Intel Atom Silvermont preview: echte concurrentie voor ARM

16 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Silvermont
  3. 3. 22nm transistors
  4. 4. Architectuur: Out of Order execution en meer
  5. 5. Nieuwe instructies
  6. 6. Stroomverbruik
  7. 7. Modulair
  8. 8. Te verwachten prestaties
  9. 9. Conclusie
  10. 16 reacties

Modulair

Net als bij de de Core-processors sinds de Sandy Bridge generatie heeft Intel bij de nieuwe Atom processors er voor gezorgd dat uiteindelijke chips relatief eenvoudig uit standaard blokken kunnen worden opgebouwd. De Atom-chips die voor de verschillende gebruiksdoelen op de markt gaan komen, worden gebaseerd op één tot maximaal vier CPU-modules, die op hun beurt bestaan uit twee CPU-cores en tot maximaal 1 MB gedeelde L2-cache. De twee cores binnen zo'n module zijn volledig onafhankelijk en delen verder geen onderdelen, zoals we dat bijvoorbeeld kennen van de Bulldozer-architectuur van AMD. De Baytrail Atom-processors die eind van het jaar voor tablets op de markt komen, bevatten twee van dergelijke modules en dus vier cores. 

De processormodules worden gecombineerd met een System Agent, het gedeelte van de processor dat alle onderdelen met elkaar verbindt, een geheugencontroller en een geïntegreerde GPU. Over dat laatste is deze week geen nieuws naar buiten gekomen, maar uit de aankondiging van CES weten we al dat Intel voor de Silvermont generatie Atom-processors niet langer PowerVR-graphics gaat gebruiken, maar haar eigen GPU-implementatie. In de Atom-chips zullen we een afgeleide vinden van Intels 7de generatie geïntegreerde GPU, zoals die ook onderdeel is van Ivy Bridge, zij het met maximaal slechts vier execution units, waar HD Graphics 4000 er 16 heeft.

In het overzicht op onderstaande slide zien we overigens nog een laatste reden waarom de nieuwe Atoms een stuk beter zullen presteren dan diens voorlopers: de komst van een snellere verbinding tussen de processorcores de geïntegreerde geheugencontroller, genaamd IDI. Dat is echt een flinke stap vooruit. Om weer even de geschiedenisboekjes in te duiken: de eerste generatie Atom-processors (uit 2008) waren echt nog losse CPU's, die gecombineerd moesten worden met een traditionele chipset met north en south bridge, waarbij geheugencontroller en GPU in de chips plaats namen. De Atom maakte gebruik van de traditionele front side bus (FSB) zoals we die nog kennen van de Intel desktop/laptop-processors tot aan de Nehalem-architectuur. Bij de 32nm generatie Atom-processors werden de geheugencontroller en GPU daadwerkelijk binnen de processor geïntegreerd, maar het ontwerp werd er niet op aangepast. Intern werd binnen de chip nog altijd gecommuniceerd via de traditionele FSB-methode, waarmee de integratie van geheugencontroller en GPU bij de huidige Atom enkel heeft geleid tot een beperking van stroomverbruik en benodigde moederbordgrootte, maar dus niet tot snellere werking. Bij de nieuwe Atoms communiceren de cores op veel hogere snelheid met de geïntegreerde geheugencontroller, met aparte kanalen voor lees- en schrijfopdrachten en veel lagere latencies. Het zorgt voor een veel snellere toegang tot het geheugen en daarmee tot betere prestaties.

0
*