Quick test: Wi-Spy

18 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. De Wi-Spy
  3. 18 reacties

Inleiding

Iedereen die wel eens een draadloos netwerk heeft moeten aanleggen, kent het probleem: de beloofde snelheid wordt bij lange na niet gehaald. En dat is vaak nog het minste van de problemen. De Wi-Spy moet helpen dat op te lossen.

De Wi-Spy aangesloten op een notebook.
De Wi-Spy met Hawking antenne, aangesloten op een notebook.

Draadloos, het blijft een ongrijpbaar fenomeen. Er zijn enorme verbeteringen behaald sinds de introductie van de eerste netwerken. Na 802.11b brachten 802.11g en meer recent de conceptversie 2.0 van de nieuwe N-standaard hogere snelheden, betere reikwijdtes en meer bandbreedte - althans in theorie. Wie deze apparatuur in de praktijk gaat gebruiken, wordt vaak teleurgesteld.

Enerzijds is er het verschil tussen theoretische maximale datasnelheid en praktische maximale doorvoersnelheid, waarbij de laatste ruwweg zo'n 25 tot 50 procent van de eerste is: van een beloofde 300 Mbps blijft in de praktijk hooguit zo'n 100 Mbps over. Anderzijds zien we ook na toevoeging van de spreekwoordelijke korrel zout, dat de prestaties niet naar wens zijn. Infrastructurele oorzaken, zoals (te) dikke muren en plafonds, kunnen worden ondervangen door gebruik van repeaters en extra access points. Maar wat te doen als snelheid of verbindingskwaliteit nog steeds onder de maat blijven?

In zo'n geval is er denkelijk spraak van storing. Om deze te lokaliseren, zijn er tal van oplossingen op de markt. Een oude bekende is het programma Netstumbler (download hier), dat met behulp van een Wi-Fi adapter aanwezige netwerken in kaart brengt. Hiermee ben je er echter helaas zelden. Met uitzondering van de op 5 GHz opererende 802.11a apparatuur, maken draadloze netwerken gebruik van de 2,4 GHz frequentie. Deze frequentie is in Europa overbevolkt: naast netwerkapparatuur treffen we hier Bluetooth, DECT telefonie, radiografisch bestuurbaar speelgoed, draadloze randapparatuur zoals muizen en toetsenborden, en nog veel meer. Tel daarbij op dat er hooguit 14 kanalen beschikbaar zijn en 802.11 draadloze apparatuur inmiddels gratis geleverd wordt bij vrijwel ieder internetabonnement, en je begrijpt dat het bij problemen met een draadloos netwerk een flinke klus kan worden om de bron van storing te lokaliseren en de prestaties te optimaliseren.

Voor grote bedrijven en instellingen ligt de oplossing in het in de arm nemen van gespecialiseerde installateurs, die op maat gemaakte apparatuur leveren, welke voorzien is van meer zenders, ontvangers, antennes en access points dan off the shelf sets. Kleinere bedrijven zullen eerder gebruik maken van standaardproducten en zelf aan de slag moeten om storingsbronnen te achterhalen. Gespecialiseerde apparatuur hiervoor is verre van voordelig: duizenden euro's zijn geen uitzonderlijk bedrag, niet meer een te verantwoorden uitgave voor het type bedrijf dat gebruik maakt van relatief storingsgevoelige producten voor SOHO en MKB. Voor consumenten geldt dat alleen nog maar meer.

0
*