Vijf grootbeeld-televisies van 50+ inch getest

24 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Testmethode
  3. 3. LG 50PV350
  4. 4. LG 50PV350 beeldkwaliteit
  5. 5. LG 55LW570
  6. 6. LG 55LW570 beeldkwaliteit
  7. 7. Panasonic TX-P50G30
  8. 8. Panasonic TX-P50G30 beeldkwaliteit
  9. 9. Samsung PS51D8000
  10. 10. Samsung PS51D8000 beeldkwaliteit
  11. 11. Sharp LC-60LE635
  12. 12. Sharp LC-60LE635 beeldkwaliteit
  13. 13. Conclusie
  14. 14. Besproken producten
  15. 15. Reacties

Inleiding

De komst van lcd- en plasmatelevisies heeft niet alleen met zich meegebracht dat televisies nu zo plat zijn dat we ze aan de muur kunnen hangen, het heeft ook definitief een trend naar grotere beeldmaten ingezet. Een grotere lcd- of plasmatelevisie neemt immers niet veel meer ruimte in dan een kleiner model; vooral in de diepte maakt het eigenlijk weinig of geen verschil. Bij oude beeldbuistelevisies was dit wél het geval, waardoor Nederlanders decennia lang televisies met een diagonaal van maximaal 32 inch – 82 centimeter – kochten.

Inmiddels is ruim 40% van alle verkochte televisies groter dan 32 inch en de extreem grote beeldmaten stijgen het snelst in populariteit. Dit heeft een aantal oorzaken. De opkomst van digitale (hd)tv met uitstekende beeldkwaliteit en hd-spelcomputers is er daar één van. De kwaliteit van de beschikbare signalen maakt het nu mogelijk om een groter scherm te nemen, zonder dat je het idee hebt de pixels te kunnen tellen. De oude stelregel dat je minimaal vier maal de beelddiagonaal als kijkafstand moet aanhouden, geldt bij hdtv sowieso niet: een te grote afstand zorgt er eerder voor dat je details mist. Bovendien is digitale sd-televisie via de kabel zo goed van kwaliteit, dat je rustig dichterbij kan zitten. De belangrijkste reden voor mensen om een grotere tv te kiezen lijkt simpelweg te zijn, dat het nu kan. Prijzen blijven dalen en full hd-televisies met de gangbare diagonaal van 40 of 42 inch zijn inmiddels te koop voor minder dan 500 euro.

Evolutie van de televisie

Prijs omlaag, beeldmaat omhoog

In het segment van de populairste beeldmaten van 32 tot 47 inch is de concurrentie dan ook moordend, waardoor het voor fabrikanten lastig is om goede marges te maken. We zien mede daarom de afgelopen jaren een duidelijke trend naar beeldmaten van 50 inch en groter. Consumenten zijn bereid om voor zo’n groot scherm een redelijke meerprijs te betalen, terwijl steeds geavanceerdere productiemethodes ervoor zorgen dat de kostprijs van een groter panel relatief beperkt is. Inmiddels is ook in dit segment de prijzenoorlog losgebarsten. LG en Samsung zijn al langer zeer agressief aanwezig in deze markt, waar zij grote plasmaschermen aanbieden tegen zeer scherpe prijzen. Deze blonken tot nu echter niet uit qua beeldkwaliteit of extra mogelijkheden en waren vooral bedoeld voor liefhebbers van ‘veel voor weinig’.

De test

Op de afgelopen IFA beurs in Berlijn gooide Sharp de knuppel definitief in het hoenderhok: het kondigde aan een nieuwe 60 inch / 152 cm lcd televisie op de markt te brengen met een adviesprijs van 1699 euro. Sharp is niet de enige, want vrijwel alle fabrikanten leveren inmiddels betaalbare schermen in het 50+ inch formaat. Wij bekijken er in dit artikel vijf, van LG, Panasonic, Samsung en Sharp. Alleen Philips liet weten niet op onze uitnodiging in te kunnen gaan: op het moment van test hadden zij geen ‘betaalbaar’ grootbeeld model in het assortiment. Sony stuurde ons per abuis een te klein model toe, dat we omwille van eerlijke vergelijking daarom buiten beschouwing laten.

