanwezig is voor extra SATA600-poorten, die de voorganger wel had. Serial ATA-Express is ook verdwenen. Een opmerkelijke verandering is dat ASUS de U.2-poort heeft laten vervallen voor een extra M.2-slot. Bij de X99 refresh moederborden zagen we juist dat het bedrijf op veel meer borden U.2 implementeerde, maar hier gaat het dus de omgekeerde richting uit.

Uiteraard is er een Intel netwerkcontroller aanwezig, en zoals het een Formula betaamt een Qualcomm WiFi-controller met een snelheid van 867 Mbps (met ondersteuning voor MU-MIMO). 

Asus RoG Maximus IX Formula

De Formula heeft tien fases voor de CPU-stroomvoorziening. Net zoals bij de andere Republic of Gamers-moederborden is dat geen enorm aantal, maar ASUS hamerde er wel altijd op dat dit niet uitmaakte, omdat de stroomvoorziening van heel erg goede kwaliteit was. De ROG-borden werden ook altijd uitgerust met een Digi+ ASP1405, wat naar verluidt de hoogwaardige IR35201 PWM-controller van International Rectifier is. Opvallend genoeg verandert dat deze generatie en maken de door ons geteste ROG-borden gebruik van dezelfde stroomvoorziening als de overige Z170-borden. De gebruikte PWM-controller is nu een Digi+ ASP1400BT (een rebrand waarvan niet duidelijk is wat het exacte model is, waarschijnlijk van International Rectifier), dezelfde als op de Z170 Pro Gaming (en de Z270 Strix-borden). Hoewel we door de rebrands van ASUS niet met zekerheid kunnen vaststellen dat dit een achteruitgang is, lijkt het er in ieder geval wel sterk op. We hebben vragen richting ASUS gestuurd over deze kwestie, maar we hadden ten tijde van de publicatie hierop nog geen antwoord ontvangen.

Asus RoG Maximus IX Formula

De MOSFETs zijn ook anders dan die van de vorige Formula, nu is hij uitgerust met de 87350D van Texas Instruments, met een ampère-rating van 40A - maar deze zijn wel anders (en hopelijk ook beter) dan die van de overige borden van ASUS. Een Formula-specifieke eigenschap is dat de heatsinks van de MOSFETs aangesloten kunnen worden op een custom waterkoelset, om ze nog beter te koelen dan normaal.

Een vernieuwing waarvan je je afvraagt waarom het zo lang heeft geduurd voordat een fabrikant hiermee kwam, is dat het I/O-shield vast zit op het paneel. We hopen dat dit heel snel gemeengoed wordt.

ASUS Maximus IX Code

Nieuw in de Republic of Gamers-serie van ASUS is de Code, die grotendeels vergelijkbaar is met de Formula, maar iets minder luxe is in sommige opzichten. Zo ontbreekt bij dit bord de mogelijkheid om de MOSFET-heatsinks aan te sluiten op een custom waterkoelset. Ook heeft de Code geen ingebouwd I/O-shield. Voor de rest is het letterlijk met een vergrootglas zoeken naar de de verschillen. Er zijn wat verschillen in de benchmarkresultaten (USB 3.1-prestaties) om precies te zijn, maar veel jonger is dit broertje niet - want zowel qua functionaliteit als testresultaten is hij bijna de gelijke van de Formula.

Asus RoG Maximus IX Code

ASUS Strix Z270E/Z270G Gaming

We hebben al eerder Strix-moederborden gezien bij de X99 refresh serie van ASUS, die officieel ook behoort tot de Republic of Gamers. Voor Z270 komen de Strix-borden in twee formaten: ATX (Z270E) en Micro-ATX (Z270G). ASUS geeft aan dat de eerste de officieuze opvolger is van de Maximus VIII Ranger (die helaas verdwijnt uit het assortiment), terwijl de Z270G een micro-ATX exemplaar is. De ook nog te verschijnen Strix Z270F kan je zien als opvolger van de Z170 Pro Gaming.

Asus RoG Strix Z270E Gaming
De ASUS Strix Z270E Gaming.

Qua design lijken de donkergrijze Strix'en met zwarte kleuren hier en daar in ieder geval wel enigszins op ROG-borden, hoewel ze meer weghebben van de Hero dan de Ranger. De plastic overkapping die we deze generatie bij vrijwel alle borden zien is hier ook aanwezig. Grappig en mooi is dat de glanzend zwarte chipset-heatsink enigszins kristalvormig is, iets wat je alleen kan waarnemen als je er niet direct van boven naar kijkt. Net zoals de Formula zijn de PCI-Express sloten versterkt met staal, maar deze wordt minder ver doorgetrokken dan de andere fabrikanten doen. Er zijn twee RGB LED headers aanwezig, die uiteraard ook de Aura Sync afstellingsmogelijkheid hebben. De verandering ten opzichte van de vorige generatie is dat RGB er nu standaard op zit, waar je bij de vorige generatie nog een speciale Aura-variant moest aanschaffen.

Asus Strix Z270G Gaming

Er is ook een Micro-ATX versie van de Strix.

Beide Strix-borden hebben twee ASM2142-controllers, een voor twee keer USB 3.1 op het I/O-paneel en een voor de nieuwe header die we ook al zagen bij de Formula. Voor de rest zijn de Strix-borden iets minder rijkelijk bedeeld qua USB-poorten: beide hebben op het I/O-paneel vier keer USB 3.0 en twee keer USB 3.1. De Micro-ATX Z270G heeft verder nog twee extra USB 2.0-poorten, die bij de Z270E ruimte moeten maken voor de DVI-uitgang van de IGP. Een opmerkelijke keuze wat ons betreft. Er zijn headers voor twee USB 3.0-poorten bij beide borden, en vier keer USB 2.0 bij de Z270G en zes keer bij de Z270E.

Asus RoG Strix Z270E Gaming

Nieuw is de aanwezigheid van temperatuursensor-headers, die je in staat stellen om een temperatuursensor ergens op het moederbord neer te zetten en de gemeten temperaturen uit te lezen in het besturingssysteem. Temperatuursensors hebben we al teruggezien op echte high-end moederborden zoals de ASUS Maximus VIII Extreme, maar dat waren ook subzero-headers bedoeld voor LN2-overklokkers, waarvan hier geen sprake is. Toch een leuke toevoeging voor de gewone huis, tuin en keuken overklokker.

Net zoals de Maximus IX Formula hebben beide Strix-borden tien fases voor de CPU-stroomvoorziening. Ook identiek is de gebruikte PWM-controller, de Digi+ ASP1400BT PWM. De gebruikte MOSFETs zijn de 4C06B en een 4C09B MOSFETs van ON Semiconductor, waarvan niet wordt aangegeven hoeveel stroom ze maximaal kunnen verwerken. Dit is allemaal exact hetzelfde als we tegenkwamen op zijn voorganger, de Z170 Pro Gaming. Wel is de degelijkheid iets beter: zo worden de heatsinks op de MOSFETs nu niet langer vastgezet door middel van push-pins, maar met schroeven. Dit moet zorgen voor betere warmteafdracht.

Asus RoG Strix Z270E Gaming

De Strix-borden hebben verder de Intel-netwerkcontroller van de chipset, en een WiFi-controller waarvan de snelheid en het merk niet gespecificeerd worden. Hiermee ondersteunen ze ook Bluetooth. De nieuwe Realtek ALC1220 is uiteraard ook van de partij, maar een koptelefoonversterker is niet aanwezig.

Tot dusver zijn er weinig verschillen geweest tussen de ATX Z270E en de Micro-ATX Z270G, en dit is omdat de laatstgenoemde opvallend solide is voor een Micro-ATX bord. Uiteraard zijn er ook wat verschillen, omdat er op een Micro-ATX product simpelweg minder ruimte is voor bepaalde zaken. Het derde PCI-Express 16x slot ontbreekt bijvoorbeeld op de Z270G. Ook heeft hij twee fanaansluitingen minder. Zoals standaard bij ASUS bieden vrijwel alle fancontrollers ondersteuning voor PWM. Voor de rest is er geen enkel verschil, wat leuk is voor wie een goed Micro-ATX bord wil aanschaffen, aangezien er hiervan altijd relatief weinig op de markt komen.

