Zes 3D-printers van 400 tot 2500 euro review

14 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Voor early adopters
  3. 3. De test
  4. 4. Inno3D M1
  5. 5. Makerbot Replicator 5th Gen
  6. 6. Ultimaker 2
  7. 7. XYZPrinting da Vinci 1.0 AiO
  8. 8. XYZPrinting da Vinci Junior 1.0
  9. 9. Zortrax M200
  10. 10. Conclusie
  11. 11. Besproken producten
  12. 12. Reacties

Inleiding

3D-printers beginnen langzaamaan hun weg naar de consument te vinden. De prijzen zijn de afgelopen jaren hard gedaald en voor 400 euro haal je nu al een kant-en-klaar model in huis. Genoeg aanleiding voor ons om zes 3D-printers aan een test te onderwerpen.


Eerder dit jaar besteedden we al uitgebreid aandacht aan de opkomst van 3D-printers. We keken toen naar de verschillende printtechnieken en mogelijkheden om 3D-modellen te maken, bewerken en downloaden. Ook keken we toen naar het praktisch nut van 3D-printers. Ditmaal richten we ons echt op het praktijkgebruik van een zestal printers. In alle gevallen gaat het om Fused Deposition Modeling (FDM) apparaten, waarbij een rol met kunststofdraad door een verhitte printkop wordt geleid. Door de hitte van de printkop smelt het kunststof en kan de printer laagje voor laagje een 3D-object opbouwen.

FDM 3D-printers werken in de basis heel eenvoudig. Een rol met kunststof draad, meestal gemaakt van PLA of ABS, wordt verhit tot ongeveer 200 graden, waardoor het kunststof smelt. De printkop beweegt boven het printbed heen en weer en perst de gesmolten kunststof naar buiten, waarna deze op het printbed afkoelt en weer stolt tot een vaste stof. Door het kunststof laag voor laag op te bouwen is het mogelijk om objecten met drie dimensies te creëren.

Makerbot MP05825 Replicator 5th Gen

Voor early adopters

Hoewel de zes door ons geteste printers van Inno3D, Makerbot, Ultimaker, XYZPrinting (2x) en Zortrax allemaal gebruikmaken van dit basisproces om 3D-prints te maken, zijn er toch onderling grote verschillen. Naast het uiterlijk van de apparaten is het meest in het oog springende verschil voor de gebruiker waarschijnlijk de maximale grootte van te printen objecten. De Ultimaker 2 kan prints maken met een maximale grootte van 22,3 x 22,3 x 20,5 centimeter en biedt daarmee ruim driemaal zoveel bouwvolume als de Inno3D M1, die 14 x 14 x 15 centimeter als maximale printafmetingen kent.

Wie de specificaties van de geteste 3D-printers vergelijkt, komt meer technische verschillen tegen. De minimale laagdikte verschilt per model en ook de snelheid waarmee geprint wordt loopt sterk uiteen. Toch moet je je niet louter door dit soort specificaties laten leiden. De kleinste laagdikte levert niet per definitie de meest gedetailleerde prints op. De hoeveelheid tijd die het printen van een 3D-object kost hangt veel sterker af van de gekozen instellingen dan van de maximale snelheid waarmee de printkop beweegt.

Buiten de vraag wat je nou precies hebt aan een 3D printer is het belangrijk om je te realiseren dat 3D printing nog écht iets voor hobbyisten is. Bij alle printers die wij getest hebben kwamen we tijdens het printen problemen tegen waardoor prints mislukten. Dit had zeer verschillende oorzaken. Soms was de kalibratie iets verlopen, waardoor het printbed niet helemaal parallel meer liep met de beweging van de printkop. Ook gebeurde het dat de eerste lagen van de print niet goed waren gehecht op het printbed, waardoor deze door de printkop werden meegetrokken. Enkele van onze testprints bleken bovendien zo gecompliceerd dat het printers überhaupt niet lukte om ze foutloos te produceren. Verwacht dus niet dat elke printopdracht meteen een perfect resultaat oplevert. Regelmatig zal je printinstellingen moeten aanpassen, kleine herkalibraties moeten uitvoeren en de printkop en het printbed moeten schoonmaken. Het is nog echt pionieren op dit moment.

De test

Voor deze test vroegen we bij diverse fabrikanten 3D-printers voor thuisgebruik aan. In totaal ontvingen wij zes apparaten van vijf verschillende merken. XYZPrinting leverde namelijk twee modellen. Naast de ‘grote’ da Vinci 1.0 All-in-One ontvingen wij ook het nieuwe kleine ‘junior’ model. Omdat dit apparaat wezenlijk anders werkt én de goedkoopste printer op de Nederlandse markt is, hebben we deze ook in de test meegenomen.