Als we naar televisies in dit segment kijken, moeten we ‘betaalbaar’ uiteraard wel tussen haakjes zetten. De modellen die wij in deze test bekijken, lopen in prijs uiteen van bijna 700 tot ruim 1700 euro. Overigens zijn televisies die wij hier testen nog 2011 modellen. Voor een aantal van de geteste apparaten geldt dat inmiddels opvolgers zijn aangekondigd, maar het nog even kan duren voordat die daadwerkelijk op de markt verschijnen.

Testmethode

Wij hebben alle schermen uitgebreid doorgemeten met een i1 Display Pro colorimeter van X-Rite, in combinatie met Calman software van Spectracal, om zo tot in detail een oordeel te kunnen vellen over helderheid, contrast en kleurweergave. Ook hebben we de beeldverwerking beoordeeld met behulp van de HQV 2.0 Blu-ray benchmark. Daarnaast hebben we de internetfunctionaliteit van de televisies in kaart gebracht en bekeken welke bestandsformaten de eventueel ingebouwde mediaspeler ondersteunt.


Alle televisies worden in ons testlab uitgebreid geteste op o.a. kleurweergave, helderheid, contrast en beeldverwerking.

Als laatste hebben we de input lag – de ‘invoervertraging’ – van alle televisies gemeten. Omdat televisies veel berekeningen en optimalisaties op het beeld loslaten, duurt het vaak even voordat binnengekomen beelden daadwerkelijk worden weergegeven. Bij het bekijken van tv-beelden of films is dat geen probleem, wanneer het geluid ook vertraagd wordt weergegeven merk je hier immers niets van. Wil je de tv echter gebruiken om mee te gamen, dan is input lag erg vervelend. Het duurt dan immers even voordat het beeld reageert op input van de PC of spelcomputer en bovendien kan het in snelle actiespellen het verschil betekenen tussen leven en dood, wanneer je tegenstander wél een snel scherm heeft. Bij PC-monitoren is de input lag tegenwoordig doorgaans afwezig bij de meeste TN-schermen en maximaal 32 ms voor IPS- en PVA-modellen. Bij televisies komen we veel hogere waarden tegen, zo laat onze test zien, waarover later meer.

LG 50PV350

De eerste televisie die we bekijken is meteen de goedkoopste. De 50 inch grote 50PV350 is al te koop vanaf ongeveer 540 euro en kost gemiddeld net iets meer dan 680 euro. Voor dat geld lukt het LG dus om een televisie met een diagonaal van 127 centimeter te bouwen, de halve wereld over te verschepen en de winkelier er ook nog wat aan te laten verdienen. Wat ons betreft een erg knappe prestatie.

Wanneer we de tv uit de doos halen, zien we wel meteen dat LG bij dit model op één punt sowieso bezuinigd heeft. Want hoewel de televisie er uiterlijk prettig uitziet met zijn dunne rand rond het scherm en relatief kleine voet, valt wel meteen op dat het gebruikte plasmascherm van een oudere generatie is en het scherm wanneer de tv uitstaat eerder donkergrijs dan zwart lijkt. Dat komt het subjectieve contrast uiteraard niet ten goede. LG kiest overigens voor plasma bij al haar goedkope grote modellen. Juist door gebruik te maken van technisch wat verouderde plasmatechnologie lukt het de Koreanen hierdoor om de winkelprijs zo extreem laag te houden.

Uiterlijk bevalt de 50PV350 ons zoals gezegd wel. De voorzijde is strak zonder franjes en hoewel het met 5,25 centimeter de dikste televisie uit de test is, kunnen we ook deze televisie als lekker plat bestempelen. De lijst met specificaties leert dat de televisie niet beschikt over extra’s als 3D of 100 Hz frame-interpolatie. Een usb-aansluiting voor het afspelen van media vinden we wel terug, maar een netwerkaansluiting ontbreekt. Ook treffen we slechts twee HDMI-ingangen aan. We kunnen dus met recht spreken van een basic televisie.