Voor degenen die niet staan te springen om een bord met WiFi, heeft ASUS aangegeven een ander ATX-bord uit te brengen, namelijk de Z270F. Dit bord is verder identiek aan de Z270E, maar door het ontbreken van de WiFi-functionaliteit kan het tegen een iets lagere prijs aangeboden worden. Wellicht is dit ook een betere keuze voor gamers, die voor hun internetverbinding hoogstwaarschijnlijk toch een Ethernet-kabel gebruiken.

ASUS TUF Z270 Mark I

Deze generatie neemt ASUS afscheid van de naam Sabertooth, alweer sinds 2009 het label waarmee het bedrijf aangaf dat de moederborden hiermee voorzien waren van componenten met erg goede kwaliteit (en daarbij ook vijf jaar garantie). Sabertooths behoorden tot de TUF-reeks, wat staat voor The Ultimate Force. Nu wordt deze naam gehanteerd voor het product zelf.

Bekender dan de kwaliteit van de componenten is misschien de frontplate van de Sabertooth, wat ASUS de 'thermal armor' noemt, van de Sabertooth. Het waren echter alleen de 'Mark I' Sabertooths die hierover beschikten, en ditzelfde zal uiteraard ook gelden voor de TUF-borden. Het thermal armor is in theorie bedoeld om de componenten koel te houden, maar in de praktijk geeft dit het moederbord een uniek en bijzonder uiterlijk. In combinatie met de backplate is dit hierdoor nagenoeg het enige moederbord dat prettig vast te houden is. Opmerkelijk genoeg gaat de TUF niet mee in de RGB LED-hype: er zijn wat LEDs aanwezig op het bord, maar er is verder geen header te bekennen voor een LED-strip.

Asus TUF Z270 Mark 1

Het bord heeft aan de voorkant camouflagekleuren: de thermal armor is grotendeels donkerbruin, terwijl de DIMM-banken zwart-beige zijn en de stroomconnectors en sommige fanconnectors beige.

Iets anders wat karakteristiek is voor TUF-producten is een gigantisch aantal fanconnectors. De vorige Sabertooth had er al een behoorlijk aantal: tien (waarvan negen met PWM-ondersteuning). De TUF houdt dit aantal, maar het aantal met PWM-ondersteuning is opmerkelijk genoeg afgenomen: nu zijn er maar zes. Zeker voor een merk als ASUS, dat altijd al zeer solide PWM-ondersteuning bood, is dit een beetje raar.

De TUF heeft zes SATA600-poorten, en twee M.2-sloten. Een van deze twee bevindt zich rechtsonder op het moederbord en is verticaal: een geplaatste M.2 SSD zal dus uitsteken.

Asus TUF Z270 Mark 1

De Sabertooth van de vorige generatie had al twee netwerkkaarten, maar je moest daarbij genoegen nemen met een Realtek als secundaire NIC. Nu zijn ze beide van Intel, wat teaming mogelijk zou maken - ware het niet dat de Windows 10 Intel-drivers hiertoe nog niet in staat zijn.

Net zoals de andere ASUS-moederborden in de test heeft de TUF tien fases voor de CPU-stroomvoorziening. Ook hier zien we de Digi+ ASP1400BT van het bedrijf terug. ASUS spreekt in de handleiding ook over TUF MOSFETs, wat misschien zou suggereren dat er speciale MOSFETs worden gebruikt voor dit bord, maar deze blijken exact dezelfde te zijn als op de Strix-borden: de ON Semiconductor 4C06B en 4C09B.

Asus TUF Z270 Mark 1

ASUS Prime Z270-A

De ASUS Prime Z270-A is de opvolger van de gewone 'Z170-A'. Net zoals de andere moederborden is de benaming iets aangepast, maar dit geldt in veel minder mate voor het ontwerp en de functionaliteit van het bord. Veel fabrikanten hebben deze generatie (om wat voor reden dan ook) gekozen voor een plastic overkapping van het I/O-paneel, maar bij de Z170-A was het witte, glanzende plastic dat we op dit moederbord aantreffen al aanwezig. Ook de RGB LED is uitgebreid: nu is er van boven tot beneden LED-verlichting, en het bord biedt ook een header voor RGB LED.

Op het I/O-paneel treffen we vier USB 3.0-poorten aan en twee keer USB 3.1, geleverd door de nieuwe ASMedia ASM2142 chip. Daarnaast zijn er op het moederbord headers voor twee keer USB 3.0 en zes keer USB 2.0. Het totale aantal poorten verschilt niet van de Z170-A, maar twee USB 2.0-poorten op het I/O-paneel zijn nu ingeruild voor USB 3.0-poorten.

Asus Prime Z270-A

Qua storage zijn de mogelijkheden van de Z270-A vrij standaard: hij biedt zes keer SATA600 en twee keer M.2. De enkele SATA-Express poort die zijn voorganger had is inmiddels verdwenen. Geen gemis.

Net zoals de Strix heeft de Z270-A een temperatuursensor-header, waarmee je een zelf gekochte sensor kan aansluiten en de gemeten temperaturen vervolgens kan waarnemen in de BIOS.

De netwerkvoorziening wordt geleverd door de geïntegreerde netwerkcontroller van de chipset, de Intel WGI219V. Daarnaast is het bord uitgerust met de Intel WGI219V voor beter geluid. 

Asus Prime Z270-A

Het bord heeft tien fases voor de CPU-stroomvoorziening, die voor de rest identiek is aan die van de Strix-borden. Er zijn enkele knoppen aanwezig op het moederbord. Allereerst een aan/uit-knop, maar ook een MemOK knop die minder duidelijk meerwaarde heeft. Daarnaast is er een XMP-switch, waarmee je eenvoudig kan schakelen tussen XMP ingeschakeld en uitgeschakeld - mocht je dat om de een of andere reden ooit willen. 

Als we de Z270-A vergelijken met de Z270E Strix (ATX), dan zien we vier verschillen. Allereerst verschillen ze uiterlijk heel erg van elkaar: de Strix ziet er in onze ogen een stuk beter uit. De Z270-A heeft niet de nieuwe USB 3.1 header, en moet ook de WiFi-controller missen. Tot slot heeft hij een fanaansluiting minder. Zeker als een moederbord gewoon functioneel moet zijn voor je en hoe het eruit ziet niet zo heel veel uitmaakt, is de goedkopere Z170-A absoluut het overwegen waard. Ironisch genoeg zou hij voor gamers misschien zelfs nog een betere prijs/kwaliteitverhouding hebben, omdat die waarschijnlijk toch gewoon een bekabelde Internetverbinding zullen gebruiken. 

Asus Prime Z270-A

Gigabyte Aorus Z270X-Gaming 5

Gigabyte gebruikt al enige tijd het submerk Aorus voor zijn gaming-producten, en deze generatie wordt dit uitgebreid naar moederborden. De Aorus Z270X-Gaming 5 is een zwart bord met een witte overkapping van het I/O-paneel. Op de chipset is een zwart-zilveren-witte heatsink, met de naam Aorus en het bijbehorende logo. Onder de PCI-Express 16x sloten en tussen de DIMM-banken vind je lichtjes. Een RGB LED-header ontbreekt uiteraard ook niet. 

De PCI-Express sloten zijn versterkt met staal, wat nu ook het geval is bij de DIMM-banken. Gigabyte was een van de eerste fabrikanten die met dit laatste begon, maar sindsdien is de praktijk overgenomen door andere fabrikanten. Volgens Gigabyte dient dit ter versteviging, om het de gebruiker mogelijk te maken om zorgeloos meer kracht te zetten bij het plaatsen van de DIMM's.

Gigabyte Aorus Z270X Gaming 5

De CPU-stroomvoorziening van de Gaming 5 beschikt over elf fases. Hij wordt aangestuurd door een Intersil ISL95866 4+3 fase PWM-controller, die wordt gecombineerd met Vishay Sira12 en Sira18 MOSFETs, die een rating van respectievelijk 60 en 33A hebben. Voor het grootste deel is dit niet anders dan wat we de vorige generatie zagen bij vergelijkbare moederborden, maar de PWM-controller heeft nu wel een iets hoger modelnummer, met een iets betere modulator en daarmee efficiëntie. 

