Beste HTPC-basis voor de toekomst: videokwaliteit van courante CPU's en GPU's getest

48 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Full HD, Ultra HD, H.264 én H.265 getest
  3. 3. Geteste platformen
  4. 4. Full HD en H.264: anno 2014 een makkie
  5. 5. Postprocessing: duidelijke verschillen
  6. 6. Per-pixel adaptive
  7. 7. Ruis, scherpte en contrast
  8. 8. H.264 in Ultra HD: vaak goed, niet altijd
  9. 9. H.265 a.k.a. HEVC: nog geen hardware decoding
  10. 10. Alle testresultaten in tabel
  11. 11. Conclusie
  12. 48 reacties

Per-pixel adaptive

Het maken van complete beelden van interlaced video, oftewel het omzetten van 1080i naar 1080p, is geen gemakkelijke taak. Je zou wellicht denken dat je twee halve beelden in elkaar kunt schuiven, maar zo simpel is het niet. Er zit immers een tijdverschil tussen de halve beelden (20 milliseconden in het geval van 50 halve beelden per seconde), waardoor beeld verschoven kan zijn en je bij in elkaar schuiven (weaving in jargon) een kam-effect te zien krijgt.

De tweede eenvoudige optie is simpelweg de lijnen verdubbelen (BOB in jargon) en 50 keer per seconde een beeld tonen gebaseerd op om en om de even en oneven gedubbelde beeldlijnen. Dat levert geen vervelende artefacten op, maar zorgt er wel voor dat de verticale resolutie in feite halveert: in plaats van 1920x1080 kijk je naar 1920x540. De extra scherpte van Full HD-video ben je dan compleet kwijt.

Een goede deinterlacer analyseert met complexe algoritmes het beeld. Daar waar er stilstaand beeld is, wordt weaving toegepast om de hoogste scherpte te bewerkstelligen. Waar beweging wordt gedetecteerd, wordt op basis van opeenvolgende frames bepaald hoe de hele beelden er uit zouden moeten zien. Alle moderne GPU’s (inclusief de geïntegreerde varianten) hebben tegenwoordig een goede per-pixel adaptive deinterlacer aan boord, zo blijkt uit de verschillende tests die HD HQV daarvoor heeft. AMD, Nvidia én Intel kunnen hun deinterlacer alleen onder Windows inschakelen overigens.

Bij één subtest gaat een aantal platformen toch een beetje de mist in. HD HQV heeft een aantal worst case scenario’s voor deinterlacing algoritmes. Eén van die tests is een draaiende balk bovenop een stilstaand raster. Bij de verschillende AMD-platformen behalve de R7 260X en bij de Intel Celeron 1037U en Bay Trail platformen, verdwijnt een gedeelte van het raster achter de ronddraaiende balk. Dat betekent dat we de deinterlacing-kwaliteit enkel bij de Nvidia GPU’s, bij de AMD Radeon R7 260X en bij de Intel Haswell CPU’s als ‘uitstekend’ kunnen aanmerken.

Deinterlacing doen alle geteste platformen goed. In deze test laat een aantal platformen echter een steekje vallen. (Boven: AMD UVD (AM1), Onder: Nvidia VP6 (GTX 750)).

Onder het kopje deinterlacing is er nog een aspect dat we moeten belichten: 2:2 en 3:2 pulldown. Wanneer een film, die in de regel 24 hele beelden per seconde bevat, in Europa op TV wordt uitgezonden (in 1080i HD of 576i SD), dan worden van ieder heel beeld twee halve beelden gemaakt en het geheel zo’n 4% versneld om van 24 fps naar 25 fps te gaan. In zo’n geval zijn twee opvolgende frames met halve beelden dus wél afkomstig van één compleet beeld en mag er gewoon weaving worden toegepast om de optimale scherpte te behalen. Dit proces noemt men 2:2 pulldown. Door middel van een daarvoor bestemde test in HD HQV kunnen we vaststellen dat alle platformen dit uitstekend herkennen en toepassen.

Bij een film op Amerikaanse TV wordt een andere truc toegepast. Door informatie van de hele filmbeelden om en om toe te passen in 3 en 2 halve beelden worden 60 halve beelden per seconden gegenereerd. Een goede GPU moet ook dit herkennen en een en ander weer op een juiste manier ontrafelen om er idealiter weer 24 hele beelden van te maken. Ook dit doen alle platformen uitstekend.

0
*