Onze metingen laten zien dat de helderheid van het scherm in absolute zin tegenvalt. In de standaardmodus komen we uit op 80 candela per vierkante meter, in filmmodus daalt dat naar krap 60. Om in een helder verlichte ruimte, bijvoorbeeld bij invallend zonlicht, prettig te kunnen kijken is eigenlijk toch wel een helderheid van minimaal 150 cd/m2 vereist. Nu kan de helderheid via het menu verder opgeschroefd worden, maar dat komt de beeldkwaliteit niet ten goede.

LG 50PV350 beeldkwaliteit

Die beeldkwaliteit blijkt redelijk goed. Wij meten alle televisies door in de cinema-, bioscoop- of filmmodus, omdat deze de meest realistische kleurweergave biedt. Wat meteen opvalt is het relatief slechte zwartniveau. Waar dit juist het sterke punt van plasma behoort te zijn, geldt dat deze tv de op één na hoogste helderheid bij weergave van zwart laat noteren: geen beste beurt, dus. Het contrast komt hierdoor uit op een bescheiden 525:1. De kleurweergave is redelijk, maar niet geweldig. Met name blauw wijkt af van het gewenste referentiepunt en rood is overmatig aanwezig. De tv biedt gelukkig wel uitgebreide mogelijkheden om het beeld te kalibreren, al is het uiteraard de vraag of consumenten die dit model kopen daar een paar honderd euro in willen investeren.

Wat input lag betreft scoort de tv niet geweldig. Zowel in de cinemastand als in de ‘game modus’ noteren we een vertraging van ongeveer 45 milliseconde, oftewel drie beelden. Ondanks de kritische opmerkingen hierboven is de 50PV350 toch een verrassend prettige TV. Als je in een ruimte kijkt waar het omgevingslicht gecontroleerd kan worden, heb je met dit model ongelofelijk veel televisie voor je geld. Over geld gesproken: als je veel tv kijkt moet je wel wat geld opzij zetten voor de energiemaatschappij, want met een gemiddeld verbruik van 199 watt in filmmodus is deze tv zeker niet zuinig.

LG 50PV350

LG 50PV350

LG 55LW570

De tweede televisie die we bekijken is eveneens afkomstig van LG, maar tapt uit een heel ander vaatje. De 55LW570 is een model uit de hoge middenklasse van LG’s lcd-LED aanbod en heeft daarom een aanzienlijk hoger prijskaartje; gemiddeld gaat dit model voor ongeveer 1630 euro over de toonbank. Voor dat geld krijg je wél een scherm dat vijf inch groter is dan het hiervoor besproken plasmamodel, terwijl de LW570S voorzien is van vrijwel alle denkbare toeters en bellen. Dan hebben we het niet alleen over internet- en DLNA-functies, maar ook over ondersteuning voor 100Hz frame-interpolatie en 3D.

De televisie maakt gebruik van LG’s passieve 3D-systeem, wat betekent dat de brillen lekker goedkoop zijn. LG levert er dan ook maar liefst zes mee, ideaal om meteen met de hele familie 3D te kunnen kijken. De 55LW570 is voorzien van ingebouwde tuners voor DVB-C, DVB-T en DVB-S, zodat naast digitale kabel en digitenne ook satelliettelevisie gekeken kan worden zonder afzonderlijke tuner.

Qua uiterlijk moet de LW570S je aan staan. De televisie staat op een fraaie voet met een doorzichtige hals, maar ook met een champagnekleurige aluminium strip aan de boven- en onderzijde van het scherm. Wij zijn er niet over uit of we dit wel, of juist niet fraai vinden.

LG 55LW570 beeldkwaliteit

De prestaties van de LW570S blijken over het geheel genomen uitstekend. De standaard helderheid van 317 cd/m2 is erg hoog, in filmmodus blijft een meer bruikbare 126 cd/m2 over. Dit bij een verbruik van minder dan 65 watt! Ook bij deze televisie valt het zwartniveau echter wat tegen. LG maakt bij deze tv gebruik van edge-led met een beperkte local dimming functie waardoor de backlight achter delen van het scherm minder helder gezet kan worden bij donkere scenes. De werking hiervan valt echter tegen, de deelgebieden zijn te groot om echt effectief te zijn. Toch hoeft de tv zich met een gemeten contrast van 1085:1 nergens voor te schamen.