De Gaming 5 heeft twee Ethernet-controllers, een Killer E2500 en de Intel-controller van de chipset. Het geluid wordt verzorgd door een Realtek ALC1220 audiocodec, gecombineerd met een Ti Ne5532 koptelefoonversterker.

Qua storage is hij veelzijdig. Allereerst heeft het bord de standaard zes SATA600-poorten van de chipset, aangevuld met twee keer M.2 en een keer U.2. Zelfs de dode (en compleet nutteloze) SATA-Express standaard is vertegenwoordigd, met maar liefst drie poorten.

Gigabyte Aorus Z270X Gaming 5

On-board zijn er knoppen voor overklokken en een Eco-stand die energie probeert te besparen. Op zijn minst enigszins curieuze keuzes, want het is niet duidelijk waarom je per se deze knoppen nodig zou hebben op het moederbord. Een probleemdiagnose HEX-scherm is ook aanwezig, tezamen met vijf temperatuursensors.

De USB 3.0-connectors zijn op de doos "USB 3.1 Gen1" genoemd, wat officieel mag maar alleen verwarring creëert. MSI is hiermee begonnen, en tot nu toe was er nog geen fabrikant die dit had geïmiteerd. Gelukkig gebruikt Gigabyte wel de correcte kleuren voor de USB 3.1 en 3.0 poorten op het I/O-paneel, waardoor ze goed van elkaar te onderscheiden zijn. Ook staat er op het I/O shield netjes "USB 3.0" en "USB 3.1". 

Gigabyte Aorus Z270X Gaming 5

Een grote verandering van Gigabyte deze generatie is dat het bedrijf niet langer in (vrijwel) al zijn moederborden de Intel Alpine Ridge implementeert. Zo is er bij dit moederbord gewoon sprake van de ASMedia ASM2142 controller, waar de Z170X-Gaming 5 nog een Alpine Ridge zonder geactiveerde Thunderbolt aan boord had. Alleen de hoger gepositioneerde borden hebben nu Alpine Ridge, en die hebben dan ook meteen Thunderbolt 3 ondersteuning.

Wat ook veranderd is, is dat Gigabyte nu veel betere ondersteuning voor PWM biedt bij zijn fancontrollers. Bij de Gigabyte-borden in deze test ondersteunen alle fancontrollers gewoon PWM. Voor Gigabyte is dit een hele omslag, want waar andere niet-ASUS fabrikanten soms twee of meer PWM-controllers boden, was dit bij Gigabyte steevast altijd een. Ook bij bijzonder dure borden van bijvoorbeeld honderden euro's bleek alleen de CPU-fancontroller PWM te ondersteunen. Gelukkig is dit nu ten einde.

Gigabyte Aorus Z270X-Gaming 7

Uiterlijk lijkt de Gaming 7 heel erg op de Gaming 5. Zo zijn de kleuren en elementen hetzelfde, en bevinden de LEDs zich ook op exact dezelfde plaats. Het verschil is dat de LED-zones bij de Gaming 7 onafhankelijk van elkaar andere effecten weer kunnen geven.

Ook de stroomvoorziening verschilt totaal niet van die van de Gaming 5: hij heeft eveneens elf fases en we mogen weer dezelfde PWM-controller en MOSFETs bewonderen - Intersil ISL95866 in combinatie met de Vishay Sira12 en Sira18. Verschil is wel dat er bij de Gaming 7 een heatpipe is aangebracht om de twee MOSFET-heatsinks met elkaar te verbinden en daarmee de warmte beter te spreiden.

Gigabyte Aorus Z270X Gaming 7

Onder de motorkap zijn er echter behoorlijk wat verschillen tussen deze twee modellen. Zo is een wellicht minder opvallend uiterlijk verschil dat er op de plastic overkapping van de linkerkant van het moederbord "Sound Core3D" staat, wat aangeeft dat hij niet is uitgerust met de Realtek ALC1220, maar met een Creative Sound3D "quad core" audiochip. Deze kwamen we vorig jaar al tegen in de Z170X-Gaming 7 van het merk, en presteerde niet fantastisch. Ook heeft de Gaming 5 een andere koptelefoonversterker: de Ti Ne5532. Je hebt met een switch op het moederbord de keuze om te schakelen tussen een versterking van 2,5x en 5x.

De on-board knoppen zijn bij dit moederbord wel wat nuttiger dan die we op de Gaming 5 aantroffen. Naast OC en Eco (die nog steeds aanwezig zijn) hebben we nu ook een knop voor het aan- en uitzetten van de computer. Vlakbij zijn er ook wat kleinere knoppen waarmee de CMOS kan worden gewist en de computer kan worden herstart.

Gigabyte Aorus Z270X Gaming 7

Het bord heeft negen temperatuursensors, inclusief twee temperatuursensor-headers - wat Gigabyte 'externe temperatuursensors' noemt. In zekere zin is dit vergelijkbaar met de sensorheaders van ASUS, behalve dat je bij dit bord de sensors meegeleverd krijgt. Daarnaast zijn er acht fanaansluitingen aanwezig, die alle acht ook PWM ondersteunen. Dual BIOS wordt ook ondersteund: op het moederbord vind je twee switches: een om de dual BIOS mode in te schakelen en de tweede om te schakelen tussen de BIOS'en.

Naast de zes SATA600-poorten van de chipset, biedt het bord nog twee keer M.2 en een keer U.2. De aansluitingen voor supersnelle SSD's delen geen bandbreedte met elkaar en kunnen dus tegelijkertijd gebruikt worden. Wel deelt een M.2-slot bandbreedte met het PCI-Express 4x slot met vier lanes uit de chipset. Wanneer beide in gebruik zijn, wordt de laatstgenoemde beperkt tot twee lanes en daarmee de helft van de bandbreedte. 

De netwerkvoorziening wordt net zoals bij de Gaming 5 geboden door een Killer E2500 en een Intel WGI219V.

Gigabyte Aorus Z270X Gaming 7

In tegenstelling tot het kleinere broertje is er bij de Gaming 7 nog wel sprake van Thunderbolt 3-ondersteuning. Hij is namelijk uitgerust met een volledige geactiveerde Intel Alpine Ridge chip. In het verleden was die nog sneller dan de ASMedia ASM1142, maar het valt nog te bezien of dit nog steeds het geval is met de nieuwe ASM2142. Sommige fabrikanten die er gebruik van maken beweren in ieder geval dat de ASMedia nu sneller zou moeten zijn.

Naast de twee USB 3.1-poorten die de Alpine Ridge biedt, zitten er nog vijf USB 3.0-poorten op het I/O-paneel. Daarnaast heeft het bord nog headers voor vier keer USB 2.0 en vier keer USB 3.0 (geleverd door een Realtek-hub, dus met de gedeelde bandbreedte van een enkele USB 3.0 poort). 

Gigabyte Aorus Z270X-Gaming 9

De Gigabyte Aorus Z270X-Gaming 9 is het antwoord van Gigabyte op de Maximus Extreme-borden van ASUS. Dat wil zeggen dat er weinig denkbare functionaliteit is die het bedrijf niet heeft geïmplementeerd, zonder het te proberen te richten op een bepaalde doelgroep. De Extreme volgend is dit daarom ook niet een specifiek overklokbord, maar meer een jack of all trades. Dit is ook het enige Extended ATX-bord in deze review: alle andere borden zijn gewoon ATX of Micro-ATX.  LEDs heeft hij natuurlijk voldoende, inclusief twee RGB LED-headers voor eigen LED-strips.

