DOCSIS3: Internetten via de kabel met meer dan 100 Mbit/s

74 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. DOCSIS
  3. 3. Nederland
  4. 4. En ADSL dan?
  5. 74 reacties

Inleiding

Dankzij de nieuwe technologie op het gebied van kabelinternet zijn snelheden tot boven de 100 megabit per seconde mogelijk, iets wat tot nu toe alleen was weggelegd voor mensen met glasvezel in hun wijk. De kabelproviders nemen een flinke voorsprong op hun ADSL-concurrenten.

Het was in 1995 dat het Westlandse Caiway als eerste in Nederland het fenomeen kabelinternet introduceerde. Het begin van een revolutie; wie immers halverwege de jaren '90 thuis verbinding wilde maken met het steeds populairder wordende internet was tot die tijd overgeleverd aan het betalen van tikken via de analoge- of een ISDN-telefoonlijn. Kabelinternet betekende een constante verbinding en in potentie veel hogere snelheden. In de beginjaren werd het fenomeen kabelinternet geteisterd door veel problemen: onbetrouwbare verbindingen en veel uitval. Door de jaren heen is de technologie steeds betrouwbaarder en vooral sneller geworden. Op dat laatste vlak neemt kabelinternet nu een flink voorsprong op ADSL.

Coax

Het grote verschil tussen de telefoonlijn en de televisiekabel is het gebruikte type kabel. Voor de telefoonlijn worden simpelweg twee koperdraadjes gebruikt, in feite de goedkoopste kabelsoort denkbaar. Niet gek ook: toen deze kabels in de eerste helft van de vorige eeuw in Nederland in de grond werden gelegd, kon men niet bedenken dat ze ooit voor iets anders dan het transporteren van stemgeluid gebruikt zouden worden. Zo lang frequenties tussen de 300 Hz tot zo’n 3500 Hz (het geluid dat wij mensen kunnen produceren) maar met beperkte storing konden worden getransporteerd, was aan de belangrijkste eis voldaan.

Vele tientallen jaren later werd pas gestart met de aanleg van de televisiekabel in Nederland. Hiervoor bestonden veel grotere eisen: voor de doorvoer van één analoog televisiekanaal volgens de Europese PAL-standaard is er een frequentieband van 8 MHz vereist en de televisiekabel moet natuurlijk méér dan één zender transporteren. Vandaar dat men voor de aanleg van het televisienetwerk voor de duurdere, maar ook veel betere coaxkabels heeft gekozen. Zo’n coaxkabel heeft in de regel een brandbreedte van rond de 675 MHz, ofwel circa 85 analoge televisiekanalen. Ter vergelijking: met de nieuwste modulatietechnologieën heeft het koperdraadje van de telefoonlijn een bruikbare bandbreedte van zo’n 12 MHz.

Digitaal

Hoewel de televisiekabel oorspronkelijk in de grond is gelegd voor het transport van analoge televisiezenders, is de kabel natuurlijk ook uitstekend geschikt voor het transporteren van digitale signalen. Met moderne modulatietechnieken kan er in een frequentieband van 8 MHz ongeveer 50 megabit per seconde getransporteerd worden. Dat is in eerste instantie natuurlijk interessant voor TV: dankzij MPEG2-beeldcompressie krijg je in 50 Mbit/s circa 10 TV-zenders gepropt. Ofwel: waar de coaxkabel in potentie de ruimte biedt voor ongeveer 85 analoge zenders, passen in dezelfde frequentieruimte potentieel ook ongeveer 850 digitale zenders. Geen wonder dat kabelproviders het analoge aanbod langzaam willen afbouwen om op die manier meer ruimte te krijgen om extra digitale zenders te bieden. Naast digitale TV kan de beschikbare bandbreedte echter ook prima gebruikt worden voor internet. Inmiddels reserveren alle kabelproviders rond de zes 8 MHz frequentiebanden voor internetverkeer.

0
*