Ook de kleurweergave is erg goed. Het grijsverloop laat nauwelijks enige kleurzweem zien en ook de weergave van de primaire en secondaire kleuren is erg nauwkeurig. Op dit punt laat LG de beste scores uit de test noteren. Voor gamers is deze televisie minder geschikt. In de cinemastand noteren we 80 ms vertraging, in de game mode circa 60 ms, oftewel vier beelden. Dat is zeker voor fanatieke first-person gamers gewoon te veel.

Wat extra’s betreft doet de tv het prima. Wij zijn uitermate goed te spreken over de gebruikte passieve 3D-technologie. Niet alleen omdat de brillen lekker goedkoop zijn en je dus zonder grote kosten met meerdere mensen kunt kijken, maar vooral omdat het beeld in tegenstelling tot bij actieve 3D-technologie niet knippert. Hierdoor is het mogelijk om ook langere tijd 3D te kijken zonder hoofdpijn te krijgen. Toch is er een – bij dit beeldformaat duidelijk zichtbaar – nadeel. Omdat elk oog bij passief 3D slechts de helft van de beeldlijnen te zien krijgt, moet je zorgen dat je bij het bekijken van 3D beelden voldoende afstand neemt tot het scherm, anders is duidelijk te zien dat het beeld niet helemaal scherp is.

LG 55LW570

LG 55LW570

Panasonic TX-P50G30

Ook Panasonic stuurde een betaalbaar model in, de 50 inch grote TX-P50G30. Zoals we van Panasonic gewend zijn betreft het hier een plasmatelevisie, maar wel eentje voorzien van een modern G14 paneel, wat garant zou moeten staan voor uitstekende beeldkwaliteit. De televisie is bovendien voorzien van Panasonic’s Viera Connect internetfunctionaliteit, ondersteunt DLNA en kan programma’s die via de ingebouwde digitale DVB-C of DVB-T tuner bekeken worden direct opnemen op een externe usb harddisk. 3D wordt niet ondersteund. Wil je dat wel, dan kan je terecht bij de duurdere GT30 serie. De goedkopere P50G30 die we hier bespreken heeft als voordeel dat het prijskaartje erg vriendelijk is. Gemiddeld kost deze televisie ongeveer 900 euro. In deze test is alleen de LG 50PV350 goedkoper.

In vergelijking met de plasmatelevisie van LG komt deze Panasonic er prima vanaf. De helderheid houdt met 119 cd/m2 ook niet echt over, maar is in de meeste gevallen voldoende. Het zwartniveau is echter een heel stuk beter. Panasonic laat met dit scherm het diepste zwart van alle geteste modellen noteren en laat zien dat een goed plasmapaneel op dit punt nog altijd heer en meester is. Het contrast komt uit op een uitstekende 4365:1.

Panasonic TX-P50G30 beeldkwaliteit

Ook de kleurweergave is prima, al is het bereik voor rood en groen groter dan wat volgens de Rec.709 HDTV norm wordt voorgeschreven. Dat betekent dat deze kleuren licht oververzadigd worden weergegeven. Het grijsverloop is netjes, al is blauw iets ondervertegenwoordigd en is het beeld over het geheel een tikkeltje te licht.

Helaas biedt de televisie weinig mogelijkheden om het beeld naar wens af te stellen, het grijsverloop kan aangepast worden, maar geavanceerde opties om per kleur veranderingen aan te brengen ontbreken. Gezien de lage prijs en feitelijk gewoon prima weergave kunnen we daar echter wel mee leven. Een ander groot pluspunt van deze televisie is de beperkte input lag. Zowel in cinema als in game modus is de vertraging 16 milliseconden, oftewel één beeld. Daarmee scoort deze Panasonic het beste van alle geteste modellen. Toch hebben we één puntje van kritiek, want met een gemiddeld verbruik van 190 watt is ook dit plasmascherm zeker niet zuinig.

Panasonic TX-P50G30

Panasonic TX-P50G30

Samsung PS51D8000

Samsung stuurde ons voor deze test een model dat helaas niet echt goedkoop is. Ook Samsung gebruikt net als LG plasmatechnologie om grote schermen tegen een betaalbare prijs in de markt te kunnen zetten. Het goedkoopste model, de 51 inch grote PS51D450 zit met een gemiddelde prijs van ongeveer 720 euro rond de prijs van de eerder besproken LG 50PV350. Wij bekijken echter een (flink) duurder model, de PS51D8000, die voor gemiddeld ongeveer 1730 euro over de toonbank gaat.