Een van de meest opvallende eigenschappen (en een bij Gigabyte geliefde) is de aanwezigheid van een PLX-chip, de PEX8747, die het aantal PCI-Express 3.0 lanes van de processor in de praktijk verdubbelt. Dit betekent dat je 4-way SLI kan gebruiken met een mainstream moederbord, wat normaal alleen mogelijk is met sommige X99-moederborden. Uiteraard heeft Nvidia al aangekondigd dat SLI voortaan met maximaal twee videokaarten mogelijk wordt, dus in de praktijk zal je er niet veel aan hebben tenzij je de configuratie wilt gebruiken om nieuwe overklokrecords te halen.

Gigabyte Aorus Z270X Gaming 9

Ook bijzonder is de stroomvoorziening van het bord. De Gaming 5 en 7 beschikten over een identieke stroomvoorziening die niet adembenemend was, maar dat is die van de Gaming 9 zeker wel. Hij heeft namelijk niet een, maar twee hoogwaardige IR35201 8-fase PWM-controllers van International Rectifier. Voor de SA en IO is er nog een IR3570, die maximaal vijf fases kan aansturen. De gebruikte MOSFETs zijn de IR3553M, met een ampère-rating van 40A. Al met al een zeer indrukwekkende configuratie. Net zoals bij de Formula is het trouwens mogelijk om een custom waterkoelingset aan te sluiten op de MOSFET-heatsinks. 

Voor storage beschikt het bord over acht SATA600-poorten: zes van de chipset en twee extra dankzij de ASMedia ASM1061 controller (die overigens wel langzamer zijn dan de SATA-poorten van de chipsets). Daarnaast is er nog twee keer M.2 en twee keer U.2.aanwezig, die uiteraard niet allemaal tegelijkertijd gebruikt kunnen worden - het eerste M.2-slot deelt bandbreedte met de eerste U.2-poort. Wanneer ze beide worden gebruikt, werken ze op de helft van de bandbreedte - twee PCI-Express 3.0 lanes. Ook delen ze de bandbreedte van bepaalde SATA600-poorten. Opmerkelijk genoeg heeft het bord nog drie Serial ATA-Express poorten, ondanks het feit dat daar geen producten voor zijn.

Gigabyte gelooft nog heilig in Thunderbolt 3, want in dit hoger gepositioneerde bord is er nog altijd een Intel Alpine Ridge controller aanwezig. Deze voorziet het I/O-paneel van een Type A en een Type C USB 3.1-poort. Daarnaast zijn er nog vijf extra USB 3.0-poorten. Het bord heeft ook behoorlijk wat headers voor USB-poorten: dankzij een Realtek-hub heeft hij nog twee headers voor USB 3.0 poorten (wederom uiteraard met een lagere gezamenlijke bandbreedte). De chipset biedt nog vier USB 2.0-poorten. 

Qua netwerkconnecties heeft de Gaming 9 behoorlijk wat functionaliteit. Allereerst heeft hij twee keer de nieuwe Killer E2500, vergeleken met een Killer en een Intel bij de lager gepositioneerde modellen. Of dit vooruitgang is mag je zelf bepalen. Daar blijft het echter niet bij: hij is ook uitgerust met een Killer Wireless AC 1535 om WiFi en Bluetooth mogelijk te maken.

Net zoals zijn kleinere broer, en in tegenstelling tot andere high-end borden in de test, beschikt de Gaming 9 niet over een Realtek audiocodec, maar over de Creative Sound Core 3D. Hij heeft maar liefst drie versterkers: een OPA2134 van Texas Instruments en twee keer een JRC NJM2214. Deze kunnen de front-line out versterken of de koptelefoonaansluiting, waarbij interessant genoeg beide stereokanalen een eigen versterker hebben en je die los kan in- en uitschakelen. Wat ook opvalt aan de geluidsconfiguratie is dat de audiochip wordt omringd door nogal grote condensators. 

De koel- en overklokmogelijkheden van het bord zijn ook behoorlijk. Het heeft bijvoorbeeld niet een, maar twee HEX-schermen voor probleemdiagnose. Deze zijn niet bedoeld om twee verschillende codes aan te geven, waardoor je meer informatie krijgt over de staat van het systeem. Best grappig. Hiernaast vind je knoppen voor Clear CMOS en Reset. Elders vind je knoppen voor Power, Eco en OC - zeker Eco is een enigszins opmerkelijke keuze voor een dergelijk moederbord, dat je niet koopt om zo zuinig mogelijk mee te kunnen werken. Ook zijn er voltagemeetpunten (waar je helaas geen multimeter in vast kan zetten) en twee temperatuursensor-headers (externe temperatuursensors zoals Gigabyte ze noemt).

In het geval dat je per ongeluk de BIOS corrumpeert, is er nog een backup BIOS die je met een switch kan inschakelen. Verder biedt het bord acht fanaansluitingen, die ook allemaal PWM ondersteunen. 

Gigabyte Z270X-Ultra Gaming

De Ultra Gaming van de vorige generatie werd gekarakteriseerd door enigszins opmerkelijke keuzes van de fabrikant. Allereerst was het een relatief duur bord met een iets oudere audiocodec, wat bij 'Gaming'-borden tegenwoordig vrijwel nooit meer voorkomt. Tegelijkertijd was het wel het goedkoopste bord met ondersteuning voor Thunderbolt 3, dankzij zijn volledig geactiveerde Intel Alpine Ridge. In andere opzichten was er weinig 'Ultra' of 'Gaming' aan.

Deze generatie is de situatie omgedraaid: de Ultra Gaming ondersteunt geen Thunderbolt 3 meer, maar heeft wel de nieuwste audiocodec van Realtek. In plaats daarvan zijn de twee belangrijke nieuwe chips deze generatie beide aanwezig: de ASMedia ASM2142 en de Realtek ALC1220 (inclusief een optische S/PDIF uitgang).

Gigabyte Z270X Ultra Gaming

De ASMedia levert twee USB 3.1-poorten op het I/O-paneel. Daarnaast zorgt de chipset voor vier keer USB 3.0 en twee keer USB 2.0. Dit wordt aangevuld met headers die vier USB 2.0-poorten en vier USB 3.0-poorten op kasten en panelen van bandbreedte kunnen voorzien.

De Ultra Gaming beschikt over zes keer SATA600, en net zoals de andere Gigabyte-borden is ook de dode Serial ATA-Express standaard aanwezig. Er zijn twee aansluitingen voor high speed SSD's: een M.2 en een U.2, die allebei tegelijkertijd gebruikt kunnen worden. 

Ondanks zijn benaming is de Ultra Gaming iets lager gepositioneerd dan de Gaming 5. Allereerst heeft hij een enkele netwerkcontroller (de standaard-controller van Intel), terwijl de Gaming 5 daarnaast nog de Killer E2500 heeft. Het aantal fases voor de CPU-stroomvoorziening is ook een stuk kleiner: zeven vergeleken met elf voor de Gaming 5. Wel worden er andere MOSFETs gebruikt en hebben de fases voor de VCore drie MOSFETs per fase, vergeleken met twee voor de Gaming 5. Jammer is dat er push-pins worden gebruikt voor de MOSFET heatsinks. Een Probleemdiagnose HEX-scherm ontbreekt ook. 

Voor de rest zijn de verschillen tussen de borden voornamelijk uiterlijk van aard. De Ultra Gaming heeft niet de witte plastic overkapping van het I/O-paneel, iets wat ons betreft geen gemis is. 

MSI Z270 Gaming Pro Carbon

De MSI Z270 Gaming Pro Carbon is de opvolger van de Z170 variant, en lijkt deze generatie 'het' focusproduct te worden van het bedrijf. Hoewel er uiteraard ook Gaming 5 en soortgelijke producten op de markt komen, hebben we vooralsnog alleen van de Gaming Pro Carbon een sample gekregen. Het bord heeft een make-over gekregen sinds de vorige generatie, die destijds al een van de borden was met ingebouwde LEDs. Nu heeft het ook een zwarte overkapping over het I/O-shield, met LEDs, en er zijn ook LEDs aanwezig op de chipset heatsink. Het bord biedt ook een RGB header waarop je een LED-strip kan aansluiten, iets wat MSI een "Mystic Light" extension noemt.