Aan de hand van bovenstaande testprints indexeren we de nauwkeurigheid van alle printers.

We hebben alle apparaten op een aantal punten getest. Ten eerste hebben we gekeken hoe nauwkeurig de printers zijn. Hierbij hebben we de apparaten zodanig ingesteld dat ze met de hoogst mogelijke resolutie printen. We hebben de nauwkeurigheid bepaald door alle printers een serie ‘muurtjes’ te laten printen met diktes variërend van 0,5 tot 5 millimeter. Ook hebben we de apparaten een ring laten printen met een binnen- en buitendiameter van respectievelijk 8 een 22 mm. Door deze prints met een schuifmaat op te meten, kunnen we bepalen in hoeverre de geprinte objecten afwijken van het computermodel. Daarnaast hebben we gekeken hoe goed de printers zijn in het printen van overhangende objecten. Helemaal in het luchtledige printen kan natuurlijk niet, maar door een nieuwe laag nog nét op de voorgaande aan te laten sluiten, is het toch mogelijk om schuin omhoog te printen. Middels een speciale testprint testen we deze overgang bij verschillende hoeken, variëren van 45 tot 15 graden, zodat zowel zonder als met ondersteuningsbalkjes aan de zijkant van de 5 mm brede teststroken. De resultaten vind je in deze tabel aan het eind van dit artikel terug.

Een punt waar we geen meting op hebben losgelaten is de snelheid van de printers. Omdat dit voor een groot deel afhangt van instellingen met betrekking tot de randdikte en de manier waarop holle objecten (deels) worden ingevuld is het onmogelijk om hier een objectieve vergelijking te maken. Wel hebben we een waardering voor de snelheid gegeven, gebaseerd op onze ervaringen tijden de test.

Inno3D M1

Van Inno3D bekeken wij het afgelopen jaar twee 3D-printers, de D1 en de M1. Beide apparaten zijn rond hetzelfde concept gebouwd, maar de M1 is voorzien van een dichte behuizing, terwijl de D1 een open model is. Voordeel van de dichte behuizing is dat de printer zijn temperatuur beter kan reguleren, wat vooral bij het printen met ABS materiaal van belang is. De M1 die wij in deze test meenemen is geschikt voor zowel ABS, PLA als nylon en beschikt over een verwarmd metalen printbed, wat bij het printen van ABS helpt om te voorkomen dat het materiaal kromtrekt door afkoeling. Wat opvalt aan de M1 is zijn bouwkwaliteit: Het apparaat is opgetrokken uit solide aluminiumdelen en het geheel maakt een zeer robuuste indruk.

Inno3D Printer M1

Een nadeel is het relatief kleine printvolume van de M1. Met maximale objectafmetingen van 14 x 14 x 15 centimeter biedt dit apparaat het kleinste volume van alle geteste modellen. Daarnaast blinkt de meegeleverde software, die standaard .STL 3D bestanden omzet naar machinetaal die de printer begrijpt, helaas niet uit in instelmogelijkheden. Zo is het niet mogelijk om de dikte van de buitenwanden, of de mate van inwendige vulling van objecten aan te passen.

Wat printkwaliteit betreft stelt de Inno3D niet teleur. Het apparaat print heel netjes en had ook bij ingewikkeldere tests nauwelijks last van misprints. Onze printtests met de ring en de wandjes laat zien dat de afwijkingen gewoon prima zijn, alleen het dunste wandje van 0,5 mm wordt véél te dik afgedrukt. Een ander minpunt is wat ons betreft de mogelijkheid om zonder supports overhangende objecten te printen, op dit punt scoort de M1 het minst van alle geteste modellen. De Inno3D M1 is op het moment van schrijven bij een beperkt aantal computerwinkels verkrijgbaar voor een prijs van ongeveer 1150 euro.

Makerbot Replicator 5th Gen

Makerbot is waarschijnlijk één van bekendste producenten van 3D-printers. Na in eerste instantie apparaten de bouwen volgens het open source principe, is Makerbot in 2012 overgestapt op een eigen gesloten systeem. De nieuwste, vijfde generatie modellen zijn het resultaat van deze nieuwe aanpak. De door ons geteste Replicator 5th Gen is een uit de kluiten gewassen machine met een frame dat aan de voor- zij- en bovenkanten open is en beschikt over een groot, niet verwarmd printbed. De Replicator kan mede hierdoor alleen overweg met PLA-materiaal. De printkop wordt magnetisch op zijn plek gehouden en is hierdoor zeer makkelijk te verwijderen. Handig voor bij het schoonmaken of wanneer er een onderdeel vervangen moet worden.