Voor dat geld levert Samsung wel een televisie met een fraai uiterlijk en veel extra functionaliteit. De dunne rand rond het scherm is uitgevoerd in geborsteld aluminium en is voorzien van een doorzichtige bies. Samsung spreekt zelf van een ‘inch plus’ model, waarmee het wil aangeven dat het scherm één inch groter is dan gebruikelijk, terwijl het apparaat niet groter is dan een normale 50 inch televisie en de rand daarmee dus extra dun is. De gebruikte vierpotige voet kennen we van Samsung’s high-end LED televisies. De PS51D8000 is feitelijk ook een high-end televisie, met ingebouwde DVB-C, S en T tuners, ondersteuning voor 3D-weergave, internetfuncties, ingebouwde WLAN adapter, high-end beeldverwerkingsengine en de mogelijkheid om direct op een usb-harddisk op te nemen. De televisie wordt geleverd zonder actieve 3D brillen. Deze dienen los aangeschaft te worden.

Samsung PS51D8000 beeldkwaliteit

Net als de andere twee plasmatelevisies kan ook dit model qua helderheid niet meekomen met het geweld van moderne LED-lcd modellen, in standaard- en cinemamodus meten we respectievelijk 83,9 en 80,4 cd/m2, wat niet echt overhoudt. Het zwartniveau blijkt wel prima, wat een nette contrastscore van 1268:1 oplevert. Over de nauwkeurigheid van het grijsverloop zijn we niet zo te spreken. Groen blijkt sterk ondervertegenwoordigd ten opzichte van rood en blauw, waardoor de kleurbalans niet perfect is. Kijken we naar het bereik van de individuele kleuren, dan zien we dat het groenpunt veel te veel naar rood neigt en de televisie het gewenste bereik van de Rec.709 norm daardoor niet haalt. De PS51D8000 biedt gelukkig veel mogelijkheden om het beeld bij te stellen en het manco valt hiermee gedeeltelijk weg te werken, maar perfect wordt het niet.

Voor gamers is de tv alleen bruikbaar wanneer deze in de game modus wordt ingesteld. Standaard komt de input lag namelijk uit op maar liefst 90 milliseconden, in game-modus wordt dit teruggebracht tot een meer acceptabele 30 milliseconden. De kijkhoek valt vreemd genoeg tegen, iets wat we niet vaak moeten concluderen bij een plasmascherm. Bij de PS51D800 treedt echter een sterke kleurverandering op wanneer het scherm van boven of opzij wordt bekeken. Dat is jammer, want de engine die Samsung gebruikt is uitstekend. Zowel qua deinterlacing, scaling als beeldverbeteringen zoals ruisonderdrukking voert dit model het veld aan. Gezien de relatief hoge prijs en matige kleurweergave vinden we het echter toch geen aanrader.

Samsung PS51D8000

Samsung PS51D8000

Sharp LC-60LE635

De laatste televisie die we bekijken is tevens de grootste. De LC-60LE635 van Sharp hebben we al eens eerder getest, maar past goed in deze vergelijking en daarom nemen we de TV nogmaals mee. De LE635-serie bestaat (voorlopig) alleen uit het door ons geteste 60 inch model, kleinere varianten zijn er niet. Qua technologie zit het scherm in tussen de duurdere Quattron-modellen en de goedkope LE630-serie. Dat betekent dat dit model voorzien is van een normaal RGB lcd-paneel en dat Sharp’s Net+ internetfuncties ingebouwd zijn. Het scherm biedt verder ondersteuning voor 100 Hz frame-interpolatie en een WLAN-adapter wordt standaard meegeleverd. Verdere toeters en bellen ontbreken en het design is basic, maar netjes. Vooral de relatief dunne rand rond het scherm zorgt ervoor dat het scherm ondanks zijn afmetingen niet overdreven massief oogt. De prijs is met gemiddeld ongeveer 1500 euro niet bijzonder hoog voor een televisie van die formaat.