Ook bij MSI zien we dat de PCI-Express sloten met staal zijn versterkt, hoewel dit bij de vorige generatie uiteraard ook zo was. De DIMM-banken zijn ook versterkt, maar bij MSI zijn ze helemaal opgevuld. Opmerkelijk is dat MSI als enige fabrikant ervoor heeft gekozen om de DIMM-banken aan beide kanten open te laten gaan, terwijl de locks aan de benedenkant bij de andere fabrikanten vastzitten. MSI geeft aan dat dit is omdat zij vinden dat het een beter gevoel geeft als je de DIMM's met twee handen uit de sloten kan halen. Het moet overigens gezegd worden dat de hoger gepositioneerde XPower wel vastzittende locks aan de onderkant heeft.

MSI Z270 Gaming Pro Carbon

Officieel heeft de Gaming Pro Carbon nog Military Class V componenten, zoals de vorige generatie. In de praktijk is er onder de motorkap echter het nodige veranderd, want MSI heeft het stroomcircuit van dit bord (en vrijwel alle andere borden) volledig opnieuw ontworpen. De Z170 Gaming Pro Carbon van de vorige generatie had acht fases voor de CPU-stroomvoorziening, dat zijn er nu tien. Ook de PWM-controller is veranderd: de vorige generatie was uitgerust met de Intersil ISL95856 terwijl dat nu de uP9508Q van uPI Group is - een 3+2 fase PWM-controller. We zijn hier nog niet echt bekend mee, aangezien niet veel fabrikanten hem gebruiken, dus het is moeilijk om te beoordelen of dit een vooruitgang of een achteruitgang moet voorstellen. De vorige generatie had NIKO-SEM PK616BA en PK632BA (resp. 50 en 88A) MOSFETs, en dat is niet veranderd. 

Op het I/O-paneel treffen we acht USB-poorten aan: twee keer USB 2.0 en 3.1, en vier keer USB 3.0. Er zijn daarnaast nog headers voor vier USB 3.0 poorten en vier USB 2.0 poorten. Overigens verwijst MSI helaas nog altijd naar USB 3.0 poorten als "USB 3.1 Gen1", wat officieel prima mag maar het potentieel heeft om nogal wat verwarring te creëren bij consumenten. Ook zijn alle USB 3.0 en USB 3.1-poorten op het I/O-paneel nog altijd rood, wat ook niet zo heel erg duidelijk is. Gelukkig hebben alle geteste borden nu wel zowel een Type-A als een Type-C poort, waardoor het een kwestie is van het uitkiezen van de Type-C poort. Wat wel veranderd is, is dat MSI niet langer het chipset-achtervoegsel van 'A' hanteert voor borden met USB 3.1 ondersteuning.

MSI Z270 Gaming Pro Carbon

Zoals eerder aangegeven is de USB 3.1 Boost software van MSI sterk verbeterd. We hebben het al in een eerder stadium bekeken, toen het goed functioneerde maar er nog niet zo heel erg fraai uitzag. Inmiddels is het doorontwikkeld en is er nu ook een 'speed up' voor M.2 storage.

Qua storage zijn de mogelijkheden standaard. De Gaming Pro Carbon biedt zes keer SATA600 en twee keer M.2. 


De 'Soundtracker' software gebruikt geluidsinformatie om visueel aan te geven waar vijanden zich bevinden.

Zoals de meeste moederborden komt de MSI met de nieuwe Realtek audiocodec, de ALC1220. Voor koptelefoons is er nog een versterker geplaatst, namelijk een OP1652 van Texas Instruments.  

MSI levert al een tijdje behoorlijk wat software mee voor zijn geluidskaarten, maar nieuw is de zogenaamde 'Soundtracker'. Deze geeft op het scherm aan waar het geluid dat je hoort vandaan komt, zodat je in first person shooters kan zien waar iemand die op je aan het schieten is zich bevindt. ASUS begon hier enige tijd terug mee, met zijn Republic of Gamers-moederborden, maar nu kopieert MSI dit idee dus. Net zoals het aanduiden van USB 3.0-poorten als "USB 3.1 Gen1" doet een 'slecht' voorbeeld hier volgen.  

MSI Z270 Gaming Pro Carbon

Een feature die MSI uniek maakt bij deze moederborden is het zogenaamde M.2 Shield, een hitteverspreider die bedoeld is om gemonteerd te worden op M.2-schijven. We hebben de afgelopen tijd genoeg gehoord over M.2-schijven die te warm worden en daardoor gaan throttlen of zelfs crashen. Het M.2 Shield moet dit voorkomen of in ieder geval tegengaan.

Nog een unieke feature van MSI is de zogenaamde VR Boost USB-poort. Op de MSI-borden is een van de USB-poorten in staat om een hoger ampèrage te leveren dan normaal, om een 'signal drop' bij het gebruik van langere kabels in combinatie met een VR-headset te voorkomen. Uiteraard betekent dit wel dat deze poorten mogelijk meer stroom verbruiken op het moment dat je er iets op aansluit dat dit niet nodig heeft, maar op zich is dit wel een interessante en leuke innovatie.

Een ander positief punt van de Gaming Pro Carbon, en alle andere MSI-moederborden in de test, is dat PWM-ondersteuning na lange tijd op alle fanaansluitingen wordt geboden. We vroegen ons lange tijd af waarom ASUS de enige was die dit deed, aangezien de kosten hiervan beperkt zijn, maar daar is deze generatie dus verandering in gekomen.

MSI Z270 SLI Plus / Z270 Krait Gaming

Hoewel de SLI Plus behoort tot de Pro-lijn van MSI, lijkt het bord nogal veel op de Gaming Pro Carbon. Je moet erg goed kijken, wil je verschillen tussen deze twee producten opmerken. In de eerste plaats heeft de SLI Plus minder LEDs: zo ontbreken de LEDs op de overkapping van het I/O-paneel en de heatsink van de chipset - maar de RGB LED-header is nog altijd aanwezig. Ten tweede krijg je met de SLI Plus niet het nieuwe M.2 Shield. MSI mag van Intel nog geen prijsinformatie bekendmaken, maar we gaan ervan uit dat de SLI Plus met enige korting verkocht zal worden ten opzichte van de Gaming Pro Carbon, wat hem tot een aantrekkelijke koop zou kunnen maken.

MSI Z270 SLI Plus
De MSI Z270 SLI Plus.

De Z270 Krait Gaming lijkt vervolgens weer heel veel op de SLI Plus - qua specificaties dan, want het uiterlijk is duidelijk anders. Waar de SLI Plus vooral strak en zwart is, heeft de Krait Gaming een speels ontwerp waarin zwart en wit de hoofdmoot vormen. Op de I/O-overkapping staat 'Krait Gaming' in een jungle-achtig lettertype. Voor een zwart-witte thema-build kan dit een leuke optie zijn. Qua specificaties en indeling is de Krait volledig identiek aan de SLI Plus.

MSI Z270 Krait Gaming
De nieuwe Krait valt vooral op door zijn ontwerp.

MSI Z270 XPower Gaming Titanium

Het enige échte overklokmoederbord in deze test is de MSI Z270 XPower Gaming Titanium. Uiteraard is het met vrijwel alle moederborden in deze test mogelijk om over te klokken op lucht en water, maar extreme overklokkers die aan de slag willen gaan met LN2 en soortgelijke koelmethodes. Traditioneel was de XPower ook duidelijk gericht op deze doelgroep, maar aangezien de extreme overklokkers maar een bijzonder klein deel van het publiek zijn, probeert MSI XPower-borden sinds de Z170-generatie ook te marketen aan gamers. Zoals bij veel andere moederborden werd 'gaming' toegevoegd aan de naam en kreeg het een totaal ander design om er leuker uit te zien.

Op de foto's ziet het bord er wit uit, maar in het echt ziet hij er meer zilverkleurig uit, met zwarte elementen en connectors op het bord. Wat ons betreft is het nieuwe design ook geslaagd. De nieuwe borden kunnen onderscheiden worden van de oudere, geel-zwarte varianten (die voor Z170 en Z270 überhaupt niet meer zijn uitgebracht) door de toevoeging 'Gaming Titanium'.

