nVidia PhysX / Cuda test

21 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. nVidia
  3. 3. Driver
  4. 4. Benchmarks
  5. 5. Toekomst
  6. 21 reacties

Inleiding

Het is alweer bijna vier jaar geleden dat het destijds voor iedereen onbekende bedrijf Ageia een opvallende aankondiging deed; een Physics Processing Unit (PPU) als toevoeging aan de CPU en GPU om de ideale game PC te bouwen. Zo'n PPU moest zogenaamde physics berekeningen voor z'n rekening nemen, ofwel alle effecten in 3D-games waarbij natuurkundige krachten een rol spelen. Realisme is daarbij het toverwoord: voorbeelden zijn vlaggen die op een realistische manier wapperen, gebouwen die op een realistische manier instorten of water dat op een realistische manier beweegt.

Dat er behoefte was aan extra rekenkracht op dit vlak had Ageia goed gezien. De typische physics-berekeningen vragen in de regel immers heel veel van de CPU, met als resultaat dat de meeste games het niet zo nauw nemen met natuurkundige regels, om maar genoeg processorkracht over te houden voor andere zaken. Geen wonder dat personages in 3D-games in de regel een zeer strak pak aan hebben en óf kaal zijn óf een hoofddeksel dragen: loszittende kleren en rondfladderend haar is zonder voldoende rekenkracht immers niet op een realistische manier op het scherm te toveren.

Ageia

Helemaal uit het niets kwam Ageia niet; het is namelijk de ontwikkelaar van de zogenaamde PhysX API, een set programmeertools die game developers kunnen gebruiken om natuurkundige effecten in games onder te brengen. Samen met de Havok API was Ageia één van de grootste spelers op de markt. Het idee was simpel en doeltreffend: maak een chip die speciaal geoptimaliseerd is voor de natuurkundige berekeningen en laat die het werk doen in plaats van de CPU. Het resultaat: games kunnen een stuk realistischer worden, terwijl de processor meer tijd over houdt voor andere zaken.

In de tweede helft van 2006 kwam de eerste (en enige) PPU-uitbreidingskaart van Ageia ondermeer via ASUS op de markt. De PCI-kaart kostte zo'n 250 euro bij introductie. Kijken we terug, dan moeten we de PPU heel realistisch één grote flop noemen. De belangrijkste reden was het uitblijven van games: er was slechts een handvol titels beschikbaar die iets met de physics-kaart deden en daar kwam nog eens bij dat het absoluut geen grote titels waren en de extra effecten verre van wereldschokkend waren. De killer-app moest Unreal Tournament 3 worden, een spel dat uiteindelijk pas in november 2007 op de markt kwam en in eerste instantie zelfs zónder PPU ondersteuning. Het resultaat: zelfs na extreme prijsdalingen kreeg ASUS de kaarten aan de straatstenen niet kwijt en de financiële positie van Ageia werd erg penibel.


De originele Ageia PPU kaart. Helaas grandioos geflopt.

0
*