De beeldkwaliteit van het scherm blijkt in de basis bovendien goed. De helderheid van bijna 280 cd/m2 in filmmodus is prima, vooral ook als we in ogenschouw nemen dat het energieverbruik hierbij blijft steken op iets meer dan 140 watt. Ook het zwartniveau is – in het midden van het scherm – erg goed, wat een prima contrastscore van ruim 4384:1 oplevert.

Sharp LC-60LE635 beeldkwaliteit

Het grijsverloop is netjes, al is blauw over- en rood wat ondervertegenwoordigd. Middels de uitgebreide kleurinstellingen is dit echter gemakkelijk recht te trekken. Het kleurbereik is groter dan wat de Rec.709 HDTV norm voorschrijft, waardoor kleuren en dan met name groen oververzadigd worden weergegeven. Ook dit is middels het kleurmanagementsysteem goed bij te regelen. Voor gamers is deze grootbeeld tv overigens geen aanrader. Bij standaardinstellingen is de vertraging maar liefst 150 (!) milliseconden en ook in de gamestand blijkt de vertraging nog altijd drie beelden, oftewel ongeveer 40 milliseconden.

Sharp LC-60LE635

Sharp LC-60LE635

Conclusie

De geteste schermen hebben als overeenkomst dat ze allemaal een diagonaal van 50 inch of groter hebben, maar verder loopt het veld sterk uiteen. Zowel qua technologie als qua prijs zijn er grote verschillen. Wil je een betaalbaar model waarbij perfecte kleurweergave geen absolute vereiste is, dan is de goedkope 50PV350 van LG een goede keuze, die dankzij de zeer lage prijs een Bronze Award verdient. Wil je een betere beeldkwaliteit en mag het toch iets meer kosten, dan is Panasonic’s TX-P50G30 een aanrader, wederom goed voor een Bronze Award. Wat input lag betreft scoort dit model met 16 milliseconden ook het best. Beide schermen maken echter gebruik van plasmatechnologie, wat betekent dat het energieverbruik relatief hoog en de helderheid laag is.

Samsung’s PS51D8000 is feitelijk een high-end plasmatelevisie die voorzien is van alle toeters en bellen, en daarom ook het hoogste prijskaartje van alle geteste modellen heeft. Dat zou voor ons geen probleem zijn geweest, ware het niet dat de kleurweergave en kijkhoek te veel te wensen overlaat voor een model met een dergelijke prijs. Sharp’s LE-60LE635 is de grootste televisie uit de test en bovendien een scherm dat in de basis prima prestaties laat zien tegen een - voor het formaat - zeer scherpe prijs.

De 55LW570 van LG is wat ons betreft echter de grootste aanrader. Deze televisie is compleet uitgerust, ondersteunt 3D en wordt zelfs geleverd met 6 3D-brillen. De beeldkwaliteit is bovendien uitstekend, terwijl de prijs binnen de perken blijft. Voor veeleisende gamers is deze televisie helaas niet geweldig, want 60 milliseconden vertraging is hiervoor gewoon te veel. Toch is de 55LW570 wat ons betreft de beste all-round keuze en winnaar van een Hardware.Info Silver Award.


LG 55LW570


LG 50PV350
Panasonic TX-P50G30

Sharp LC-60LE645


Besproken producten

Vergelijk alle producten

Vergelijk  

Product

Prijs

Bronze Award LG 50PV350

LG 50PV350

  • 50 inch
  • Full HD
  • Plasma
Niet verkrijgbaar
Silver Award LG 55LW570

LG 55LW570

  • 55 inch
  • Full HD
  • LCD
  • Edge LED
  • Smart TV
Niet verkrijgbaar
Bronze Award Panasonic TX-P50G30

Panasonic TX-P50G30

  • 50 inch
  • Full HD
  • Plasma
  • Smart TV
Niet verkrijgbaar
Samsung PS51D8000

Samsung PS51D8000

  • 51 inch
  • Full HD
  • Plasma
  • Smart TV
Niet verkrijgbaar
Sharp LC-60LE635

Sharp LC-60LE635

  • 60 inch
  • Full HD
  • LCD
  • Edge LED
  • Smart TV
Niet verkrijgbaar
0
*