MSI Z270 XPower Gaming Titanium

Net zoals bij de Z170-versie van de XPower heeft deze geen gebrek aan functionaliteit die niet gerelateerd is aan het overklokken. Zo heeft hij drie keer M.2 en een keer U.2, hoewel de chipset maximaal twaalf lanes kan budgetteren voor PCI-Express SSD's - voldoende om er drie van volledige bandbreedte te voorzien. Dankzij een ASMedia ASM1061 controller heeft de XPower twee extra SATA-poorten, waardoor hij uitkomt op totaal acht poorten. Wel kan je twee SATA-poorten niet meer gebruiken op het moment dat je meer dan twee van de vier M.2-sloten en U.2-poorten gebruikt. Ook de XPower komt met de "M.2 Shield" heatspreader, die M.2 SSD's moet helpen af te koelen om zo crashes en/of throttling te voorkomen.  

Verder heeft het moederbord een prima aantal aansluitingsmogelijkheden. Allereerst vind je op het I/O-paneel vier keer USB 3.0 aan en drie keer USB 2.0 (waarvan er een bedoeld is voor de BIOS Flashback). Daarnaast biedt een ASMedia ASM2142 controller twee extra USB 3.1 poorten, zoals inmiddels standaard is een keer Type C en een keer Type A. Daarnaast biedt het bord nog headers voor vier keer USB 2.0 en vier keer USB 3.0, waarvan er twee van deze laatstgenoemde poorten worden geboden door een ASMedia ASM1042. Tot dusver verschilt de nieuwe XPower weinig van de Z170-variant. Nieuw is wel dat hij nu twee Intel Gigabit Ethernet controllers heeft, die door 'teaming' gezamenlijk ingezet kunnen worden om een hogere snelheid te behalen.

Tot slot heeft hij een Realtek ALC1220 met vijf 3,5mm jacks en een optische S/PDIF uitgang. 

MSI Z270 XPower Gaming Titanium

Overklokopties

Vanzelfsprekend zijn er behoorlijk wat knoppen aanwezig die het overklokkers makkelijker moeten maken wanneer ze het bord op een testbench gebruiken. Naast een aan/uit-knop en een reset knop is er nog een Clear CMOS knop aanwezig en een zogenaamde 'Game Boost' knop, die je kan draaien om een hogere of lagere automatische overklok in te stellen. Het bord heeft ook een extra OC 'dashboard', met de mogelijkheid om de multiplier en de baseclock te verhogen en te verlagen. Daarnaast zijn hier extra knoppen voor power en reset.

Het paneel biedt ook een slow-jumper. Op het moment dat je de jumper verschuift, klokt hij zichzelf behoorlijk onder om de kans dat het systeem bij het nemen van een screenshot van de benchmarkresultaten vastloopt zoveel mogelijk te minimaliseren. Op het moederbord zelf is er geen switch, maar een jumper voor deze slow-modus. 

MSI Z270 XPower Gaming Titanium

Het bord beschikt over zestien fases voor de CPU-stroomvoorziening, die worden aangestuurd door een hoogwaardige IR35201. Deze is geconfigureerd als 6+2-fase PWM-controller en kan dankzij een doubler alle zestien fases aansturen. De fases hebben ieder een IR3555M MOSFET, met een 60A rating, met een geïntegreerde driver (DrMOS). Waar de stroomvoorziening van de andere MSI-borden (significant) verschilt van die van de vorige generatie, is die van de nieuwe XPower identiek. Uiteraard is de XPower uitgerust met heatsinks op de MOSFETs en is er zelfs een heatpipe die de heatsinks met elkaar verbindt om de warmte optimaal te verspreiden.

Om een zo soepel mogelijke stroomvoorziening te realiseren voor de processor en de videokaarten heeft de XPower twee extra stroomaansluitingen: een PEG-connector voor de videokaarten, en een extra P4/P8-connector voor de processor. Bij hoge overkloks is het stroomverbruik enorm, en dan is het niet ideaal als dit geheel over de ATX-stekker moet gaan. Extra stroomaansluitingen verminderen de last op de ATX-stekker en vermeerderen zo de stabiliteit. 

MSI Z270 XPower Gaming Titanium

Een probleemoplossing HEX-scherm mag niet ontbreken en het bord beschikt ook over twee BIOS'en, zodat bij een eventueel BIOS-probleem nog altijd kan schakelen naar een BIOS die probleemloos werkt. Rechtsboven zijn er nog voltagemeetpunten waarin een multimeter kan worden vastgezet, waarmee je zes verschillende voltages kan meten (CPU, GPU, DDR, SA, IO en PCH). 

Tot slot biedt het bord de mogelijkheid om PCI-Express sloten individueel uit te schakelen. Ook dit is een mogelijkheid die vooral handig is voor LN2-overklokkers, aangezien het zo eenvoudig wordt om te zien welke videokaart niet goed functioneert zonder de eventueel bevroren kaart uit het bord te moeten halen. 

Supermicro C7Z270-CG

Bij Skylake poogde Supermicro weer een positie te veroveren op de markt voor consumenten-moederborden. Het bedrijf is momenteel alleen maar een speler op de markt voor servermoederborden, en dat is ook waarom zijn slogan "server quality, built for gaming" is. Onze conclusie was toentertijd dat het Supermicro-bord zeker niet slecht was, maar dat het nogal duur was voor de functionaliteit die het bood

Deze variant is zwart, met groene elementen (zoals PCI-Express sloten en stroomconnectors). Ook de BIOS is gedeeltelijk groen. Naast de overkapping van het I/O-paneel houdt Supermicro zich een beetje in qua design met zijn moederborden, waar andere fabrikanten helemaal losgaan en het uiterlijk een prioriteit maken. 

SuperMicro C7Z270-CG

Eigenlijk het meest unieke aan Supermicro moederborden is dat ze een ingebouwde speaker hebben, waarbij je je niets meer moet voorstellen dan een onderdeel dat kan piepen. Oudere computers piepten een keertje na het succesvol afronden van de POST. Deze piep werd gemaakt door de speaker in de kast, die aangesloten moest worden op de speaker-header van het moederbord. Tegenwoordig heeft vrijwel iedere computer een multimedia-uitgang en beginnen dit soort speakers in onbruik te raken. Toch is het grappig om weer gepiep te horen op het moment dat je het systeem aanzet, zeker als je dat vroeger gewend was. 

Op het I/O-paneel zijn acht USB-poorten aanwezig, waarvan maar liefst de helft USB 3.1 ondersteunen. Hier zijn twee ASMedia ASM2142 controllers voor ingezet, wat dus betekent dat alle poorten in theorie (nagenoeg) de theoretische bandbreedte van de USB 3.1-standaard kunnen bieden. Daarnaast vind je op het I/O-paneel nog twee keer USB 2.0 en USB 3.0. Er zijn ook headers voor zes USB 2.0-poorten.

SuperMicro C7Z270-CG

Het bord biedt verder zes SATA600-poorten, twee keer U.2 en twee keer M.2. De Intel-chipset ondersteunt maximaal drie SSD's met een hoge snelheid, dus hiervan kunnen er in ieder geval niet meer dan drie tegelijkertijd worden gebruikt. De handleiding van Supermicro is wederom niet enorm duidelijk, maar het zou ons gezien de overige functionaliteit op het bord niet verbazen als je hier maximaal twee tegelijkertijd zou kunnen gebruiken.

Op de meeste borden komen we de nieuwere Realtek ALC1220's tegen, maar opmerkelijk genoeg heeft Supermicro gekozen voor de Realtek ALC1150. Wellicht dat het bedrijf de inschatting heeft gemaakt dat de nieuwere chip onvoldoende merkbare verbetering met zich mee zou brengen om de extra kosten te rechtvaardigen. In ieder geval heeft het bord wel een koptelefoonversterker, namelijk de Ti OPA1612.