Makerbot MP05825 Replicator 5th Gen

De Replicator beschikt over een aantal bijzondere features. Zo is het apparaat voorzien van een netwerkaansluiting, waardoor het mogelijk is de printer eenvoudig met meerdere gebruikers te delen. Ook beschikt het over een ingebouwde camera om een oogje in het zeil te houden tijdens het printen vanuit Makerbot Desktop software. Dit softwarepakket biedt uitgebreide mogelijkheden om prints te finetunen, maar er zijn ook eenvoudige presets voor wie het liever eenvoudig houdt.

Bediening van de printer zelf gaat middels een grote draaitoets in combinatie met een fraai grafisch display. Op dit display geeft de printer niet alleen duidelijke informatie over de huidige printtaak, maar kan je ook een grafische preview van het model te zien krijgen. Het kalibreren van het printbed is zeer gebruiksvriendelijk, dankzij goede aanwijzingen op het beeldscherm en een ledje op de printkop dat precies aangeeft wanneer de correcte instelling bereikt is.

Makerbot MP05825 Replicator 5th Gen

Het uitneembare printbed is van glas gemaakt en biedt ruimte aan vrij grote objecten met maximale afmetingen van 25 x 20 x 15 centimeter. Anders dan bij de meeste andere geteste modellen verschilt de maximale grootte van objecten dus in de X en de Y richting. Het apparaat biedt de mogelijkheid om te printen met laagdiktes vanaf 0,05 millimeter. Echter, wij zagen in de praktijk geen verschil tussen 0,05 en 0,1 millimeter, terwijl het printproces door de hogere resolutie wel aanzienlijk langer duurt. De printkwaliteit van de Makerbot 5th Gen is prima. Het apparaat produceerde tijdens onze tests slechts éénmaal een misprint en was daarmee het meest foutvrije apparaat in de test. Ook de testresultaten zelf zijn erg goed. De gemiddelde afwijking bij de van de dikte van de geprinte muurtjes is met iets minder dan 2% het best van alle geteste modellen en ook de ring weet de Replicator met minimale afwijkingen te produceren. Als we wat zoeken om over te mopperen, dan is dat de kleefkracht waarmee geprinte objecten op het printbed vast zitten. Deze is namelijk érg hoog, waardoor het soms lastig is objecten te verwijderen, en de papieren sticker op het printbed snel beschadigd raakt. Deze zal dus regelmatig vervangen moeten worden.

Makerbot MP05825 Replicator 5th Gen

Ook produceert het apparaat in vergelijking met de andere geteste printers vrij veel geluid. Een laatste pijnpuntje is de prijs. De Replicator heeft namelijk een adviesprijs van 3320 euro. Gelukkig liggen winkelprijzen in de praktijk een stuk lager en zien we het apparaat in onze prijsvergelijker al aangeboden worden vanaf 2500 euro. Nog altijd een hoop geld, maar goed op de prijs letten is dus sowieso het advies!

 Makerbot MP05825 Replicator 5th Gen

Ultimaker 2

Het Nederlandse Ultimaker heeft inmiddels haar tweede 3D-printer voor consumenten op de markt. Het apparaat heet simpelweg Ultimaker 2. Het is een fraai vormgegeven kubus, die aan alle kanten open is, zeer solide aanvoelt en er fraai uitziet. Het apparaat beschikt over zeer snelle servo’s, waardoor het de printer – afhankelijk van de instellingen – tot zeer hoge printsnelheden in staat is. De Ultimaker 2 heeft een verwarmd glazen printbed en een riant bouwvolume van 22,3 x 22,3 x 20,5 cm. Het printbed kan eenvoudig uitgenomen worden, wat handig kan zijn bij het verwijderen van modellen. Het apparaat kan ABS en PLA printen. Als enige printer in de test maakt het gebruik van 2,85 mm dikke filaments, waar 1,75 mm momenteel de standaard is.

