20 jaar 3D-chips - Deel 2: begin van de hegemonie van ATI/AMD en Nvidia

49 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. 1999: het kantelpunt
  3. 3. Andere producten eind vorige eeuw
  4. 4. De komst van GeForce
  5. 5. Eerste Radeon
  6. 6. Hegemonie
  7. 49 reacties

Inleiding

Circa twee maanden geleden publiceerden we deel 1 van onze reeks over de geschiedenis van de videokaart. Vandaag deel 2, over de tijd dat ATI en Nvidia langzaam maar zeker alle concurrenten buiten spel zetten.

We eindigden deel 1 met de introductie van de 3Dfx Voodoo2 in 1998. Wist 3Dfx met de eerste Voodoo kaart al vriend en vijand te verrassen met een kaart met onovertroffen 3D-prestaties en –beeldkwaliteit, met de Voodoo2 deed het er nog een schepje boven. Als gamer was dit in 1998 simpelweg dé kaart die je wilde hebben en deze kaarten gingen dan ook, ondanks de forse prijs, als warme broodjes over de toonbank.

De concurrentie was echter vastbesloten om het succes van 3Dfx te evenaren. Nvidia kwam halverwege 1998 met de op de NV4-chip gebaseerde Riva TNT videokaart. TNT stond voor TwiN Texel, waarmee werd aangegeven dat de chip twee texels (pixels van textures) tegelijkertijd kon verwerken. De TNT was bedoeld om een directe concurrent voor de Voodoo2 te worden en dat lukte gedeeltelijk. Door toevoeging van een tweede pixel pipeline was de kaart zo’n twee keer sneller dan zijn voorloper en de Riva TNT bood daarnaast een aantal zaken die de Voodoo2 moest missen. Niet alleen kon deze kaart ook 2D graphics afhandelen (de Voodoo2 deed alleen 3D), maar ook beschikte hij over ondersteuning voor 32-bit kleur (True Color) in 3D, een 24-bit Z-Buffer en ondersteuning voor hogeresolutie-textures (1024x1024).

Helaas kreeg Nvidia de TNT niet zo snel als men zelf had gewild: aangezien de chip vrij heet werd, werd de uiteindelijke klokfrequentie beperkt tot 90 MHz in plaats van de vooraf bepaalde 110 MHz. Desalniettemin kwam de TNT bij Direct3D games op z’n minst in de buurt van de Voodoo2. 3Dfx’ geheime wapen bleef echter de eigen Glide API, dat in 1998 nog zeer intensief gebruikt werd door game developers. Onder gamers bleef de Voodoo2 zodoende favoriet, al deed ook Nvidia zeer goede zaken dankzij vele OEM deals.


De Nvidia Riva TNT (1998), hier op een kaart van Hercules, was bedoeld om een directe concurrent voor de Voodoo2 te worden en dat lukte gedeeltelijk.

Ook ATI kwam in 1998 met een nieuwe kaart, de Rage 128. De naam was afgeleid van het feit dat de chip, net als de Nvidia Riva TNT overigens, een 128-bit geheugenbus had, al kwamen ook goedkopere 64-bit varianten op de markt. Ook de Rage 128 bood 32-bit kleur in 3D en kon zich qua prestaties redelijk meten met de TNT.

3Dfx zag de concurrentie van de ATI en Nvidia kaarten, die 2D en 3D combineerden, duidelijk aankomen en introduceerde in de tweede helft van 1998 de Banshee, een kaart gebaseerd op hun eerste 2D/3D gecombineerde chip. Het ontwerp van het 3D-gedeelte van de chip was gebaseerd op de Voodoo2 en door de 128-bit geheugenbus en hogere klokfrequentie had de Banshee in theorie sneller kunnen worden dan de Voodoo2. 3Dfx was echter bang dat de verkopen van de Voodoo2 daaronder zouden lijden en voorzag de Banshee om die reden maar van één in plaats van twee texturing units. Qua mogelijkheden en 3D-beeldkwaliteit zat de Banshee op hetzelfde niveau als de Voodoo2, inclusief ondersteuning voor de eigen Glide API. De prestaties waren echter duidelijk van een lager niveau dan die van de Riva TNT, zoals sites als Tom's Hardware Guide en het door Hardware.Info’s Eric van Ballegoie destijds gerunde Fastgraphics.com bewezen. Mede doordat 3Dfx niet bepaald succesvol was met OEM-deals werd de Banshee zodoende geen bijzonder succesvol product.


Als reactie op de concurrentie van ATI en Nvidia introduceerde 3Dfx in 1998 de Banshee, een gecombineerde 2D/3D chip.

0
*