SuperMicro C7Z270-CG

Het bord heeft negen fases voor de CPU-stroomvoorziening. Hoe deze precies in elkaar zit niet eenvoudig vast te stellen, maar er is in ieder geval sprake van een PWM-controller van Primarion. Dit merk komen we niet vaak tegen op desktop-moederborden, maar het is niet vreemd dat Supermicro als fabrikant van server-borden andere keuzes maakt dan de MSI's van deze wereld. De MOSFETs vermelden geen typenummer, en daarvan kunnen we daarom ook niet vaststellen wat het precies is. 

Een positief punt aan de Z170-borden van Supermicro was dat alle fancontrollers ondersteuning boden voor PWM, en dat wordt hier doorgezet. Dit bord heeft vijf fanheaders, die ook allemaal PWM ondersteunen. Verder zijn er power/reset knoppen aanwezig, en ook een knop om de CMOS te wissen. Een probleemdiagnose HEX-scherm heeft het bord ook. 

BIOS-perikelen

De BIOS is bijzonder uitgebreid, wat op zich wel mooi is, maar een probleem is wel dat hij niet bijzonder gebruiksvriendelijk is. Vaak word je gedwongen de muis te gebruiken, omdat je niet alles kan doen met het toetsenbord wat je zou willen doen. Het is bijvoorbeeld vaak niet duidelijk welke optie je selecteert als je het toetsenbord gebruikt: als je bijvoorbeeld een geheugensnelheid wilt selecteren, dan is in eerste instantie de geselecteerde waarde wit, terwijl de andere waardes grijs zijn. Wanneer je met de pijltjes een andere optie wilt selecteren, dan worden die wit, terwijl de eerdere opties ook wit blijven. Als je van boven naar beneden gaat met de pijltjes, dan is uiteindelijk de gehele selectie wit. Op het moment dat je terug probeert te gaan met de pijltjes, blijven alle waardes eveneens wit - en dan kan je er op geen enkele manier achter komen welke waarde je hebt geselecteerd.

Ook het opstarten gaat soms niet helemaal vlekkeloos. Op het moment dat we vanaf een USB-stick willen booten, kunnen we in het bootmenu niet de muis gebruiken, omdat de geïntegreerde speaker dan begint te piepen. Dit levert bij andere moederborden nooit problemen op. Ongetwijfeld kunnen dit soort problemen eenvoudig door middel van een BIOS-update in orde gemaakt worden, maar Supermicro moet er wel aan werken om dit in de toekomst te verbeteren.

Supermicro C7Z270-PG

Dit moederbord van Supermicro is hoger gepositioneerd dan het bord op de vorige pagina. Opvallend genoeg was het 'groene' bord bij de vorige generatie juist een bord dat in veel opzichten meer leek op wat we hier bespreken, maar het aanbod van Supermicro is (net zoals de benamingen) niet echt overzichtelijk of logisch.

Er zijn drie grote verschillen tussen dit bord en het andere model van Supermicro. Allereerst beschikt dit exemplaar over een PLX-chip, die het aantal lanes waar de videokaarten over kunnen beschikken. Hierdoor wordt het (net zoals met de Gigabyte Aorus Z270X-Gaming 9) mogelijk om vier videokaarten in SLI te gebruiken, wat sinds de introductie van Pascal helaas beperkte meerwaarde heeft voor gewone gebruikers.

SuperMicro C7Z270-PG

Ten tweede heeft hij een extra Intel-netwerkcontroller, tezamen met de controller die wordt geboden door de chipset. Hierdoor wordt het mogelijk om ze duaal in te zetten om een hogere snelheid te bereiken (teaming), hoewel dit zoals aangegeven door imperfecte Intel-drivers anderhalf jaar na de release met Windows 10 nog steeds niet mogelijk is. Tot slot is er een extra fase voor de CPU-stroomvoorziening en heeft hij een extra header die twee USB 3.0-poorten levert.

Voor de rest is hij identiek aan het bord dat we hebben besproken op de vorige pagina.

SuperMicro C7Z270-PG

Test

We hebben voor deze test negentien moederborden getest met een Core i7 7700K, 8GB Corsair Vengeance 2133 MHz geheugen, een tweetal OCZ Arc 100 240GB SSD’s en een Seasonic Prime 650W 80+ Titanium voeding.

Alle tests voeren we uit op de standaardinstellingen van het moederbord. Voorheen zetten we de C-states nog op maximaal en schakelden we EIST in, maar nu laten we het over aan de fabrikant om hier zelf beslissingen over te maken.

Vanzelfsprekend zijn prestaties en stroomverbruik afhankelijk van de standaard tuning. Vroeger speelden moederbordfabrikanten geregeld vals door de bClk stiekem standaard een klein beetje te verhogen. Wij en andere reviewsites waren daar nooit echt van gediend en de verschillende fabrikanten hebben hun leven gebeterd. Zoals te zien in onderstaande grafiek is de maximale afwijking die we kunnen vinden 0,5%. Ook met de kloksnelheid van de IGP wordt niet valsgespeeld.

Een trucje dat veel fabrikanten wel toepassen is het standaard agressiever maken van de Turbo-modus dan de Intel standaard voorschrijft. Zo behoort (volgens Intel dan) de maximale Turbo-stand van 4,2 GHz bij de 6700K enkel plaats te vinden wanneer slechts één core in gebruik is. Het gros van de borden heeft echter wat wij noemen een "agressieve Turbo" en schaalt ook wanneer alle cores in gebruik zijn op naar de maximale waarde. Dat zien we duidelijk terug in de CPU-benchmarks op de volgende pagina. Uiteraard is het altijd mogelijk om zelf een agressieve Turbo in te stellen.

Benchmarks (CPU)

We beginnen met een aantal benchmarks die voornamelijk de CPU-prestaties meten. De verschillen tussen moederborden zijn hier klein, maar we zien wel een onderscheid tussen borden die zich wel en niet aan aan Intels turbo-specificaties houden. De meeste borden gebruiken de maximale turbo-snelheid die voor één core is bedoeld, gelijk op alle cores in. Het resultaat is een sneller, maar zoals we straks zullen zien ook wat minder zuinig systeem. Overigens kun je deze 'agressieve turbo' altijd aan- of uitzetten via de BIOS.

ASUS en MSI blijken hun tuning het best op orde te hebben - de Maximus IX Formula scoort met 994 punten in Cinebench nipt het hoogst, maar ook de MSI XPower Gaming Titanium staat in sommige tests bovenaan. De goedkoopste borden presteren naar verwachting het minst goed.

Benchmarks (geheugen en IGP)

Passmark bevat ook een test die specifiek het geheugen test. We zien een hele grote middenmoot en twee uitschieters: de Gigabyte Gaming 7 doet het opvallend goed, de Strix Z270G Gaming presteert wat minder. Wederom zijn de absolute verschillen tussen alle borden erg klein.

3DMark Skydiver is onze test voor de prestaties van de geïntegreerde GPU. MSI en ASUS staan wederom bovenaan, maar ook de ASRock Killer en de Supermicro C7Z270-CG doen het goed.

Benchmarks (USB 3.1)

Omdat USB 3.1 nog geen onderdeel is van de chipset, moeten de moederbordfabrikanten gebruikmaken van extra controllerchips om de nieuwe interface te kunnen bieden. Zoals aangegeven is dit iets waar fabrikanten grote stappen maken door het gebruik van een nieuwe en verbeterde controller. Om de snelheid hiervan te testen gebruiken we de Sandisk Extreme 900 960GB, de snelste externe SSD die op dit moment beschikbaar is. In tegenstelling tot eerder voeren we de tests ook niet meer uit met C-states op C8, maar hanteren we steeds de standaardinstellingen van de moederborden.

Voor het eerst zien we USB 3.1-snelheden van (ruim) boven de 1 GB/s, uiteraard dankzij de nieuwe ASMedia-controller die de meeste fabrikanten toepassen. ASUS, Gigabyte en MSI laten de hoogste prestaties zien. De borden met een Intel Alpine Ridge-controller moeten hun koppositie afstaan. Alleen Supermicro presteert in deze tests echt teleurstellend, zij het véél beter dan wat dit merk bij de vorige generatie liet zien.

Stroomverbruik

Het stroomverbruik hebben we gemeten in twee standen: idle (waarbij we een gemiddelde van 5 minuten bepalen) en onder belasting bij het maximale verbruik tijdens Cinebench 15.