Ultimaker Ultimaker 2

Voor de printkwaliteit maakt het geen verschil, maar het betekent wel dat je minder keuze hebt bij het kopen van materiaal. Met zijn maximale resolutie van 0,02 mm is de Ultimaker 2 heel nauwkeurig, maar tijdens onze tests merkten wij dat het printen met deze kleine laagdikte ook snel tot misprints leidt, omdat de printkop niet altijd voldoende afstand tot het printbed lijkt te hebben en deze de print hierdoor soms raakt. Deze problemen komen bij een meer gangbare laagdikte van 0,1 mm echter niet voor. De printsnelheid van de Ultimaker 2 is gemiddeld het hoogste van alle geteste modellen. Dankzij zijn snelle servo’s beweegt de printkop vooral op tussenstukken erg snel, wat de printtijd ten goede komt.

De printkwaliteit van de Ultimaker 2 is prima. De afwijkingen bij de tests met de cirkel en de verschillende wanddiktes zijn doorgaans heel goed, met als enige negatieve uitschieter de wanddikte van 0,5 mm, die in de praktijk 18% te dik wordt afdrukt. Je betaalt wel voor de premium onderdelen die Ultimaker gebruikt, want de printer kost zo’n 2300 euro. Daarmee is de Ultimaker 2 in de praktijk het duurste apparaat uit de test.

 Ultimaker Ultimaker 2

XYZPrinting da Vinci 1.0 AiO

De eerste printer van XYZPrinting die wij testen is de Da Vinci 1.0 AiO. Dit apparaat kost slechts 800 euro en is bovendien voorzien van een ingebouwde 3D-scanner. Heb je daar geen behoeft aan, dan is er voor 600 euro ook een versie zonder die functie te koop.

Het apparaat kan overweg met ABS en PLA, wat door XYZPrinting in eigen cartridges met chip wordt geleverd. Het voordeel daarvan is dat de printer de cartridge herkent en weet welk materiaal er gebruikt wordt en hoeveel er nog op de rol zit. XYZPrinting zegt bovendien dat de keuze voor het gesloten systeem helpt om de printkwaliteit te garanderen, omdat het naar eigen zeggen beter PLA- en ABS-materiaal levert dan sommige andere fabrikanten. Dat laatste is voor ons helaas niet te verifiëren. Het grote nadeel van dit cartridge-systeem is wat hogere prijs ten opzichte van filaments op normale rollen. Bovendien heb je als consument niet de keuzevrijheid die andere printers met 1,75 mm filaments wel bieden. Daarbij kan je doorgaans immers wel gewoon rollen van een ander merk gebruiken.

XYZprinting da Vinci 1.0 AiO

De da Vinci 1.0 is net als de Inno3D M1 een geheel gesloten apparaat, met een deurtje aan de voorkant. De printkwaliteit van de da Vinci 1.0 is redelijk tot goed. Het apparaat print nauwkeurig, maar heeft soms moeite met ingewikkeldere vormen. Ondanks het gesloten ontwerp willen prints namelijk nog wel eens verbuigen, waardoor verschillende printlagen niet altijd goed aansluiten. Van alle geteste modellen hadden wij tijdens onze test het meeste last van misprints met de da Vinci 1.0. Regelmatig kalibreren helpt om problemen te voorkomen, maar dit is een wat ongebruiksvriendelijk werkje.

Ondanks deze kanttekeningen werd het gros van onze testprints gelukkig probleemloos afgedrukt en voor zijn vraagprijs biedt de da Vinci 1.0 uitstekende prestaties. Over het scangedeelte van de door ons geteste All-in-One versie zijn we niet te spreken: in de praktijk werkt de scanner zeer matig. Eigenlijk is deze alleen bruikbaar met lichte objecten met een matte afwerking. Nieuwe software zou de scanresultaten volgens XYZPrinting sterk moeten verbeteren, maar deze was helaas nog niet beschikbaar op het moment van onze test. Lees ook onze losse review van de Da Vinci 1.0 AiO voor een uitgebreidere bespreking van deze printer.

 XYZprinting da Vinci 1.0 AiO

XYZPrinting da Vinci Junior 1.0

Naast de normale da Vinci modellen introduceerde XYZPrinting eerder dit jaar ook de da Vinci Junior. Zoals de naam doet vermoeden gaat het hier om een kleinere versie van de printer. Aan de buitenkant is de familieband duidelijk zichtbaar: ook dit model heeft een gesloten kunststof behuizing. Onder de kap werkt de printer echter anders. Ten eerste beweegt de printkop bij de Junior op en neer, waar bij de grote modellen het printbed beweegt. De Junior werkt bovendien niet met een cartridge, maar met gewone rollen voor de filament. Helemaal gewoon zijn die rollen echter niet, want ook deze zijn voorzien van een chip, waardoor het onmogelijk is ze bij te vullen of rollen van een ander merk te gebruiken.

