De wondere wereld van TFT monitoren

31 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Werking TFT monitoren
  3. 3. Verschillen t.o.v. een CRT monitor
  4. 4. Specificaties van een TFT monitor
  5. 5. Kwaliteitsnormen
  6. 6. Conclusie
  7. 31 reacties

Kwaliteitsnormen

Indien u een (dure) monitor aanschaft, wilt u natuurlijk dat u kwaliteit hebt gekocht. Helaas kan de kwaliteit van monitoren onderling nogal verschillen. Niet alleen per merk of model, maar zelfs verschillen tussen twee dezelfde modellen is mogelijk. Met andere woorden: er bestaan geen twee dezelfde monitoren!

Om over het algemeen de kwaliteit van monitoren te waarborgen, is er een aantal normen waar een monitor al dan niet aan voldoet. Het moge duidelijk zijn dat monitoren die niet aan deze normen voldoen, beter niet op de lijst van te overwegen modellen worden gezet. 

In het achtergrondartikel “De wondere wereld van CRT monitoren” hebben we een aantal normen behandeld. Omdat deze normen ook voor TFT beeldschermen gelden, worden ze nog even kort herhaald.

Er bestaan verschillende normen waaraan een monitor dient te voldoen. Enkele veel voorkomende zijn: MPR II, TCO92, TCO95 en TCO99. Hierbij is TCO99 de meest nieuwe en tevens strengste norm. Het verschil bij TCO99 ten opzichte van zijn voorganger TCO95 (die we ook nog op veel monitoren aantreffen) is dat eisen met betrekking tot het productieproces erin zijn opgenomen. Zo wordt geëist dat het product milieuvriendelijk wordt geproduceerd en alle gebruikte materialen 100% recyclebaar zijn. Verder zijn er bij TCO99 ook kleine veranderingen geweest met betrekking tot het energieverbruik en straling.

Het zal de meeste lezers wel bekend zijn dat bij TFT schermen zogenaamde dode pixels (dead pixels) kunnen bevatten. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: dode pixels op zichzelf bestaan niet! Zoals al eerder gezegd, bestaat een pixel uit drie subpixels. Wil een pixel totaal defect zijn, dan moeten alle drie de subpixels defect zijn. 

Om het allemaal nog wat ingewikkelder te maken bestaan er twee vormen van defect zijn: ‘bright-dot’ en ‘dark-dot defects’. Bij de eerste is een subpixel continu aan, oftewel helder (bright). Vooral bij een donker beeld, bijvoorbeeld een spel als Quake, vallen deze pixels erg op. Ook in het DOS commandoscherm, waar de achtergrond meestal zwart is, valt zo’n fout direct op. 

Bij dark-dot defects is een pixel continu uit, donker dus. Deze fouten vallen het meeste op in een licht gekleurd beeld. Bij de meeste office applicaties kunnen deze fouten zeer hinderlijk zijn.

Een nieuwe norm, die alleen voor TFT schermen geldt, is de ISO 13406-2. Deze moet het aantal fouten dat per scherm is toegestaan aan banden leggen. Het klinkt misschien een beetje cru, veel betalen voor scherm dat defecten heeft. Het is nou eenmaal niet anders en veel gebruikers valt één of meerdere defecte (sub)pixel(s) niet op, zeker niet als zo’n pixel helemaal aan de buitenste rand van het scherm zit. 

In de onderstaande tabel (bron: ISO) staat een overzicht van het aantal defecte pixels dat de ISO 13406-2 norm toestaat per klasse en soort defect.

Klasse Aantal bright-dot pixels Aantal dark-dot pixels Aantal defecte subpixels Aantal clusters1) met één of meer bright- of darkdot pixels Aantal clusters1) met één of meer defecte subpixels
I 0 0 0 0 0
II 2 2 5 0 2
III 5 15 50 0 5
V 50 150 500 5 50

1)Een cluster is een blok van 5 x 5 pixels  

In principe worden de TFT schermen dus in klasse (oplopend van I tot IV) ingedeeld. TFT schermen van klasse I zullen we in de winkels nooit tegenkomen. Deze schermen zijn namelijk onbetaalbaar, omdat ze absoluut geen defecte (sub)pixel mogen bevatten. In de winkels zullen er vooral schermen van klasse II te vinden zijn. 

Het is niet aan te raden een scherm te kopen van klasse III of IV, al zeker niet zonder het scherm eerst gezien te hebben. 

0
*