Let op: vanaf deze generatie gebruiken we een andere voeding, waardoor het stroomverbruik iets anders zal zijn dan we voorheen hebben gemeten. Ook configureren we de moederborden anders: nu testen we alles op de standaardinstellingen van de BIOS.

Het komt niet als een verrassing, maar de moederborden met de minste features zijn ook het zuinigst. De Krait Gaming en SLI Plus van MSI zijn, samen met de ASRock Z270 Killer SLI, het zuinigst. De Supermicro C7Z270-PG en Gigabyte Auros Z270X-Gaming 9 verbruiken in idle het meeste, aangezien ze over een PLX-chip beschikken voor meer PCIe-lanes.

Onder belasting zien we juist dat de moederborden die zich netjes aan de Intel turbo-spec houden het zuinigst zijn. Niet gek, want de CPU verbruikt in dat scenario ook gewoon minder stroom. De Gigabyte-borden vallen op door hun forse verbruik onder belasting, van tussen de 115 en 130 watt. Vrijwel alle andere borden zitten tussen de 90 en 100 watt.

Geluidskwaliteit

De geluidskwaliteit van moederborden testen we met behulp van de loopback test van Rightmark Audio Analyzer. Let wel: we testen dus tegelijkertijd de kwaliteit van de uitgang en de ingang van de onboard geluidskaarten. De "zwakste schakel" bepaalt het resultaat.

De dynamic range en noise level tests zijn erg vergelijkbaar en tonen ook vrijwel identieke resultaten. De dynamic range test meet het verschil in volume tussen het hardste en zachtste weer te nemen signaal, de noise level test meet het verschil tussen het hardste geluid en het ruisniveau.

Om de getallen even in perspectief te plaatsen: de hoogste dynamic range c.q. noise level die met 16-bit geluid in theorie mogelijk is, is 96 dB. 99,9% van het geluid dat je beluistert op je PC (CD's, MP3's, YouTube, games, ...) is 16-bit en de grafieken bewijzen dus dat de hardware in vrijwel alle gevallen geen enkele beperking is. De hogere scores kunnen we enkel behalen door met 24-bit audio te testen. We kunnen ons overigens niet voorstellen dat er ook maar iemand is die het verschil tussen 91 dB en 100 dB signaal/ruis-verhouding daadwerkelijk kan horen.

Dankzij de nieuwe generatie audio-codecs die in deze serie moederborden voor het eerst wordt toegepast, zien we nieuwe records in deze grafieken. Moederborden met de ALC1220 en een goede audio-implementatie, de ASUS ROG-borden voorop, halen soms wel meer dan 115 dB(A) aan dynamisch bereik. Daarmee zitten ze op het niveau van mid-range losse geluidskaarten.

De stereo crosstalk test in hoeverre geluid voor het ene kanaal (links of rechts) doorklinkt op het andere kanaal. 

Ten slotte meten we met RMAA de total harmonic distortion, in feite een gemiddelde van de vervorming in het frequentiedomein. Hier zijn de verschillen minimaal.

Conclusie

Net zoals de processors van Kaby Lake zijn er geen enorme veranderingen in de chipset of het platform. De vernieuwing in de Z270-chipset is dat hij vier extra lanes heeft en dat Intel Optane ondersteund wordt. Het is echter maar de vraag hoe interessant Optane zal blijken voor desktop-gebruikers, aangezien gewone SATA600 SSD's nauwelijks een storage-bottleneck opleveren, laat staan PCI-Express NAND SSD's. Verbeteringen in de chipset zijn dus niet onmiddellijk een reden om Kaby Lake te willen nemen, zoals tot op zekere hoogte het geval was bij Skylake.

Dankzij het werk van moederbordfabrikanten is er echter toch aanzienlijke vernieuwing op dit vlak. De meest in het oog springende verbetering is de implementatie van de nieuwe ASMedia ASM2142 en Realtek ALC1220 chips, die respectievelijk de USB 3.1-snelheid sterk verbeteren en de geluidskwaliteit ophogen tot ongeveer het niveau van een goede, losse geluidskaart. Daarnaast worden moederborden geleverd met de nieuwe HB SLI bridge, iets wat los vooralsnog duur is.

De overige veranderingen zijn voor een groot deel cosmetisch: sommige gelukkig, andere weer wat minder. De populariteit van RGB LED neemt onverminderd toe: LED lichtjes en RGB headers komen steeds vaker voor op moederborden. Benamingen en merknamen zijn veranderd, en hier en daar is er sprake van een ander design.

Vanaf overmorgen zullen ze in de winkels liggen, en Intel staat het moederbordfabrikanten nog niet toe om vrij te geven wat de prijzen van deze moederborden zullen zijn. Waarschijnlijk zullen ze wel wat duurder zijn dan hun voorgangers. Deels omdat ze nieuw zijn en omdat ze meer functionaliteit hebben, maar ook omdat webshops nu hun best zullen doen om van hun voorraden Z170-modellen af te komen. Wie de veranderingen in deze moederborden minder belangrijk vindt, zal aardig wat kunnen besparen door voor een Z170-model te gaan.

De awards houden we vooralsnog even in de kast - de prijsstelling maakt of breekt natuurlijk het aanbod van de diverse fabrikanten. Als de prijzen van de nieuwe borden duidelijk zijn, houden we ze nogmaals tegen het licht en zullen we bepalen wat deze generatie de echte aanraders zijn. Wordt vervolgd, dus.


Besproken producten

Vergelijk alle producten

Vergelijk  

Product

Prijs

ASRock Fatal1ty Z270 Gaming K6

ASRock Fatal1ty Z270 Gaming K6

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4
Niet verkrijgbaar
Excellent ASRock Z270 Extreme4

ASRock Z270 Extreme4

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4
Niet verkrijgbaar
ASRock Z270 Killer SLI

ASRock Z270 Killer SLI

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4

€ 105,91

2 winkels
Excellent Asus Prime Z270-A

Asus Prime Z270-A

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4

€ 199,85

3 winkels
Asus RoG Maximus IX Code

Asus RoG Maximus IX Code

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4

€ 353,32

3 winkels
Asus RoG Maximus IX Formula

Asus RoG Maximus IX Formula

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4
Niet verkrijgbaar
Asus RoG Strix Z270E Gaming

Asus RoG Strix Z270E Gaming

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4
Niet verkrijgbaar
Ultimate Asus Strix Z270G Gaming

Asus Strix Z270G Gaming

  • Micro ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4

€ 241,00

3 winkels
Asus TUF Z270 Mark 1

Asus TUF Z270 Mark 1

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4
Niet verkrijgbaar
Gigabyte Aorus Z270X Gaming 5

Gigabyte Aorus Z270X Gaming 5

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4
Niet verkrijgbaar
Gigabyte Aorus Z270X Gaming 7

Gigabyte Aorus Z270X Gaming 7

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4

€ 657,82

1 winkel
Gigabyte Aorus Z270X Gaming 9

Gigabyte Aorus Z270X Gaming 9

  • Extended ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4

€ 406,79

2 winkels
Gigabyte Z270X Ultra Gaming

Gigabyte Z270X Ultra Gaming

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4

€ 238,37

1 winkel
MSI Z270 Gaming Pro Carbon

MSI Z270 Gaming Pro Carbon

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4

€ 194,90

3 winkels
MSI Z270 Krait Gaming

MSI Z270 Krait Gaming

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4
Niet verkrijgbaar
Excellent MSI Z270 SLI Plus

MSI Z270 SLI Plus

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4
Niet verkrijgbaar
Excellent MSI Z270 XPower Gaming Titanium

MSI Z270 XPower Gaming Titanium

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4
Niet verkrijgbaar
SuperMicro C7Z270-CG

SuperMicro C7Z270-CG

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4

€ 312,95

1 winkel
SuperMicro C7Z270-PG

SuperMicro C7Z270-PG

  • ATX
  • Socket 1151
  • Intel Z270
  • DDR4
Niet verkrijgbaar
0
*