XYZprinting da Vinci Junior 1.0

Het belangrijkste praktijkverschil tussen de grote da Vinci en de Junior is het maximale bouwvolume. Waar de grote printers 20 x 20 x 19 cm kunnen vullen, is het volume van de Junior beperkt tot 15 x 15 x 15 centimeter. De printresultaten van de Junior zijn redelijk. Het apparaat hoeft volgens XYZPrinting niet gekalibreerd te worden en tijdens onze test was daar ook geen noodzaak toe. Kijken we naar de testresultaten, dan zien we dat deze printer bij onze diktetests consequent bijna 10% te dik print, en dat is een behoorlijke afwijking.

XYZprinting da Vinci Junior 1.0

Zortrax M200

De laatste 3D-printer die wij in ons lab hebben getest is de M200 van Zortrax. Deze metalen kubus is bijzonder fraai ontworpen en – net als de printer van Inno3D – bijzonder stevig gebouwd. Het design van Zortrax oogt echter verfijnder en kan wat ons betreft de vergelijking aan met de Ultimaker 2. Het apparaat is voorzien van een geperforeerd metalen printbed, wat moet helpen om objecten na het printen gemakkelijker te verwijderen. In de praktijk is dat ook daadwerkelijk het geval.

Zortrax M200

De printkwaliteit van de M200 is bovendien érg goed. Het apparaat kan zeer nauwkeurig de kleinste details printen. Het enige punt waar de Zortrax minder goed scoorde was bij het printen van een testpatroon met zeer dunne rechtopstaande wandjes van 0,5 en 1 mm. Deze werden, mogelijk uit voorzorg met het oog op stevigheid, aanzienlijk dikker geprint dan de bedoeling is, met respectievelijk een factor 2,28 en 1,25. Andere prints laten juist zien dat het apparaat zeer verfijnd kan printen en de hoogste detaillering van alle geteste modellen uit de test behaald. Goedkoop is de Zortrax M200 helaas niet, het apparaat gaat over de toonbank voor ongeveer 2150 euro.

Conclusie

De geteste apparaten lopen in prijs uiteen van ongeveer 400 tot 2500 euro, waardoor het per definitie niet helemaal eerlijk is om ze direct met elkaar te vergelijken. Beginnen we met het goedkoopste model uit de test, de XYZPrinting da Vinci Junior 1.0, dan kunnen we niet anders stellen dan dat je voor 400 euro gewoon een heel leuk apparaat koopt. De printer is niet perfect en produceert af en toe een (onverklaarbare) misprint, maar levert doorgaans gewoon goede printjes. De iets duurdere Da Vinci 1.0 levert iets betere prints, en biedt de mogelijkheid om zowel met PLA als ABS te printen. 

Wil je aanzienlijk betere printkwaliteit en minder kans op fouten, dan moet je daar ook de portemonnee voor trekken. Vooral de Makerbot Replicator, Ultimaker 2 en Zortrax M200 leveren prima printresultaten. De Makerbot heeft als voordeel dat je hem via het netwerk kunt aansturen en middels een webcam live kunt meekijken. Met zijn verkoopprijs van ongeveer 2500 euro is het helaas wel de duurste printer uit de test. Ook de modellen van Zortrax en Ultimaker zitten in deze hogere prijsklasse. Die laatste ziet er zeer gelikt uit, produceert prima prints en heeft het grootste printvolume. Het apparaat van Zortrax is met 2150 euro iets goedkoper en print - met uitzondering van onze wand-test – ook zeer netjes. 


Besproken producten

Vergelijk alle producten

Vergelijk  

Product

Prijs

Inno3D Printer M1

Inno3D Printer M1

  • Fused deposition modeling
Niet verkrijgbaar
Makerbot MP05825 Replicator 5th Gen

Makerbot MP05825 Replicator 5th Gen

  • Fused deposition modeling
Niet verkrijgbaar
Ultimaker Ultimaker 2

Ultimaker Ultimaker 2

  • Fused deposition modeling
Niet verkrijgbaar
XYZprinting da Vinci 1.0 AiO

XYZprinting da Vinci 1.0 AiO

  • 3D scanner aanwezig
  • Fused deposition modeling
Niet verkrijgbaar
XYZprinting da Vinci Junior 1.0

XYZprinting da Vinci Junior 1.0

  • Fused deposition modeling

€ 307,65

10 winkels
0
*